Met alles wat we weten over het andesvirus, lijken flashbacks naar corona onterecht

1 uur geleden 2

„Ik weet dat jullie bezorgd zijn.” Dat schreef de secretaris-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afgelopen zaterdag in een brief aan de bewoners van het Spaanse eiland Tenerife. Het Nederlandse cruiseschip MV Hondius, geteisterd door het dodelijke andesvirus dat al drie opvarenden het leven kostte, zou een dag later aanmeren in de haven van Granadilla waar meer dan 140 opvarenden eindelijk van boord konden. „Ik weet dat wanneer u het woord ‘uitbraak’ hoort en een schip uw haven in ziet varen, dit herinneringen naar boven haalt die wij allemaal nog niet helemaal verwerkt hebben”, aldus WHO-voorzitter Tedros Adhanom Ghebreyesus. „Maar het risico voor u, bewoners van Tenerife, is laag. Dit is de inschatting van de WHO. Die inschatting maken we niet lichtzinnig.” 

De brief kon niet voorkomen dat het cruiseschip zondagochtend werd opgewacht door eilanders met bezorgde teksten op spandoeken. De uitbraak op de Hondius houdt de wereld al meer dan een week bezig.

Het is lastig om géén flashbacks te krijgen naar de coronapandemie, maar hoe terecht is dat?

Terug naar de Koreaanse oorlog

Het virus waar alle ogen nu op gericht zijn is het andesvirus, dat voornamelijk voorkomt in Argentinië en Chili. Die ziekteverwekker is onderdeel van een veel grotere familie van hantavirussen, waarvan er meer dan zestig soorten bestaan die mensen ziek kunnen maken. Het hantavirus werd voor het eerst beschreven in de jaren 50, tijdens de Koreaanse oorlog. Toen stierven zo’n driehonderd militairen die daar door de Verenigde Naties waren ingezet. Nog eens tien keer zoveel militairen raakten besmet.

Pas zo’n twintig jaar later, in 1978, werd de bron van het virus vastgesteld: een besmette brandmuis in de buurt van de Hantanrivier in Zuid-Korea. De ziekteverwekker kreeg daarom de naam Hantaanvirus, wat later de ‘grondlegger’ van een veel grotere groep van hantavirussen werd.

Iedere soort hantavirus heeft een eigen knaagdier als gastheer. Dat is het resultaat van miljoenen jaren co-evolutie, waarbij het virus zich aanpaste aan de specifieke karakteristieken van de gastheercellen. Het immuunsysteem van het knaagdier leerde op zijn beurt om het virus te tolereren zonder ziek te worden. Als het virus overspringt naar een andere soort, bijvoorbeeld mensen, geeft dat vaak wel ziekteverschijnselen. Mensen kunnen besmet raken door een beet van een knaagdier, maar het komt vaker voor dat ze de virusdeeltjes uit opgedroogde uitwerpselen inademen via de lucht – bijvoorbeeld als er stof opdwarrelt in een schuur of bosrijk gebied waar de knaagdieren leven. 

Oude en nieuwe wereld

Afhankelijk van het soort knaagdier dat ergens leeft, komen op verschillende plekken ter wereld verschillende soorten hantavirussen voor. In Europa en Azië gaan vooral de zogenoemde oudewereldvarianten rond. In Nederland gaat het om het puumalavirus (in rosse woelmuizen), het seoulvirus (in bruine ratten) en het tulavirus (in veldmuizen).

Bij de meeste mensen gaat zo’n infectie ongemerkt voorbij, of ze krijgen milde klachten zoals koorts, spierpijn en hoofdpijn. De infectie kan ook heftiger verlopen, met kans op nierschade en bloedingen. Die symptomen worden ook wel hemorragische (bloederige) koorts genoemd, een term die ook bij ebola en lassa wordt gebruikt, al zijn die virussen veel besmettelijker.

De zorgwekkende sterftecijfers die de ronde doen over het andesvirus gelden niet voor de varianten die in Europa voorkomen. Geschat wordt dat minder dan één op de honderd mensen overlijdt na een infectie met een Europese variant. 1,7 procent van alle Nederlanders (zo’n 300.000 mensen) heeft antistoffen tegen het hantavirus in het bloed, blijkt uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat duidt op een doorgemaakte infectie. Eenmaal besmet met een hantavirus ben je door opgewekte antistoffen levenslang beschermd, maar alleen tegen die specifieke variant.

Verjaardag en begrafenis

De nieuwewereldvarianten, waartoe ook het andesvirus behoort, gaan met name rond in Noord- en Zuid-Amerika en geven andere klachten, die in ernstige gevallen het hart en de longen aantasten. Na een korte periode van algemene koortsachtige klachten kan ineens het veel ernstiger longsyndroom ontstaan: een hoge hartslag, extreme benauwdheid, lage bloeddruk en hartfalen. Mensen die de infectie oplopen hebben 30 tot 50 procent kans op overlijden, een sterfterisico dat overeenkomt met dat van de builenpest.

Met name de dodelijkheid van het andesvirus verklaart de grootschalige en zorgvuldige evacuatieoperatie van de opvarenden van de Hondius: iedere besmette patiënt is potentieel in levensgevaar.

Het andesvirus wordt verspreid door de langstaartige rijstrat, die in Noord- en Zuid-Amerika leeft. Buiten dat gebied heeft het virus dus geen natuurlijke gastheer, wat van belang is voor het risico op een pandemie. Dertig jaar geleden werd het andesvirus voor het eerst aangetroffen, in Argentinië. Nog datzelfde jaar dook het virus ook op in Chili. De variant waart nog steeds vooral in die twee landen rond, maar tot nu toe niet met enorme uitbraken. 

Een groot verschil met alle andere hantavirussen is dat alleen het andesvirus van mens op mens overdraagbaar is. Dat werd voor het eerst aangetoond bij een goed gedocumenteerde uitbraak uit 2018, in het Argentijnse Chubut in de provincie Patagonië. Daar raakte de eerste patiënt vermoedelijk besmet met wat later het andesvirus bleek, door (indirect) contact met een knaagdier. Met milde klachten verscheen hij op een feest, waarna meerdere mensen besmet bleken die daar nauw contact met deze persoon hadden. Een aantal van hen overleed aan het virus, waarna de besmettingsketen tragisch genoeg doorging op de begrafenis. In totaal raakten 34 mensen besmet en overleden er 11. Na een aantal maanden strenge isolatiemaatregelen doofde de besmettingshaard uit.

Reizen in Patagonië

Los van die ene uitbraak zijn er nauwelijks noemenswaardige besmettingsclusters waargenomen. Al een aantal jaar meldt het Argentijnse ministerie van Volksgezondheid een handjevol gevallen per jaar. Wel lijkt er het afgelopen jaar sprake van een stijging: van 57 besmettingen vorig epidemiologisch jaar (dat van juni tot juni loopt) naar 101 gevallen in het afgelopen jaar. Al die besmettingen komen vooral voor in het noorden van Argentinië (Salta en Jujuy), het midden (Buenos Aires, Santa Fe en Entre Ríos), het noordoosten (Misiones) en in Patagonië (Neuquén, Río Negro en Chubut).

Wel werden in Chubut afgelopen maand drie besmettingen met het andesvirus gemeld, allemaal in één familie. Maar sinds 1996 is geen andesvirus meer gesignaleerd in de zuidelijker gelegen provincie Tierra del Fuego. Daar ligt de havenplaats Ushuaia, waar de passagiers aan boord stapten van de Hondius. Een gezondheidsfunctionaris aldaar noemde het afgelopen week tijdens een persconferentie „erg onwaarschijnlijk” dat de besmettingen op het cruiseschip in de havenstad zijn opgedaan.

Hoe het virus dan wel op het schip is beland, wordt nog onderzocht. Argentijnse functionarissen wezen afgelopen week op een schroothoop in Ushuaia die bekendstaat als een hotspot voor vogelspotters. Het overleden Nederlandse echtpaar zou daar geweest zijn alvorens zij aan boord van de Hondius stapten, luidde de meest waarschijnlijke verklaring. De Argentijnse overheid zei in die omgeving ratten en muizen te gaan vangen om te onderzoeken of de beesten het virus bij zich dragen. 

Inmiddels is steeds minder zeker of het inderdaad zo is gegaan. Er is nooit bevestigd dat het echtpaar de vuilstort heeft bezocht. Een lokale gids zei tegen The Sunday Times dat hij daar wel ándere passagiers van de Hondius rondleidde, onder meer een Frans echtpaar, een Britse man en een Amerikaanse vrouw. Het Nederlandse stel heeft wel maandenlang rondgereisd in onder meer Argentinië, net als enkele andere opvarenden van de Hondius. De Nederlandse man die op 11 april als eerste overleed, is nooit getest. Zijn vrouw testte later positief op het hantavirus en overleed ook. Inmiddels staat de teller op drie doden en tien bevestigde besmettingen. Mogelijk volgen er nog meer, gezien de lange incubatietijd van het andesvirus.

Wordt dit de nieuwe coronapandemie?

Nee, zeggen virologen en artsen voor alsnog. De WHO roept ook op tot kalmte. „The proof of the pudding is in the eating”, zegt Martin Grobusch, hoofd van het Centrum voor Tropische Geneeskunde en Reizigersgeneeskunde in Amsterdam UMC. „Maar als we kijken naar hoe deze uitbraak zich ontwikkelt, strookt dat precies met wat we van dit virus kunnen verwachten: een lage overdraagbaarheid. Anders was iedereen die op dat schip zat nu al ziek geweest.” Met het oog op de lange incubatietijd verwacht hij de komende dagen eventueel nog een handjevol nieuwe positieve testen, maar geen grote nieuwe clusters.

Het andesvirus heeft een aantal eigenschappen die op cruciale punten verschillen van virussen zoals SARS-CoV-2. Hoewel mens-op-mensbesmetting mogelijk is, gaat dit een stuk moeilijker dan bij Covid-19. „Het andesvirus nestelt zich vooral in de lage luchtwegen”, zegt Grobusch. „Bij Covid-19 of influenza vermenigvuldigt het virus zich hoog, in de keel en diep in de neusholte. Bij het andesvirus gebeurt dat vooral diep in de longen, waardoor de virusdeeltjes pas worden opgehoest bij flinke klachten. Het is in die zin geen typisch luchtwegvirus dat zich makkelijk verspreidt.”

Niet voor niets zijn de meeste clusters van besmettingen met het andesvirus tot nu toe in familiekring vastgesteld: voor besmetting lijkt intensief contact nodig, zoals het uitwisselen van speeksel of nauw contact in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte. Meerdere opvarenden van de Hondius vertelden dat ze de hand van de weduwe van de Nederlandse overleden man hebben vastgehouden of haar hebben omhelsd om haar te troosten. De passagiers deelden wekenlang kleine slaaphutten met elkaar en zaten in wisselende samenstelling bij het buffet.

Een groot verschil met Covid-19 is bovendien dat mensen zonder klachten niet of nauwelijks besmettelijk lijken te zijn. „Bij andesvirus is juist op de piek van de klachten de hoeveelheid virusdeeltjes het hoogst”, zegt Grobusch.

Het andesvirus is bovendien genetisch behoorlijk stabiel. Dat wil zeggen: sinds het virus dertig jaar geleden werd ontdekt, lijkt het nauwelijks te muteren. Dat in tegenstelling tot Covid-19, waar juist de hoge mutatiesnelheid een reden tot zorg was. Als een virus snel muteert, kan het zich zo aanpassen dat het zich steeds beter verspreidt tussen mensen.

Uit de tragedie van 2018 concluderen experts dat strikte isolatiemaatregelen een uitbraak met het andesvirus goed kunnen indammen. Maar die uitbraak beperkte zich tot een dorp in Argentinië. Nu gaat het over een cruiseschip met opvarenden uit meer dan twintig landen. Een deel van hen ging onwetend van boord, onder meer op St. Helena, toen nog niet bekend was dat er een dodelijk virus rondging op het schip. Ze kwamen in contact met de lokale bevolking en stapten op commerciële vluchten naar allerlei uithoeken van de wereld.

Nu komt het erop aan hoe goed gezondheidsautoriteiten deze mensen in beeld krijgen, hoe bereid zij zijn om uit voorzorg in quarantaine te gaan en of ze zich zullen melden en laten testen bij klachten. „Ik ben onder de indruk van het epidemiologisch onderzoek dat de afgelopen dagen in internationaal verband is uitgevoerd”, zegt Grobusch. „Het is indrukwekkend hoeveel mensen binnen enkele dagen al getraceerd zijn. Waarschijnlijk weten we al van bijna iedereen wie risico heeft gelopen, en hoe hoog dat risico was.”

Het Nederlandse cruiseschip Hondius bij aankomst in de haven van Tenerife.

Foto Ramon van Flymen/ANP
Lees het hele artikel