„Ik kom gewoon in een joggingsbroek en crocs naar die sollicitatie”, zegt Elvis (15) tegen zijn docent Nederlands Nouhaila el Guebli. De 29-jarige TikTok-juf zucht naar de lens van haar camera. „De leerlingen van 3 mavo hebben altijd de gekste verhalen”, kopt haar video.
De ‘onderwijs-influencer’ is – sinds de coronapandemie – bezig aan een opmars. Leerkrachten als ‘Meester Jesper’, ‘Juf Ilva’, ‘Mevrouw El Guebli’ en ‘Juffie Iris’ bereiken samen bijna een miljoen volgers. Met het delen van lesfragmenten, interacties met leerlingen, onderwijstips en sketches spreken zij een breder publiek aan dan alleen ouders en collega’s. De klas blijkt een onuitputtelijke bron van ‘content’.
Toch waarschuwen experts. Wat betekent het als de juf of meester een camera meeneemt de klas in?
Buiten bestaande kaders
Waar het traditionele klaslokaal veelal als een afgesloten ruimte geldt, zet de onderwijs-influencer de deur steeds vaker open. Die zichtbaarheid schuurt met een bredere maatschappelijke ontwikkeling: het kabinet wil commercieel vloggen met en door kinderen tot en met vijftien jaar strafbaar maken. En op veel scholen geldt voor leerlingen inmiddels een telefoonverbod. Ook kwam de Europese Commissie recent met een adviesrapport omtrent een verbod op sociale media voor kinderen onder de dertien. Scholen zouden juist de offline wereld van kinderen moeten versterken en leraren vervullen daarbij een belangrijke voorbeeldfunctie, stelt het rapport.
We leven in een nieuwe tijd, daarmee moet je ook meebewegen
Volgens Nouhaila el Guebli, die op sociale media als @mevrouwelguebli ruim honderdduizend volgers heeft, is het juist tijd om het onderwijs af te stoffen. „We leven in een nieuwe tijd, daarmee moet je ook meebewegen”, aldus de docent Nederlands. „Ik vind onderwijsfilmpjes een heel mooie ontwikkeling. Leerlingen durven door mij creatiever te denken. Ze willen massaal les van mij krijgen en zijn heel gemotiveerd.”
Volgens El Guebli blijven veel leerkrachten binnen de bestaande kaders: „Het zijn vaak oude mannetjes uit een andere generatie die niet begrijpen dat ik de camera pak.” El Guebli werd in 2025 uitgeroepen tot leraar van het jaar. Zelfs op haar vakantie in Marokko kwamen er jongeren naar haar toe voor een foto. „Eentje zei dat als hij mij als docent had gehad, hij dan niet met school gestopt zou zijn.”
Iris Posthuma (28), die op basisschool Ollie B. Bommel in Den Bommel werkt en als @juffieiris ruim driehonderdduizend volgers heeft, ziet haar rol als onderwijsinfluencer vooral als een vrolijke noot. Ze wil het onderwijs een positiever gezicht geven. Posthuma hoort vaak dat jongeren mede door haar filmpjes voor de Pabo kiezen. „Dat vind ik zo leuk om te lezen.”
Een veilige omgeving
Het klaslokaal moet in de eerste plaats een „veilige oefenplek” zijn, zegt Marga Sikkema-De Jong, hoogleraar onderwijs en opvoeding in een digitale wereld aan de Universiteit Leiden. Zodra leerlingen weten dat een camera hun probeersels kan vangen in sketches of gefilmde interacties, komt die veiligheid onder druk te staan, aldus de hoogleraar.
Natuurlijk is het leuk om samen filmpjes te maken, maar zodra een les onderdeel wordt van een platform als TikTok, verandert de context, legt Sikkema-De Jong uit. „Het onderwijs is in de kern relationeel. De primaire verantwoordelijkheid van een leraar is de relatie met kinderen. Dan moet je je steeds afvragen: is dat proces gebaat bij een camera in de klas?”
Bovendien speelt de afhankelijkheidsrelatie met de leerkracht een rol. „Het is de vraag of een kind makkelijk nee zegt tegen de juf of meester. Daarnaast kan groepsdruk meespelen als andere kinderen wél meedoen.”
Volgens El Guebli komt de veilige pedagogische omgeving in haar klas niet in het geding door haar filmpjes. „Mijn collega’s kunnen een onveiliger klimaat hebben, dat hangt echt niet af van een camera.” Ze ziet haar leerlingen niet veranderen of ongemakkelijk worden als de camera aangaat. „Ik heb juist voor een veilig klimaat gezorgd door mijn humor, openheid en de ruimte voor discussie die ik op TikTok laat zien.”
Promotie voor de school
Scholen kunnen de maatschappelijke gevolgen van sociale media uiteraard niet beheersen, maar hebben wel de taak leerlingen voor te bereiden op deelname aan de digitale samenleving, zegt Sikkema-De Jong. Ze vraagt scholen kritisch te kijken naar het gebruik van sociale media door leraren zelf en de plek die ze in de klas krijgen.
El Guebli kon op een eerdere school niet altijd rekenen op steun voor haar influencerschap. Op haar huidige school heeft ze een jonge directeur, „die snapt dat leerlingen een docent nodig hebben van deze tijd”. Maar ze mag niet meer met haar mobiel filmen. Ze gebruikt nu een vlogcamera.
Ze supporten me in alles zolang ik mijn werk gewoon op orde heb
Ook de school van Posthuma is enthousiast. „Ze supporten me in alles zolang ik mijn werk gewoon op orde heb.” De filmpjes fungeren ook als promotie voor de school en het onderwijs, zegt Posthuma; een fijne bijkomstigheid gezien het lerarentekort, met dus onder meer extra aanmeldingen bij Pabo’s tot gevolg.
De reacties van ouders zijn volgens beide juffen positief. „Ze volgen me bijna allemaal!”
Zorgen om privacy
Ondanks de positieve reacties, beperken de risico’s van een filmpje zich niet tot het klaslokaal. Zodra beelden op sociale media verschijnen, vallen ze onder de logica van het platform. Reacties zijn nauwelijks te controleren en video’s circuleren eindeloos.
Fleur Terpstra, expert op het gebied van privacy- en onderwijsrecht, legt uit dat de privacyregels in de klas niet afwijken van wat er in privacywet AVG staat. Die wet stelt dat voor kinderen onder de zestien jaar ouderlijke toestemming nodig is zodra zij herkenbaar in beeld komen.
Toch onderschatten veel mensen hoe gemakkelijk het is de identiteit van kinderen alsnog te herleiden, aldus Terpstra. „Stemmen zijn ook persoonsgegevens en tegenwoordig zijn geblurde gezichten makkelijk te reconstrueren met bepaalde software.” Ook waarschuwt Terpstra voor het in beeld brengen van de school en het klaslokaal: „Op basis van een foto is vaak snel te achterhalen waar die is gemaakt. Daardoor worden kinderen kwetsbaarder.”
Kinderen mogen wettelijk gezien vanaf zestien jaar zelf bepalen of zij al dan niet herkenbaar in beeld willen komen, maar kunnen volgens Terpstra de gevolgen nog niet goed overzien. „Je zit dan in een puberleeftijd, dan vind je andere dingen belangrijk. Later kan je de toestemming wel intrekken, maar dan kunnen die beelden al overal zijn.”
„Ook als ouders wel toestemming geven, breng ik ze niet in beeld”, vertelt Posthuma. Wel zijn er stemmen te horen en is de school te zien. El Guebli hanteert dezelfde grens: „Leerlingen komen niet in beeld. Namen af en toe, maar er heten zoveel kinderen ‘Abdul’.”
Telefoonverbod
Op de scholen van de onderwijsinfluencers geldt, net als op de meeste basis- en middelbare scholen in Nederland, een telefoonverbod voor leerlingen. Soms schuurt dat met het influencerschap van de juf. „Ze vragen waarom ik wél mijn telefoon mag gebruiken. Dan zeg ik: ‘Nou, omdat ik juf ben!’”, aldus Posthuma.
De influencers steunen het mobieltjesverbod voor leerlingen. Posthuma ziet dagelijks hoe groot de invloed van platforms op kinderen is. „Ze zijn keihard tegen elkaar online. De dingen die ik soms hoor of in mijn reacties zie, kunnen kinderen echt raken.”
Toch blijven de influencers posten. En daarnaast geven ze gewoon les, benadrukken ze. „Tuurlijk geef ik les zoals het moet”, zegt El Guebli. Tegelijk wil ze voorkomen dat leerlingen verzuchten: wanneer is deze les afgelopen?
Lees ook
Veel op socials is slecht voor schoolprestaties, maar een beetje kan prima, blijkt uit OECD-rapport


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18104020/180826CUL_2036007622_Zap.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18103715/180826VER_2036010423_boeren.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/17172920/180826CUL_2035881739_Shards01.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14113734/140826VER_2035919103_pennings1.jpg)




English (US) ·