Oorlelletjes dragen bij aan de sensualiteit van onze seks, schreef zoöloog Desmond Morris onbekommerd op

2 uren geleden 1

„Er zijn 193 levende soorten apen en mensapen. Daarvan zijn er 192 behaard. De uitzondering is een naakte aap, die zichzelf Homo sapiens noemde.” Zo begon Desmond Morris zijn beroemde boek The Naked Ape, dat in 1967 verscheen. Een boek dat destijds als schokkend werd ervaren, vooral omdat Morris de naakte aap onbekommerd beschreef als „de meest seksuele primaat op aarde”.

Omdat onze soort zoveel tijd nodig heeft om een gezin voort te brengen, hebben we onze hofmakerij volgens Morris uitgerekt en opwindend gemaakt. Hij constateerde dat het overgrote deel van de copulatie bij onze soort duidelijk niet bedoeld is om nakomelingen voort te brengen, maar om de paarband te versterken door wederzijdse beloningen voor de seksuele partners te bieden. Het was vintage Morris, die zondag op 98-jarige leeftijd overleed, om deze observatie vervolgens te onderbouwen met wilde aannames en speculatie. Die waren ontstaan op met wijn overgoten discussie-avonden met vrienden en vakgenoten, waarbij Morris telkens wat ideeën en observaties noteerde in zijn aantekenboekje.

Het leidde tot een aaneenrijging van aantrekkelijke maar niet te testen ‘just-so-verklaringen’ van het menselijk gedrag. Onze aanrakingsgevoelige blote huid heeft belangrijk bijgedragen aan de sensualiteit van onze seks. Oorlelletjes moeten voor dat doel geëvolueerd zijn, schreef Morris onbekommerd op. Vrouwelijke borsten zouden een seksueel signaal zijn aan de voorkant van het lijf die de vorm van de billen nabootsen. Sport zou een manier zijn om seksuele driften van schooljongens te onderdrukken. De mens beschermt zijn ‘intieme delen’ met antiseksuele kleding (van het vijgenblad tot de bikini) om de seks voorbehouden te laten zijn aan het man-vrouwkoppel.

De rol van de vrouw

Naar moderne maatstaven kun je Morris betichten van mansplaining, de rol van de vrouw is telkens ondergeschikt. Veel van wat hij destijds schreef, is achterhaald. Niettemin werd het boek een eclatant succes. Wereldwijd zijn er in al die jaren meer dan tien miljoen exemplaren van verkocht. Morris hield er zoveel geld aan over dat hij kon gaan rentenieren op Malta.

Morris was niet beschroomd om over homoseksualiteit te publiceren

Desmond Morris keek naar de mens als studie-object, objectief en van buitenaf. Als zoöloog was hij getraind om het gedrag van dieren zo te bestuderen, en de mens is feitelijk ook een dier. Hij beriep zich er vaak op dat hij de eerste was die dat deed, maar dat was grootspraak van een jeugdige hemelbestormer. Daarmee ging hij al te gemakkelijk voorbij aan het voorwerk van onder meer de grondlegger van de evolutietheorie Charles Darwin (in zijn boek The Expression of the Emotions in Man and Animals) en de Oostenrijkse etholoog Konrad Lorenz (Das sogenannte Böse) en Niko Tinbergen.

Die laatste was nota bene zijn eigen leermeester in Oxford, die later in 1973 de Nobelprijs zou krijgen.

Morris deed bij Tinbergen onderzoek aan het paringsgedrag van stekelbaarsjes, een favoriet onderwerp van zijn begeleider. Turend naar de vissen in het aquarium ontdekte hij homoseksueel gedrag bij mannelijke stekelbaarsjes. Morris was niet beschroomd om over dit taboe-onderwerp te publiceren. In 1952 verscheen ‘homoseksualiteit bij de tiendoornige stekelbaars’ in het vakblad Behaviour.

Londense dierentuin

Morris wilde zijn ethologische kennis toepassen bij zoogdieren, primaten, mensen. Maar Tinbergen voelde er niet voor, die hield het liever bij vissen en vogels. Op zoek naar een plek waar hij dit onderzoek wel zou kunnen doen, meldde Morris zich bij de dierentuin van Londen. Daar kreeg hij nul op rekest, voor onderzoek was geen geld. Maar toen hij net de deur uit wilde stappen vroeg de directeur nog snel: „Of heb je misschien ervaring met films maken?”

De Londense dierentuin had toevallig net een contract getekend met de nieuwe commerciële zender ITV om een programma met dieren te maken. Het leidde ertoe dat Desmond Morris en zijn vrouw halsoverkop naar Londen verhuisden en Morris voortaan wekelijks het televisieprogramma Zoo Time opnam. De videoband was nog niet uitgevonden en daarom was het live televisie. De hele week was Morris in de weer om uiteenlopende dierentuindieren aan de omgeving van de studio te laten wennen, zodat het op de dag van de opname allemaal op rolletjes zou lopen. Tijd voor serieus gedragsonderzoek aan de dierentuindieren hield Morris tot zijn grote spijt niet over. Niettemin kon hij wel studenten zulk soort onderzoek laten doen. Onder hen waren Jane Goodall en Jan van Hooff.

Fanatiek kunstschilder

Morris was ook een fanatiek kunstschilder, waarbij hij zich toelegde op het surrealisme. Hij was duidelijk geïnspireerd door de Spaanse surrealist Joan Miró, met wie hij bevriend raakte en met wie hij in 1950 een gezamenlijke tentoonstelling hield in de London Gallery. Morris bleef zijn leven lang schilderijen maken van vreemde wezens met ogen, als welkome afwisseling voor het werk dat hij stak in het schrijven van boeken over gedragsbiologie, abstracte kunst en uiteenlopende dieren.

Een schilderij van Desmond Morris uit 1949: ‘De springende drie’.

Foto ANP/World History Archive

Beide werelden van Morris kwamen bij elkaar toen hij in 1957 een tentoonstelling organiseerde in het Institute of Contemporary Arts in Londen, niet van hemzelf, maar van de driejarige chimpansee Congo. Morris had zijn lievelingsdier uit de London Zoo maar liefst 400 tekeningen en schilderijen laten maken. Hij was er zelf wildenthousiast over: hier kon je in realtime waarnemen hoe de artistiek zou kunnen zijn ontstaan bij de primitieve mens. Congo werd rap vaardiger met de penseel en maakte abstracte voorstellingen; surrealistisch zou je de stijl niet kunnen noemen, maar dat was het hele evenement natuurlijk wel.

De grote verdienste van Morris is geweest dat hij bij het grote publiek de interesse voor dieren en hun gedrag wist te wekken. Heel veel televisieprogramma’s over diergedrag, waaronder de beroemde natuurdocumentaires van de BBC van zijn goede vriend David Attenborough, zijn schatplichtig aan zijn pionierswerk.

Lees het hele artikel