Soms wordt mensensmokkel wél bestraft: de Nederlandse jacht op twee Eritrese bendeleiders

3 uren geleden 2

In een hoek van de volgepakte loods ligt al twee dagen een man te sterven. Hij heet Josie. Om hem heen zitten en liggen honderden andere vluchtelingen.

Een van hen is een jonge Eritrese man, die tien jaar later in een Nederlandse rechtszaal vertelt wat er die dag gebeurde.

De mensen in de loods hebben mensensmokkelaars duizenden euro’s betaald voor de bijna tweeduizend kilometer die ze hebben afgelegd, vanuit Eritrea, via Soedan, naar Libië. Dagenlang hebben ze in laadbakken van vrachtwagens door de Sahara gereden, uitgehongerd en uitgedroogd. Wie onderweg stierf, ligt daar nu nog. Achtergelaten in het zand. Degenen die het overleefden zijn bijna aan het eind van de reis, denken ze. Alleen nog naar de boot, en dan wacht het beloofde land.

Het kamp waar ze zijn opgesloten in afwachting van hun overtocht staat aan de rand van Bani Walid, een stadje op zo’n honderd kilometer van de Libische kust.

Nadat Josie is gestorven, beginnen mensen in de loods te huilen en te schreeuwen. De jonge Eritreeër, die hoort dat er iemand dood is, denkt direct aan een zieke Soedanese vrouw die hij de afgelopen dagen heeft bijgestaan. Zou zij het zijn? Hij ziet haar niet, in de propvolle loods is de plek waar zij ligt onbereikbaar. In paniek loopt hij buitenom.

Zonder toestemming buiten zijn mag niet. Dat weet de man. Opeens staat daar de mensensmokkelaar Walid, met een stuk tuinslang in zijn hand. Direct voelt de Eritrese man hoe de slang op zijn rug zwiept, telkens weer – tot het bloed eruit stroomt. Pas dan stopt het slaan en krabbelt hij langzaam overeind. Als hij Walid vraagt wat hij heeft misdaan, zet de smokkelaar een pistool tegen zijn slaap.

Tien jaar later, op 17 november 2025, zit de Eritrese man als ‘getuige 114’ in de Zwolse rechtbank. Een kleine man met een korte, verzorgde baard en kort grijzend haar. Op zachte toon vertelt hij over het sterven van Josie en zijn nachtmerries over Walid.

Schuin achter hem, op slechts een paar meter afstand, zit de man die volgens de getuige tien jaar eerder op de Libische binnenplaats een pistool tegen zijn slaap hield. Tegen hem zegt de getuige: „Er is een tijd voor het mishandelen van anderen en een tijd waarbij men een prijs dient te betalen.”

De verdachte zwijgt en kijkt strak voor zich uit.

Dát getuige 114 en Walid na al die jaren weer tegenover elkaar staan, is het gevolg van een voor Nederlandse begrippen ongekend groot strafrechtelijk onderzoek. Drie officieren van justitie werkten acht jaar lang aan de zaak. In samenwerking met Italië, het Internationaal Strafhof in Den Haag en de internationale politieorganisaties Europol en Interpol, spoorde het team van het Openbaar Ministerie en bijna twintig rechercheurs van de Koninklijke Marechaussee zo’n tweehonderd getuigen op en reconstrueerde op basis van hun verhoren de reis naar Europa. Daarna achterhaalden ze wie deze organisatie leidden en wat hun verblijfplaats was en voerden ze een jarenlange strijd om hun uitlevering. Het resulteerde in een strafdossier van ruim 45.000 pagina’s, dat afgelopen najaar in de rechtbank Zwolle werd behandeld.

NRC reconstrueerde de Nederlandse jacht op de twee gevreesde Eritrese mensensmokkelaars en hun netwerk – waarvan de tentakels reiken tot in de uithoeken van Nederland.

Principekwestie

„Dit móet je lezen”, is de tekst van de mail die officier van justitie Petra Hoekstra begin 2018 opent. Ze zit op haar kantoortje op het parket in Zwolle.

In haar inbox zit het verslag van een getuigenverhoor dat de Koninklijke Marechaussee eerder die dag heeft afgenomen bij een zestienjarig Eritrees meisje. Ze heeft verteld hoe ze tijdens haar vlucht in een boom klom om zich te verstoppen voor mannen die haar wilden verkrachten. En hoe de mannen haar toch vonden.

In de decennia dat Hoekstra officier van justitie is, heeft ze leiding gegeven aan grote onderzoeken naar internationale drugshandel, moord en doodslag. Maar dit raakt haar. Niet alleen vanwege de gruwelijke details en omdat het meisje even oud is als haar dochter. Anders dan andere getuigen weet het meisje de rechercheurs ook te vertellen hoe ze zich heeft gevoeld tijdens de zwartste momenten van haar reis.

De getuigenis bevestigt voor Hoekstra hoe belangrijk de zaak is waar ze dan al een jaar aan werkt: het opsporen en berechten van de mannen die het meisje en duizenden anderen naar Europa smokkelden.

Vanzelfsprekend is dat niet. De meeste misdaden – de smokkel, de verkrachtingen, het geweld en de levensgevaarlijke overtocht van Libië naar Italië – vonden ver weg plaats. Als er in Nederland al aandacht is voor Eritrea en Eritreeërs gaat het vooral over de invloed van het Eritrese regime op hun landgenoten hier, hun moeizame integratie en de grote afhankelijkheid van de bijstand. Dat Eritreeërs moeilijk hun weg vinden ligt volgens het kabinet aan het gesloten karakter van de gemeenschap, het doorgaans lage opleidingsniveau en analfabetisme, zo staat in een Kamerbrief uit 2016. „Ook kunnen trauma’s die zijn opgedaan in Eritrea of tijdens de vlucht een rol spelen.”

Eritreeërs vormen dan al een van de grootste groepen die in Nederland asiel aanvragen. Hun aantal zal in de jaren die volgen alleen maar toenemen. Veel van hen worden in Nederland afgeperst om de overtocht van in Libië gestrande familieleden te betalen. De Nederlandse link is cruciaal. Die biedt Hoekstra de juridische rechtvaardiging voor het strafrechtelijk onderzoek.

Een migrant tijdens een inval van de Libische politie in een woning in de hoofdstad Tripoli waar vluchtelingen verbleven, in 2015.

Foto Mohamed Ben Khalifa/AP

Bij een inval van de Libische politie worden Afrikaanse migranten samengepakt in een kamer in een buitenwijk van Tripoli, in 2015.

Foto Mohamed Ben Khalifa/AP

Migranten worden afgevoerd nadat ze door de Libische kustwacht voor de kust van Tripoli uit zee zijn gepikt, in 2017.

Foto Mohamed Ben Khalifa/AP

Leden van de Libische tak van hulporganisatie Rode Halve Maan wassen hun handen nadat ze de lichamen van verdronken migranten hebben gevonden aan de oostkust van Tripoli, in 2015.

Foto Mohamed Ben Khalifa/ AP

Het lichaam van een migrant, half onder het zand, die is verdronken in de buurt van de kust van Tripoli, in 2016.

Foto Mohamed Ben Khalifa/AP

Maar het is voor haar ook een principiële kwestie: zeggen dat Nederland er niets mee te maken heeft omdat het ver weg gebeurt, is in Hoekstra’s ogen kortzichtig. En laf. Als Europa wegkijkt, ligt straffeloosheid op de loer.

Waar begint ze aan, vraagt een sceptische collega haar. De daders zijn onbekend en zeer waarschijnlijk ongrijpbaar, zeker vanuit Nederland. Slachtoffers zullen lastig te vinden zijn, bang als ze zijn voor de smokkelaars en voor de veiligheid van hun in Eritrea achtergebleven familieleden. En áls Hoekstra al slachtoffers weet te vinden, hoe krijgt ze hen dan zover dat ze willen getuigen over wat ze onderweg hebben meegemaakt?

De dodenroute

illustratie Ming Ong

Met tienduizenden trokken jonge Eritreeërs het afgelopen decennium vanuit Eritrea via Libië richting Europa. Veel van hen beseften welke gevaren hen onderweg wachtten, zo blijkt uit hun getuigenissen.

Maar wat hadden ze in Eritrea? Het is een totalitaire dictatuur, een van de meest onvrije landen ter wereld. Veiligheidsdiensten speuren continu naar politieke tegenstand en grijpen hard in als ze die vinden. Mensen worden vastgezet, gemarteld of verdwijnen. Driekwart van de bevolking is analfabeet. Alle Eritreeërs moeten in dienst, en die kan zomaar decennia duren. Deze gedwongen dienstplicht komt volgens de Verenigde Naties neer op levenslange dwangarbeid – tegen een loon van omgerekend 35 euro per maand.

Dus vluchten mensen, op zoek naar een beter leven. Uit getuigenissen in de rechtszaal, rapporten van mensenrechtenorganisaties en ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken valt op te maken hoe die vluchtreis verloopt.

Het land verlaten is nog relatief makkelijk. Hoewel er op desertie zware straffen staan, is de zeshonderd kilometer lange grens met Soedan zo matig bewaakt dat de smokkelnetwerken van grensstammen er makkelijk gaten in vinden. Meestal reizen de gevluchte Eritreeërs daarna door naar een van de grote vluchtelingenkampen langs de grens.

Internationale rapporten beschrijven de gruwelijkheden in dit wetteloze niemandsland. Ontvoering van vluchtelingen om losgeld te eisen, van kinderen voor hun organen, verkrachting van vrouwen, vuurgevechten tussen rivaliserende smokkelbendes, lichamen die langs de grens worden gevonden.

Hier begint ook de uitbuiting. Smokkelaars in de grenskampen vragen soms een paar duizend dollar voor transport naar Khartoem. De Soedanese hoofdstad is een marktplaats voor internationale mensensmokkel en de eerste bestemming van veel migranten. Aan de rand van de stad verzamelen bemiddelaars migranten om de terreinwagens te vullen voor de volgende etappe van de reis naar Libië, meestal via Dongola, een provinciestad aan de Nijl.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Wat daarna volgt, heet de dodenroute. Een meer dan duizend kilometer lange woestijnreis door het noorden van Soedan, over de grens richting het Libische stadje Kufra. Wegen zijn er niet. Smokkelaars gebruiken terreinwagens of kleine vrachtwagens die door het zand kunnen rijden, zoals de Japanse Hino ZY. Wekenlang razen ze zo door de woestijn. De dagen zijn heet, de nachten koud.

Sommige migranten worden onderweg ontvoerd om als slaaf te werken, vastgezet om extra losgeld bij familieleden af te persen of doorverkocht aan andere smokkelaars, die ook weer geld eisen.

Getuigen vertellen dat ze dagenlang geen eten kregen. Om te voorkomen dat ze te veel drinken, mengen de smokkelaars petroleum door het water. De vluchtelingen vertellen dat smokkelaars hen vastbinden zodat ze niet uit de vrachtwagen vallen.

Op zijn reis, vertelt getuige 114, zaten ze opgepropt onder een tentdoek. Een van de passagiers kreeg te weinig lucht en stikte bijna, er kwam schuim uit zijn mond. Hij gaf hem mond-op-mondbeademing en een andere passagier sneed het doek door zodat er lucht binnenkwam. De jongen overleefde het.

Vele anderen sterven: aan hitte, uitdroging, honger, ongelukken, ziekte of mishandeling. Midden in de Sahara, vertelt bijvoorbeeld getuige 45 aan de rechercheurs, schoot een Libische ‘bewaker’ in dienst van Walid een medepassagier dood die te lang om water smeekte.

Soms vinden lokale autoriteiten massagraven, met sporen van marteling. Een ongeteld aantal doden wordt ergens onderweg uit de overvolle wagens gegooid.

Ook dit deel van de reis kost een paar duizend dollar.

Vanuit de Libische stad Kufra begint het laatste deel van de reis over land, richting kampen van mensensmokkelaars dichter bij de kust. Voor wie het geluk heeft die levend te halen, begint de nachtmerrie pas echt.

Een goudklompje

De beelden van rijen met tientallen lijkkisten in geïmproviseerde mortuaria op het Italiaanse eiland Lampedusa domineren eind oktober 2013 het nieuws in Europa. Op nog geen kilometer van de kust is een vrachtschip vol vluchtelingen gekapseisd. 368 van de meer dan vijfhonderd passagiers verdrinken.

Dit nooit meer, zegt José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie. Om nieuwe rampen te voorkomen tuigt Italië een zoek- en reddingsoperatie op. In één jaar tijd worden zo 140.000 vluchtelingen uit zee gered.

Maar al snel vinden veel Europese politici dat de reddingsoperatie een aanzuigende werking op vluchtelingen heeft. Frontex, het grensbewakingsagentschap van de EU, neemt de operatie over, maar mag niet actief op zoek naar vluchtelingenbootjes. In 2017 krijgt de Libische kustwacht van EU-landen extra middelen, training en materiaal om te voorkomen dat de bootjes Europa bereiken. Die kustwacht, zo is dan al bekend, heeft vaak nauwe banden met mensensmokkelaars en wordt al gauw beschuldigd van het mishandelen en doden van vluchtelingen.

Intussen vraagt Italië andere Europese lidstaten om hulp: niet alleen om de vluchtelingen op te vangen, maar ook om de professionele organisaties achter de grootschalige smokkel te ontmantelen.

Petra Hoekstra is in 2017 net verantwoordelijk voor de aanpak van mensensmokkel bij het OM en zoekt naar een zaak om mee te beginnen. Bij een overleg over een zojuist afgerond onderzoek naar fraude met verblijfsvergunningen, hoort ze over drie Libische telefoonnummers en een handvol getapte gesprekken waarin een man met een Libisch nummer het heeft over ‘boten die aankomen’. Het is zogenoemde „restinformatie”.

Dat zijn de aanknopingspunten waar Kees, rechercheur bij de Koninklijke Marechaussee, mee aan de slag gaat. Veel is het niet, maar voor Kees blijkt het een goudklompje.

Uit de gegevens die hij opvraagt bij telecomproviders blijkt dat de drie Libische telefoonnummers in 2016 ruim driehonderd Nederlandse nummers hebben gebeld. Na overleg met data-analisten kiezen Kees en zijn collega-rechercheurs er zes uit die ze willen tappen – nummers die recent nog zijn gebeld door een van de Libische nummers.

In de afgeluisterde telefoongesprekken gaat het over instructies voor betalingen in Nederland, om mensen vrij te kopen die vastzitten in de detentiekampen in Libië. Nu weten Kees en zijn team het zeker: ze zijn iets op het spoor. Ze horen ook een naam: Kidane. Hij is de baas.

Navraag leert dat sommige Eritrese slachtoffers hebben geprobeerd aangifte te doen. Maar ze werden bijna even zo vaak weggestuurd

Een team van aanvankelijk tien rechercheurs probeert op alle mogelijke manieren slachtoffers van smokkelaar Kidane in Nederland op te sporen. Zo willen ze achterhalen wat de vluchtelingen hebben meegemaakt en zicht krijgen op de daders.

Zijn er misschien Eritreeërs in Nederland naar de politie gestapt om te vertellen hoe ze zijn afgeperst en mishandeld, vragen de rechercheurs zich af. Navraag leert dat slachtoffers op sommige politiebureaus hebben geprobeerd aangifte te doen. Maar omdat agenten meestal niet wisten wat ze met de verhalen aan moesten, werden ze daar bijna even zo vaak weggestuurd.

Andere rechercheurs struinen maandenlang Facebook af, waar een aantal Eritrese activisten de smokkel van hun landgenoten beschrijft en documenteert. Zo schraapt het team onderzoekers nuttige details over de smokkelaars en hun werkwijze bij elkaar. Voor de rechercheurs van de marechaussee is het wennen. Meestal duurt een onderzoek maar een aantal maanden en eindigt de operatie met een arrestatie.

Langzaam krijgen de rechercheurs meer potentiële Eritrese getuigen in beeld. Maar hun vertrouwen winnen blijkt lastig: taal- en cultuurverschillen staan in de weg. Op brieven, mailtjes en telefoontjes komt geen reactie. Het wantrouwen tegen alles wat van de overheid komt is simpelweg te groot. 

Een ingehuurde ‘cultural mediator‘ die de Eritrese omgangsvormen kent, legt uit wat ze verkeerd doen. Wil je contact leggen, dan moet je gewoon aanbellen, onaangekondigd. Dus rijden de rechercheurs steeds weer vanuit de Randstad naar Friesland, waar veel Eritreeërs wonen. Als ze mazzel hebben is er iemand thuis en mogen ze ook nog binnenkomen. 

De rechercheurs maken zich een paar woorden Tigrinya eigen en leren om tijdens een bezoek nooit het aanbod van een kop koffie af te slaan. Dat is een schoffering.

De emoties en herinneringen die rechercheurs met hun vragen oproepen maken de gesprekken intens. Dat hoort erbij, weten de rechercheurs: als ze oude wonden openrijten dan moeten ze luisteren naar wat het bij hun getuigen losmaakt. Zoals ze tijdens hun opleiding hebben geleerd: emoties komen van rechts, en hebben dus voorrang.

Terwijl ze op zoek zijn naar informatie over Kidane horen de rechercheurs ook steeds verhalen over een tweede man: Walid. Getuigen vertellen hoe verweven de zaken van deze twee smokkelaars zijn. De twee Eritreeërs verkopen vluchtelingen aan elkaar, regelen vaak samen de transporten. Zij bepalen wie blijft leven en wie sterft.

In een VN-rapport worden beide mannen genoemd als spil in de Libische mensensmokkel. Uit de verhalen blijkt ook dat Walid de influencer is van het tweetal. Hij weet dat het belangrijk is om op sociale media verhalen over een succesvolle overtocht te delen. Zo hou je de business gaande.

Al snel besluit Hoekstra om Walid toe te voegen aan het onderzoek naar Kidane. Zo jaagt Nederland nu op twee grote mensensmokkelaars.

Smeltend plastic

Illustratie Ming Ong

Bijna elke dag staan de mannen, vrouwen en kinderen die vastzitten uren in de rij op de zanderige binnenplaats. In de kampen ‘Road 51’ en ‘Chicken Farm’ aan de rand van het Libische stadje Bani Walid, moeten ze bellen naar familie in het buitenland. Hoewel ze al betaald hebben voor hun overtocht naar Europa, vragen hun smokkelaars opnieuw duizenden dollars. En hun familie moet dat regelen.

Op het moment dat de migranten iemand aan de lijn krijgen, beginnen bewakers hen te slaan, meestal met een stuk tuinslang. Het voelt als een zweep. Als het bellen tijdens de koude woestijnnacht gebeurt, worden ze eerst nat gespoten en moeten ze daarna door het zand rollen. Door de kou en het ruwe zand komen de klappen harder aan. Het gegil moet ervoor zorgen dat hun familie aan de veilige kant van de lijn alles doet om het geld bij elkaar te krijgen.

Zo vertelt een vrouw de Nederlandse rechercheurs hoe ze als 23-jarige vluchtte uit Eritrea met haar twee jongste kinderen nadat de politie haar huis binnenviel. Ze waren op zoek naar haar man die uit het leger was gedeserteerd. Haar twee oudste kinderen had zij bij haar dorpsgenoten achtergelaten. Ze betaalde 5.000 dollar aan een Libiër voor de overtocht, maar die verkocht haar door aan Walid. Aan hem moest ze nog eens 5.000 dollar betalen. In de twee maanden die het haar familie kostte om het geld bij elkaar te krijgen, werd ze elke dag met een waterslang geslagen. Elke dag smeekte ze haar familie het geld over te maken.

De meeste families doen er veel langer dan twee maanden over om het geld in te zamelen – vaak zijn ze arm. Ze scharrelen het bedrag bijeen door geld te lenen of bij familieleden en dorpsgenoten te bedelen.

Al die tijd verblijven de migranten in de overvolle loodsen in de kampen. Ze kunnen nauwelijks liggen, elk stukje vloer is bezet. Bijna iedereen zit onder de luizen of heeft schurft. Mensen krijgen tuberculose. Het eten bestaat uit een of twee borden droge macaroni per dag, die ze moeten delen met acht anderen, vertellen verschillende getuigen. Getuige 105 weegt nog dertig kilo als hij na maanden in Bani Walid aankomt in Italië. Hij is dan veertien jaar oud en 1,70 meter lang.

De klappen blijven niet beperkt tot de belrij. Je krijgt ze ook als je moet indikken in de snikhete loodsen of als het te druk wordt bij de paar wc’s die er zijn voor de naar schatting meer dan duizend mensen. Je krijgt klappen als je niet snel genoeg gaat zitten, of te snel opstaat. En soms krijg je gewoon klappen. Of erger.

Getuige 105 zag dat bewakers een migrant die na een ontsnapping weer was gepakt zo hard sloegen dat „één van zijn ogen er bijna uithing”. In een uitgelekt filmpje is een andere foltermethode vastgelegd. Te zien is hoe een naakte jongen onder schot wordt gehouden. Hij ligt op zijn buik op de grond terwijl iemand smeltend plastic over zijn rug druppelt. De jongen schokt en gilt. Getuigen vertellen hoe bewakers het haar van een meisje in brand staken. Op een ander filmpje ligt een jongeman op zijn buik. Zijn handen zijn achter zijn rug aan zijn enkels vastgebonden – zijn rug staat er hol van. Iemand slaat hem met een stok.

Dan zijn er nog de verkrachtingen, vertelt de ene na de andere getuige. Walid struint het kamp af op zoek naar vrouwen die hem bevallen om ze daarna onder dwang naar zijn huis, even verderop op het terrein, mee te voeren.

De handlangers van Kidane en Walid zijn zelf ook vaak vluchtelingen. Zij moeten in ruil voor hun boottocht hun bevelen uitvoeren. Kapo’s worden ze genoemd. Sommigen lijken volgens getuigen van hun taak te genieten, anderen klagen dat ze niet anders kunnen. En heel soms tonen ze medeleven. Dan zeggen ze: „We slaan je niet, maar je moet wel schreeuwen als je je familie belt, want die moeten schrikken.”

Wie niet voor de overtocht kan betalen, zit maandenlang in de loods en moet overleven tot hun familie hem of haar weet vrij te kopen.

Al die tijd waart de dood rond. Bijna alle getuigen vertellen dat ze lotgenoten zagen sterven. Soms door ziekte of ondervoeding, of doordat hun lichaam het opgaf na weer een afranseling. Getuige 81 zag hoe twee migranten probeerden te ontsnappen door over de muur te klimmen. De bewakers sloegen hen met stokken, zo hard dat ze overleden. Meerdere getuigen zagen zwangere vrouwen en hun baby’s sterven tijdens de bevalling.

Eén getuige zat acht maanden in de loods. Elke ochtend deed hij eerst al zijn kleren uit in een poging de luizen eruit te krijgen. Toch kon hij niet stoppen met krabben. „Ik had overal open wonden, bloed en pus”, vertelt hij de rechercheurs. „Ik kon bijna niet zitten. Het enige wat je denkt is: wanneer ga ik dood?”

Het vakantiehuis

Op een vakantiepark in het Friese Balk hebben rechercheurs eind 2019 een huisje gehuurd. Het ligt vlak bij het plaatselijke asielzoekerscentrum. Hier kunnen ze in alle rust de getuigen horen die medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hebben opgehaald. De IND’ers zijn in mei afgereisd naar vluchtelingenkampen in Niger. Daar verblijven drieduizend vluchtelingen die VN-troepen uit buurland Libië hebben geëvacueerd. Door de burgeroorlog daar is de situatie voor vluchtelingen erbarmelijk. Nederland heeft toegezegd een deel van hen op te vangen.

De afgereisde IND’ers hebben in Niger ook mensen gevonden voor wie in Nederland geld is betaald voor de smokkel naar Europa. Dit biedt het onderzoeksteam een unieke kans: zij zijn potentieel interessante bronnen. De vluchtelingen worden geplaatst in het asielzoekerscentrum in Balk.

De rechercheurs willen het formele verhoor voor de getuigen zo veilig mogelijk maken. De camera’s en microfoons in de woonkamer staan verdekt opgesteld om de huiselijke sfeer te behouden. De Eritreeërs krijgen wat te eten en drinken, zitten op de bank. En als ze even terug willen naar het azc, kan dat. De rechercheurs willen hun getuigen de ruimte geven, voorkomen dat het herbeleven van hun vlucht tot nieuw trauma leidt.

Rechercheur Kees en een collega praten een maand lang uren per dag met zo’n tien mensen. In de slaapkamer kijkt en luistert een derde collega mee. Alleen is die wintermaand de verwarming in de slaapkamer stuk. Dik ingepakt stuurt de rechercheur vanaf de bedrand zijn opmerkingen per chat aan zijn collega’s in de behaaglijk warme woonkamer.

Familieleden kregen een mobiel Nederlands nummer door. Als ze dat belden kregen ze te horen waar ze het geld moesten afleveren

De getuigen vertellen gedetailleerd over hun tocht door de woestijn, hun verblijf in de kampen van Bani Walid, de samenwerking tussen Walid en Kidane. Zo bouwt het onderzoeksteam een stevig dossier op.

Ze vertellen hoe de betalingen werden geregeld. Familieleden in Nederland kregen vanuit Bani Walid een mobiel Nederlands nummer door. Als ze dat belden, kregen ze te horen waar ze het geld moesten afleveren. Dat was vaak op treinstations, in een plastic tas. Een observatieteam van de marechaussee weet een paar keer zo’n overdracht vast te leggen. Dat leidt de rechercheurs in juni 2019 onder meer naar een Eritreeër in Brabant, waar ze bij een inval cash en digitale kasboeken aantreffen.

Handlangers als deze geven het geld door aan een zogenaamde broker – een onderwereldbankier die weer in contact staat met een evenknie in Dubai. Daar wordt het bijvoorbeeld weggestreept tegen hetzelfde bedrag of verdwijnt het in lokaal vastgoed.

Via dit ‘hawalabankieren’ – hawala is Arabisch voor ‘overdracht’ – verrekenen criminelen in Europa en Afrika onderling miljoenen, zonder dat er één euro een landsgrens passeert.

Zodra het geld ergens op een Nederlands treinstation is overhandigd, vertellen de getuigen in het vakantiehuisje in Balk, gaat er een bericht naar het betreffende kamp in Libië.

Dobberen

Illustratie Ming Ong

Rond tien uur ’s avonds lopen 95 klanten van Walid richting het Libische strand. Het is 20 april 2018. Na hun vlucht uit Eritrea, hun tocht door de Soedanese en Libische woestijn en hun verblijf in Bani Walid kan vannacht eindelijk het laatste deel van hun tocht beginnen. Twee baby’s worden aan boord getild, een is zestien dagen oud.

Wekenlang hebben ze op een boerderij aan de kust zitten wachten tot er een boot beschikbaar was. Daar mochten ze heen nadat Walid op een dag de loods binnenkwam en hun namen oplas. Hun familieleden hadden betaald.

Het is dringen op de blauwe rubberboot met een lengte van zo’n twaalf meter. De 95 reizigers passen er nauwelijks in. Een van de opvarenden krijgt een kompas. Sommigen krijgen een dun zwemvestje, de meesten niet. Hun smokkelaars blijven achter op het strand. Ze moeten zich nu alleen redden.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Met de kleine buitenboordmotor kunnen ze niet veel vaart maken. Urenlang varen ze in het donker naar het noorden. Als de zon opkomt, zien ze alleen zee om zich heen. Zeventien uur dobberen ze zo rond.

Op 120 kilometer van de Libische kust zien ze het particuliere reddingsschip Sea Watch. Vrijwilligers varen zo snel ze kunnen naar de blauwe boot en beginnen met het uitdelen van zwemvesten. Maar dan krijgen ze een oproep van de Italiaanse autoriteiten: een Libisch kustwachtschip zal de vluchtelingen oppakken en ze terugbrengen naar Libië.

Als het kustwachtschip nadert, breekt onder de vluchtelingen paniek uit. „No Libya”, horen de vrijwilligers hen schreeuwen. De een na de ander springt het water in en probeert zwemmend de Sea Watch te bereiken. Sommigen spartelen hulpeloos in zee rond.

Uiteindelijk staan de Libiërs toe dat de Sea Watch de Eritreeërs oppikt. Vrijwilligers proberen de gillende vluchtelingen gerust te stellen, zodat ze veilig het schip in kunnen klimmen.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Het is voor Walid een lucratieve dag, zo zal het Openbaar Ministerie later berekenen. Deze boot heeft hem minstens 300.000 dollar opgeleverd. De smokkel die het OM denkt te kunnen bewijzen levert Walid in totaal zo’n 1,7 miljoen euro op, becijfert Hoekstra. Het is vermoedelijk een fractie van zijn inkomsten.

Ondanks hun littekens en trauma’s behoren de migranten op de blauwe boot tot de gelukkigen. Net als de duizenden andere vluchtelingen die in overvolle, lekkende boten, vaak zonder motor en zwemvesten, met nauwelijks eten of drinken, zeeziek en koud op volle zee werden achtergelaten – en werden opgepikt.

Ten minste dertigduizend lotgenoten haalden het niet – en vermoedelijk veel meer. Zij verdronken de afgelopen jaren in de Middellandse Zee, ergens tussen de Libische stranden en de Italiaanse havens. Soms spoelen hun lichamen aan, vaak niet.

Manhunt

In het militair hoofdkantoor van de NAVO in Brunssum staat op woensdagochtend 20 november 2019 verse Limburgse vlaai uitgestald.

Iedereen die aan het onderzoek meewerkt is erbij: teamleiders, coördinatoren, rechercheurs, parketsecretarissen en dossiervormers. Het zijn bijna negentig mensen. Petra Hoekstra heeft bewust voor Brunssum gekozen – dan voelen marechaussees uit Limburg zich volwaardig lid van het onderzoeksteam.

Aan het eind van de dag spreekt Hoekstra het team toe. „We gaan voor de maximale straf!”

Inmiddels weet het team hoe de smokkel werkt. Nu moeten ze bewijzen dat hun verdachten de mannen zijn waar hun getuigen het over hebben.

Bij Facebook vorderen rechercheurs informatie uit het privégedeelte van een account dat ze aan Kidane hebben gelinkt. Nu weten ze hoe hij eruitziet. Wat ze nog nodig hebben is zekerheid over zijn identiteit: naam, geboortedatum en geboorteplaats.

Daarvoor komt het team in Zweden uit. Daar woont een vrouw die volgens haar Facebookaccount is getrouwd met Kidane en kinderen met hem heeft. Met hulp van de Zweedse autoriteiten bemachtigt het onderzoeksteam de geboorteakte van zijn kinderen met daarop de ontbrekende geboortegegevens en de volledige naam van hun vader.

Een huiszoeking van de Zweedse politie bij het gezin ergens op het Zweedse platteland levert nog meer informatie op, zoals foto’s van gezinsvakanties in Dubai en Ethiopië.

Het team verzamelt vier verschillende geboortedata van Walid, meer dan elf namen, diverse Facebookaccounts en foto’s

Walids identiteit is ingewikkelder vast te stellen. In de loop van het onderzoek verzamelt het team vier verschillende geboortedata van hem, meer dan elf namen, diverse Facebookaccounts en foto’s. Van de man op die foto’s zeggen getuigen: dat is Walid.

Begin januari 2020 is het onderzoeksteam voor een weekend teambuilding in Antwerpen. Na de escaperoom en een etentje krijgt de teamleider een telefoontje. „Kidane is opgepakt!” Hij is aangehouden in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

Hun blijdschap zullen alle aanwezigen zich jaren later nog herinneren. Als ook Walid zes weken later in Ethiopië wordt aangehouden, is de stemming euforisch. Na al die jaren is er opeens een kans dat de verdachten in Nederland voor de rechter komen. Maar eerst moeten de rechtszaken in Ethiopië worden afgehandeld.

Daar gaat het mis.

Op 18 februari 2021 ontsnapt Kidane uit de rechtbank in Addis Abeba, waar hij terechtstaat voor mensensmokkel. Op de wc wisselt hij zijn oranje gevangenisoverall voor kleding die daar voor hem is klaargelegd, zo schrijft de Ierse Sally Hayden die als enige westerse journalist ter plaatse de rechtszaak volgt. Ongestoord loopt Kidane het gebouw uit.

Het ongeloof binnen het onderzoeksteam is groot. De leden vrezen dat hun getuigen uit angst of frustratie zullen afhaken. En het leidt tot onzekerheid. Gaat het onderzoek wel door, juist nu ze in de beslissende fase zitten?

De jacht op Kidane, die in Ethiopië bij verstek levenslang krijgt, begint opnieuw. Vijf van de inmiddels dertig rechercheurs zetten zich aan wat ze the manhunt noemen. Maar wat kun je uitrichten vanuit Nederland tegen een gefortuneerde crimineel die op de vlucht is in vermoedelijk Afrika?

Uitlevering

Walid wordt in Ethiopië tot achttien jaar veroordeeld voor mensensmokkel. Het team is bang dat ook hij zal ontkomen – reden dat Petra Hoekstra met haar collega’s van het OM intensief werkt aan zijn uitlevering. Makkelijk is dat niet. Een uitleveringsverdrag met Ethiopië heeft Nederland niet, formele contacten zijn er amper.

Begin 2022 is er onverwacht succes. Hoewel Walid zijn straf nog lang niet heeft uitgezeten, blijkt Ethiopië bereid hem uit te leveren.

Begin oktober vliegt een team van marechaussees naar Addis Abeba. Ethiopische militairen rijden Walid met een escorte van een afgelegen gevangenis naar de luchthaven. Om ontsnapping te voorkomen zijn maar een paar mensen op de hoogte van de overdracht.

Maar bij de douane worden ze tegengehouden, vertelt een direct betrokkene. Er ontbreekt een stempel op Walids uitreispapieren, zegt een beambte.

Het is rond middernacht. Wie de Nederlanders ook bellen, geen Ethiopische functionaris neemt op. Ook de minister van Justitie niet. De Nederlanders zien hoe het toestel van Air France opstijgt – zonder Walid. Ze zoeken een plekje op het vliegveld om hem vast te houden. Een ontsnapping, op het allerlaatste moment, zou desastreus zijn.

Een dag en veel telefoontjes later klemmen de marechaussees, in donkerblauw burgerpak, Walid tussen zich in en nemen hem mee naar de achteringang van een vliegtuig. Daar zetten ze de kleine Eritreeër tussen zich in. Walid verzet zich hevig. Hij is bang dat hij wordt uitgeleverd aan Eritrea. Als hij hoort dat de bestemming Nederland is, ontspant hij.

Vanaf de vooringang loopt het vliegtuig daarna vol met onwetende passagiers.

Zo arriveert de gevreesde mensensmokkelaar op 5 oktober 2022 op Schiphol, in een land en op een continent waar hij nooit eerder is geweest.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Persoonsverwarring

Hij is niet de man die ze zoeken, zegt de verdachte Eritreeër tijdens verhoren tegen de rechercheurs in de vijf maanden na zijn aankomst op Schiphol. Dhalak Kirios Yaya is zijn naam, zegt hij.

Opvallend, want bij zijn aanhouding in Ethiopië droeg de verdachte een paspoort bij zich met daarin wéér een andere naam. De pasfoto in dit document is wel van hem, erkent de Eritreeër. Een foto van dit vervalste paspoort is begin 2018 verzonden naar het Facebookaccount ‘Walid Boss’. Op de vraag hoe het mogelijk is dat dit paspoort daar opdook, geeft hij geen antwoord. Het is illustratief voor het schimmenspel dat de Eritreeër speelt, net als de vier verschillende geboortedata die hij tijdens de verhoren opgeeft.

Wat de verdachte niet weet, is dat de telefoongesprekken die hij voert vanuit de gevangenis in het Limburgse Grave worden getapt. Zo bestelt hij via een Zwitsers contact een Eritrees rijbewijs „uit 2004” waarop een naam moet komen die nagenoeg identiek is aan de naam die hij de rechercheurs heeft gegeven. Hij geeft de ontvanger duidelijke instructies: „Ik heb ze verteld dat ik bij defensie ben opgeleid en dat [rijbewijs] daar heb gehaald.”

Het is voor het OM een van de vele bewijzen dat Walid zijn ware identiteit probeert te verhullen om vervolging te ontlopen.

Een nieuw rijbewijs is niet het enige dat hij vanuit hechtenis probeert te regelen. Zo geeft Walid in januari 2023 telefonisch de opdracht een getuige op te sporen en te zorgen dat ze haar belastende verklaring aanpast. Het is getuige 84, de vrouw die met twee kinderen uit Eritrea was gevlucht en in Bani Walid elke dag werd geslagen. Walid: „Dat ze wel komt opdagen om te getuigen maar dat ze haar woord moet veranderen.” De vrouw staat opnieuw doodsangsten uit nu Walid via het procesdossier haar identiteit heeft weten uit te vogelen.

Om herhaling te voorkomen plaatst justitie Walid over naar de gevangenis in Krimpen aan den IJssel, op een afdeling met intensief toezicht.

Zwijgrecht

Eind 2025 moet officier van justitie Petra Hoekstra het karwei in de rechtszaal in Zwolle afmaken.

Iedere zittingsdag verschijnt Walid – gekleed in een spijkerbroek, een gewatteerd jack en op witte Nikes – met cipiers via de zijdeur om daarna glimlachend zijn advocaten te begroeten.

Drie dagen horen aanwezige getuigen de verklaringen over honger, ontvoeringen, afpersing, foltering, verkrachting en dood voorbijkomen. Sommige verklaringen ontbreken – een aantal getuigen kreeg zo’n psychische klap toen ze hun verhaal weer bij de rechter-commissaris moesten vertellen, dat die de verhoren afbrak.

Telkens vraagt de voorzitter van de rechtbank aan Walid om te reageren – wat víndt hij van die verhalen? Even zo vaak beroept de Eritreeër zich op zijn zwijgrecht. „Jammer”, zegt de voorzitter. „Dan blijft ook dit in het midden.” Er is sprake van een persoonsverwisseling, is het verweer van Walids advocaten.

Op een van de laatste dagen mogen slachtoffers zelf een verklaring afleggen. Een van hen is getuige 114. Hij vertelt over het pistool tegen zijn slaap, het sterven van de zieke Josie. Dan gaat hij weer zitten.

Aan het einde van de dag steekt hij zijn hand op. Mag hij nog één ding zeggen? De voorzitter knikt. Langzaam loopt de getuige naar voren. „Ik denk nog steeds aan de overledenen die we hebben achtergelaten. Ik wil mentale rust krijgen en antwoord hebben”, zegt hij tegen de verdachte. „Daarom mijn vraag: hebben jullie meneer Josie begraven?”

Een antwoord krijgt hij niet.

Aan het einde van de zittingsdagen eist Petra Hoekstra de maximale straf: twintig jaar cel. Eigenlijk past levenslang beter bij de immense schaal en extreme wreedheid van Walids operatie, zegt ze. Maar dat is juridisch niet mogelijk. Drie weken later veroordeelt de rechtbank in Zwolle Walid tot twintig jaar.

Epiloog

Op 1 januari 2023 pakken de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) na een spectaculaire operatie Kidane op in Soedan, waar hij dacht ongestoord zijn vrouw en kinderen uit Zweden te kunnen ontmoeten.

Op kerstavond 2025, na lange onderhandelingen, leveren de Emiraten Kidane uit aan Nederland. Nu kan ook hij worden berecht.

Petra Hoekstra is thuis als ze hoort dat Kidane in het vliegtuig zit. Weer valt het dubbeltje de goede kant op, denkt ze. Het lijkt wel voorzienigheid. Ze doet een vreugdedansje.

Lees het hele artikel