Het idee dat strips alleen voor kinderen zijn, dat eeuwige mantra, is allang weerlegd, maar voor één keer gaat het alleen over strips voor zeven- tot twaalfjarigen. En wat meteen opvalt: strips zijn veranderd. Om te beginnen is het bekende grote formaat overboord gegooid; strips van nu zijn kinderboekenformaat, vaak met een harde kaft. Logisch, omdat veel strips tegenwoordig verschijnen bij uitgevers van kinderboeken. Dat ging in 2018 echt storm lopen, toen het eerste deel van de populaire stripreeks Dog Man van de Amerikaan Dav Pilkey uitkwam: de strip over de politiemanhond die strijdt tegen de gemene kat Karel is waanzinnig populair. Van deel 1 werden in Nederland 75.000 exemplaren verkocht. Het succes van die reeks, die intussen uit dertien delen bestaat, is niet in de laatste plaats te danken aan de ijzersterke vertalingen van Tjibbe Veldkamp.
In het kielzog van Dog Man volgde een flink aantal soortgelijke reeksen, die werken volgens een beproefd recept: veel actie, een razend tempo en een hoge grapdichtheid, zoals Bunnie vs Monkie van Jamie Smart, over een konijn en een aap (duh!) die elkaar de hele tijd dwarszitten. Dat is ook al een verkoopkanon: van de reeks gingen 125.000 exemplaren over de toonbank. Andere titels zijn Loesjkin (Jamie Smart), Super Luier Baby (Dav Pilkey) en Kapitein Onderbroek (Dav Pilkey), strips met een identieke uitstraling, waarin behoorlijk wat scheten klinken.


De rode knop
Van een andere orde is het eerste deel van De Etterelfjes van Huw Aaron: veel beter getekend en met meer avontuur dan actie. Als op een dag alle eetwaar in het magazijn is bedorven, moet daarvan verslag worden gedaan bij de hoge bazen. Een gevreesd klusje, maar niet voor het dappere elfje Pip. Dat verveelt zich toch maar stierlijk en heeft wel zin in een beetje spanning. Het verhaal dient zich vanzelf aan, door steeds weer nieuwe obstakels. Het eerste deel is net verschenen, deel 2 komt al in november: de verschijningsfrequentie is bij al deze titels hoog.
Wat de strips zo onweerstaanbaar maakt, is hoe de figuurtjes zijn bedraad: ze trekken zich nergens wat van aan en de problemen die dat veroorzaakt zie je mijlenver aankomen. Als ze bijvoorbeeld een grote rode knop tegenkomen, met duizend waarschuwingen eromheen die zeggen: niet op drukken, dan weet je dat dat het eerste is wat ze doen. Dat houdt de spanning erin. Op internetfora reageren ouders verbaasd en verheugd tegelijk: hun kind las nooit, maar deze verhalen worden verslonden. De jonge lezers doen hun eerste leeservaringen op, geholpen door de plaatjes. Voor de nog iets jongere zijn het ideale voorleesboeken. De verhalen zitten verbazend knap in elkaar en hebben dezelfde tekstuele speelsheid als de Boomhut-verhalen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/15151022/200726CUL_2033847870_-etterelfjes.jpg)
De Eeuwige Vlam
Het is opvallend dat de strips voor de jongste lezers vooral uit Engelstalige landen afkomstig zijn (en bijna altijd van mannelijke schrijvers), terwijl strips voor de jeugd vanaf negen vaker van eigen bodem komen. Dat heeft te maken met meidenblad Tina, dat veel werk van Nederlandse auteurs publiceert, zoals Marloes de Vries, Lisa van Winsen, Jan Vriends, Nova de Hoo en Robbert Damen. De populairste serie uit Tina is Suus & Sas van Gerard Leever, een strip over een grappige tweeling die in allerlei herkenbare situaties verzeild raakt. De strip staat intussen precies 25 jaar achterop de Tina en dat wordt gevierd met een heerlijke pocketbundel van bijna 200 pagina’s, met alle hoogtepunten van de afgelopen kwarteeuw. De korte verhalen, van één tot vier pagina’s, zijn tijdloos en positief. Er gaat een heel vriendelijke sfeer vanuit, wat de populariteit van de reeks verklaart.


Wie in de vakantie voor spanning kiest, heeft geluk, want onlangs verschenen de eerste twee delen van de internationale hitserie Lightfall van Tim Probert. Lightfall is het verhaal van Bea, die in de wereld van Irap woont, samen met haar opa die magiër is. Als opa op een dag spoorloos verdwijnt, vindt Bea een mysterieus briefje en een stolp met de Eeuwige Vlam. Die vlam moet koste wat kost blijven branden, want anders zal de wereld in duisternis worden gehuld. Bea zet alles op alles om haar opa terug te vinden en komt onderweg een bijzondere figuur tegen: Cadwallader, een Galduriër die op zoek is naar zijn volk. Samen gaan ze op pad en trotseren ze allerlei beproevingen. Het epische verhaal is schitterend getekend, met landschappen die doen denken aan de anime van Hayao Miyazaki en zijn filmstudio Ghibli. De sfeer is te vergelijken met de avonturenstrips van Hilda (bekend van de gelijknamige Netflix-tekenfilmserie) van Luke Pearson, over het meisje dat het goed kan vinden met reuzen en trollen, nóg een aanrader van jewelste.




Klassiekers
Twee klassiekers mogen eigenlijk niet ontbreken in de vakantiekoffer of naast de tuinstoel: van de geschiedenisstrip Van nul tot nu is er een compleet album met alle verhalen van de prehistorie tot onze tijd. De strip, die oorspronkelijk verscheen in Donald Duck, gaat al generaties mee en verveelt nooit. Het is ideaal leesvoer én een mooie manier om met kinderen over geschiedenis te praten. En stiekem ook interessant voor volwassenen, want hoe zat het ook alweer met de Hugenoten?
Nog een trip down memory lane is de zesdelige strip die is afgeleid van de nostalgische tv-serie uit de jaren tachtig, Er was eens… de mens. De verhalen die worden verteld door Maestro, een blootvoetse bejaarde met een baard tot op de grond, zijn in stripvorm even leerzaam en vrolijk. We volgen Pieter, Pieternel, Dikkie en Naarling en gaan langs bij de Egyptenaren, Vikingen en Romeinen tot aan de Tachtigjarige Oorlog. Behalve de geschiedenisverhalen zijn er ook boeken over het menselijk lichaam (Er was eens… het leven) en de ruimtevaart.


/https://content.production.cdn.art19.com/images/55/d5/b0/cf/55d5b0cf-fb0a-4a73-8c69-d00aadf48f63/903cb174fb1eebc0cfff5aad8dfcc42f9031cecc3bde2001af1e8f0ae17380127252eb4dd39eb089ccd4c31988a7004837504292becec5eb82d4588e7755c996.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data150929906-beeb09.jpg)





English (US) ·