In de avond van 27 augustus 2024 krijgt viceadmiraal Boudewijn Boots een alarmerend telefoontje. Hij is dan als plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten de hoogst aanwezige militair op het ministerie van Defensie. Zijn baas, generaal Onno Eichelsheim, heeft net vakantie. De computersystemen vallen één voor één uit, hoort Boots. En niet alleen bij Defensie, ook op andere ministeries en op luchthavens. Deuren gaan niet open of dicht, passagierslijsten raken onvindbaar.
In de daaropvolgende tien uur heeft Boots geen idee wat er aan de hand is. „Ik dacht steeds: wat volgt?”, vertelt hij op het terras van landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum. Een zeemijn in de Rotterdamse haven? Vliegtuigproblemen boven Schiphol? Een Russische cyberaanval? Boots: „De wereld is nu zo onzeker dat ik altijd rekening houd met een aanval.” Tot zijn opluchting blijkt het een technische fout op het zwaarbeveiligde netwerk dat ministeries met elkaar verbindt.
Boots heeft op deze warme ochtend in juli net zijn afscheidsreceptie achter de rug; op 1 augustus gaat hij met pensioen. Op dit landgoed werkte hij afgelopen ruim anderhalf jaar als Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht – de militaire ombudsman die toeziet op de leef- en werkomstandigheden van militairen. Daarvoor was hij de plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten, de op een na hoogste baas van de krijgsmacht.
Met zichtbaar plezier leidt Boots rond in de monumentale villa in Engelse stijl. Boven de schouw hangt een portret van prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, de eerste inspecteur-generaal, in 1945. „Vier of vijf” andere schilderijen van de prins heeft Boots naar de opslag laten brengen: „Ik wilde het instituut iets meer bij de tijd brengen.” In de vergaderzaal hing hij vlak voor zijn pensioen een ingelijste Oekraïense vlag op, gesigneerd door president Zelensky.
Op de containervaart
Boudewijn ‘Bud’ Boots (1964) wilde al jong de wijde wereld in, vertelt hij. Voor het avontuur, weg van zijn ouderlijk huis in Veghel. Zijn vader en moeder dronken en konden gewelddadig zijn, de politie en de kinderbescherming kwamen met regelmaat over de vloer. Op zijn zeventiende belandden zijn drie broers en hij in een bevriend pleeggezin. „Met de hakken over de sloot” haalde hij zo zijn havodiploma en kon hij naar de hogere zeevaartschool.
Hij voer containers naar het Midden-Oosten voor Nedlloyd en wilde uiteindelijk loods worden. Toen in het vierde schooljaar een man „in een marinepak en met een aanzienlijke buik” langskwam met een voorstel, tekende hij: 18 maanden dienstplicht, betaald.
Zo vertrekt hij in 1988, 24 jaar oud, naar de Perzische Golf om mijnen te ruimen in de Straat van Hormuz. Iran is in oorlog met Irak, er worden koopvaardijschepen aangevallen, een Amerikaans fregat loopt op een zeemijn. „Wij voeren daar met ons kleine bootje tussendoor, op zoek naar van die bollen met stekels onder water”, herinnert Boots zich. „We zagen explosies, hoorden noodoproepen op de radio, maar hadden geen idee van wat er om ons heen gebeurde.”
Uw missie was gevaarlijk, maar niemand herinnert zich haar nog.
„De missie had een enorme impact op me en bijna niemand wist ervan. Ik moest flink wennen toen ik terugkwam. Met de kennis van nu denk ik dat ik een lichte vorm van posttraumatische stressstoornis had.”
Boots gaat na zijn dienstplicht een post-hbo-opleiding doen in Rotterdam en werkt daarna in het verpakkingsbedrijf van een oom. Maar hij mist het gevoel van relevantie en het clubgevoel van het marineschip. Op een dag ziet hij voor het station in Eindhoven een billboard van de marine: ‘Met hbo ben je het zó’. Hij meldt zich aan.
U maakte de nadagen van de Koude Oorlog mee. Nu bereidt de krijgsmacht zich opnieuw voor op een oorlog met Rusland. Hoe gevaarlijk is de situatie?
„Rusland heeft al tijden de capaciteit om een oorlog te beginnen, maar wij hebben ons lang vergist in Poetins intentie. Voor de invasie in Oekraïne dacht ik nog dat hij zijn spierballen liet zien om serieus te worden genomen. Nu houden we rekening met het slechtste scenario.”
Hoe ziet dat eruit?
„Oorlog.”
Boots denkt niet dat Nederland daar klaar voor is. „Mijn ogen zijn opengegaan in coronatijd. Als je die impact op de maatschappij extrapoleert naar tijden van conflict, dan ben ik bezorgd of we dat aankunnen.” Hij noemt de bosbranden in Spanje en Portugal („mensen lieten familie en vrienden achter om weg te komen”) en die storing op dat glasvezelnetwerk. „We werden overvallen door het feit dat aan zo’n koperen ring van tien kilometer 76 cruciale informatiesystemen gekoppeld waren.”
Zowel politici als militairen hameren op maatschappelijke weerbaarheid, maar hoe krijg je dat voor elkaar?
„Houd het simpel en behapbaar. Geen nationale rampenoefening, bij grote doemscenario’s haken mensen af. Maar maak in je straat afspraken met elkaar. Wie heeft welk stukje van een noodpakket? Niet iedereen hoeft veertig batterijen in huis te hebben. Als één buurman een waterpomp heeft met een filter erop, heeft de hele straat water. Een ander heeft misschien een generator om die pomp van stroom te voorzien.”
In zijn eigen straat wonen nóg twee militairen. En nee, zij hebben onderling geen afspraken gemaakt. Er zijn wel oefensessies in Alkmaar, hoorde hij van de burgemeester van zijn woonplaats. „Ik ben daar niet somber over.” Hij denkt dat veteranen ook een belangrijke rol kunnen spelen in de voorbereiding op een mogelijk conflict. Zelf haalde hij twee plastic kratten bij Karwei, checkte zijn campinggasstel, kocht gevriesdroogde maaltijden bij Bever voor drie dagen met vier mensen.
Boots zag hoe moeilijk het is om mensen een hoger gevoel van urgentie te geven. „In Heerhugowaard sprak ik twee uur lang met leerlingen van mbo 3 en 4 over weerbaarheid. Na afloop vroeg ik: maar wie van jullie gaat nu ook echt iets dóen? Het was lang stil. Toen stak een jongen zijn hand op: ‘Ik woon nog thuis, dat doen mijn ouders wel’.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/20084408/240726OND_2035035388_boots3.jpg)
Boudewijn Boots: „Als iedereen bij Defensie precies weet wat zijn of haar taak is als het oorlog wordt, heb je een gemakkelijker gesprek.”
Foto Merlijn DoomernikDe weerbarstige praktijk
Bij de marine leert Boots varen, vechten, leiden. Hij blijkt een talentvol navigatieofficier, geeft niet op, ligt nergens echt wakker van, kan naar eigen zeggen „veel dingen goed genoeg”. Hij stijgt snel in rang. Boots draagt bij aan drugsbestrijdingsoperaties in het Caribisch gebied, leidt in NAVO-verband trainingen aan Afghanen in Kabul en doet en leidt grote internationale missies op zee. Een om een blokkade tegen voormalig Joegoslavië te handhaven, een anti-terrorismemissie, een tegen piraterij bij Somalië, en meer.
Als hij zo’n beetje alle functies op zee heeft vervuld en er de hoogste rang heeft bereikt, wordt hij, tegen zijn zin, op een kantoor in Den Haag geplaatst, als directeur operaties. Dan breekt de coronapandemie uit. Ook in zijn daaropvolgende functie als tweede man van de krijgsmacht neemt hij de coronataken op zich.
Op uw afscheidsreceptie zei Commandant der Strijdkrachten Onno Eichelsheim dat u te maken had met een „vrijwel onophoudelijke reeks aan crises”…
„…Ja en altijd als hij net op reis was, haha.”
Het is in 2021 de Taliban die oprukt in Afghanistan, waardoor Nederlandse en Afghaanse medewerkers met spoed uit Kabul moeten worden gehaald. Rusland valt Oekraïne binnen, 2022. De evacuatie van Nederlanders in Soedan in april 2023. „Van Kabul hadden we geleerd dat we eerder moesten beginnen, beter moesten samenwerken met het ministerie van Buitenlandse Zaken en elke vliegtuigstoel moesten benutten om mensen weg te krijgen.” Vanaf 7 oktober 2023: oorlog in het Midden-Oosten.
Als inspecteur-generaal was u ook adviseur van minister Dilan Yesilgöz (Defensie, VVD). Wat adviseerde u haar?
„Ik heb gezegd: het is prima om te benadrukken hoe goed het allemaal gaat. De defensie-uitgaven stijgen, we geven 25 miljard per jaar uit. Maar geef óók een stem aan de gewone militairen op al die kazernes en vliegbases die grote problemen ervaren. Er komen veel nieuwe mensen bij, maar de huisvesting is nog niet op orde, er zijn nog niet genoeg voorraden. Houd oog voor de weerbarstige praktijk van alledag.”
Van minister Yesilgöz zien we vooral juichende berichten op sociale media.
„Mijn opmerking tegen de minister was: prima, maar zet daar ook eens een tweede bericht naast.”
Doet ze dat nu?
„Mijn advies was aan de hele leiding. Staatssecretaris Derk Boswijk pakt dat heel goed op. En de Commandant der Strijdkrachten ook.
Defensie wil groeien naar een organisatie die in oorlogstijd kan oplopen tot 200.000 mensen [dat zijn er nu 82.000] en haalt meer mensen binnen. Ervaren militairen klagen dat nieuwe collega’s minder goed zijn getraind. Hebben ze gelijk?
„We hebben de opleidingen ingekort tot wat echt nodig is. We komen uit een tijd dat we militairen voor alles wilden opleiden. Dat is nu niet nodig. De Commandant der Strijdkrachten heeft gezegd: we gaan kwantiteit voor kwaliteit stellen. Dat begrijp ik.”
Er wordt nu moeilijker en realistischer geoefend met minder goed opgeleid personeel. In anderhalf jaar tijd zijn drie militairen omgekomen bij oefeningen. Is dat uit te leggen aan de nabestaanden?
„Nee, dat is niet te rechtvaardigen want het is geen oorlog. We moeten zo realistisch mogelijk oefenen, maar als werkgever hebben we de verantwoordelijkheid om dat zo veilig mogelijk te doen. We moeten meer naar een cultuur waarin een compagniescommandant tegen zijn hogere commandant kan zeggen: ‘Ik kan deze nacht niet meedoen, want mijn mannen en vrouwen moeten echt even slaap inhalen’.”
Die cultuur was niet goed?
„Dat denk ik niet, maar die is nu wel aan het verbeteren. De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzocht twee van de drie ongelukken en concludeerde dat militairen bijvoorbeeld te weinig ervaring hadden met oefenen in de nacht.”
Een paar jaar geleden stopten oefeningen na een dodelijk ongeval. Gebeurt dat nog?
„Nu wordt soms alleen de eenheid uit een oefening gehaald. Zo’n grote, internationale oefening van duizenden mensen gaat door. Dat is goed.”
In de afgelopen decennia was militair een beroep met risico’s, vergelijkbaar met de brandweer of de politie. Nu weten militairen dat er een grote kans is dat ze niet terugkomen. Wat doet dat met ze?
„Tijdens mijn werkbezoeken heb ik aan iedereen die vraag gesteld. Sommigen zeggen: daar hebben we voor getekend. Dan is het de vraag of ze er echt goed over hebben nagedacht, dus stel ik een verdiepende vraag: realiseer je je dat het iemand anders is die op de startknop drukt, en dat er niet per definitie een stopknop is?”
Ook dat klinkt nog tamelijk abstract.
„Jazeker. Het is ook ongemakkelijk om het erover te hebben.”
Als je mensen wilt voorbereiden op wat ze staat te wachten moet je toch zo duidelijk mogelijk zijn?
„Begin dit jaar bracht ik een rapport uit over de morele component – de mentale gereedheid en de bereidheid om te vechten en te winnen. Daarin is een van mijn adviezen: als iedereen precies weet wat zijn of haar taak is als het oorlog wordt, dan heb je een veel gemakkelijker gesprek. Daar zijn we nu mee bezig bij Defensie. Een oorlogsorganisatie betekent dat iedereen, van de kassière bij de cateraar tot de frontsoldaat, weet wat hij of zij moet doen als het zover is.
We spraken de afgelopen tijd reservisten, mensen in verkorte militaire opleidingen, in een dienjaar. Geen van allen weet waarvoor ze getekend hebben, dus of ze moeten vechten als er oorlog komt. Klopt dat?
„Dat klopt. We hebben er zelf nog geen keihard antwoord op. Er zijn veel nieuwe vormen van opleiding, daar komen mensen massaal op af. Maar wie moet vechten en wie niet is nog niet duidelijk. Een beroepsmilitair moet wel, iemand in een dienjaar ook. Werkstudenten kunnen we niet dwingen. Van de weerbaarheidstraining weet ik niet hoe het zit. Voor burgermedewerkers bij Defensie en reservisten is het nog niet bekend, daar werken we hard aan, net als aan afspraken met werkgevers en bonden.”
Om een tekort aan mensen maakt hij zich niet druk. „Het klinkt misschien gek, maar personeel is niet onze grootste zorg. Als de werving niet goed loopt en we geen goede afspraken kunnen maken, kan de politiek de opkomstplicht weer activeren.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31112834/010826OPI_2035617772_WEB_ILLU_Economist_Ai-Writing_Felix-Decombat.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31155347/310726ECO_2035620243_WEB_HP_ILLU_Ai-bot-Claude_Jet-Peters.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/7a/3f/5b/9b/7a3f5b9b-2e4e-483d-801f-9a7bd05da074/6b61caffe168a0d3cc014b87a4331cf0dc68710c66934552a93afa17846ac11300857ac8bd53c270d13cf9c0542dcc9e4066a58fa84efc28619fefff2163d4c5.jpeg)
English (US) ·