Nog maar vijf weken geleden zette de Nederlandse minister van Buitenlandse Handel, Sjoerd Sjoerdsma, in Washington zijn handtekening onder het ‘Pax Silica’. Dat is een Amerikaans initiatief om een zelfstandige toeleveringsketen voor de AI-industrie te verwezenlijken. Zelfstandig kun je lezen als: zonder afhankelijkheid van China, dat onder meer de markt voor zeldzame metalen beheerst, die nodig zijn voor het maken van chips.
Nederland is een belangrijke partner in dat pact. Chipmakers wereldwijd zijn afhankelijk van de systemen van het Nederlandse bedrijf ASML. Grootmachten Amerika en China zijn in een concurrentiestrijd verwikkeld. Die strijd proberen de VS onder meer te winnen door af te dwingen dat bondgenoten geen geavanceerde technologie aan China leveren.
Hoewel Europa juist onafhankelijker wil worden van Amerikaanse technologie, doen Nederland en Europa schoorvoetend mee aan Pax Silica. De VS zijn immers al decennia de belangrijkste ‘vriend’ van Europa. Het land staat symbool voor westerse waarden en voor open markten en vrijhandel; China wordt gezien als onvrij en bedreigend.
„De rollen zijn omgekeerd,” zegt Sanne van der Lugt, onderzoeker van het Asia Centre Leiden. „En dat is nergens zo duidelijk en urgent als bij AI.” Nu hebben de Verenigde Staten en Europa protectionistisch beleid, en heeft China een slimme ‘open’ aanpak.
Met name op techgebied is samenwerking met China taboe en zit Europa vrijwel vanzelfsprekend in het Amerikaanse kamp. Maar juist in die sector wordt de vraag steeds urgenter of Europa er wel verstandig aan doet al zijn kaarten op Amerika te zetten. Zou de EU in de AI-wapenwedloop niet juist kunnen profiteren van de Chinese aanpak? Sterker nog, staat die niet dichter bij Europa dan de protectionistische Amerikaanse?
Serieus alternatief
Amerikaanse bedrijven ontwikkelen tegen hoge kosten de krachtigste nieuwste AI-modellen. Wereldwijd wil iedereen die kunnen gebruiken. Toegang daartoe geldt als cruciaal voor de cyberveiligheid, maar die krijgt niet iedereen en het is duur. Inmiddels boeken Chinese AI-ontwikkelaars steeds meer successen in de AI-race. De prestaties van hun modellen doen nog maar weinig onder voor de Amerikaanse, tegen een fractie van de ontwikkelkosten.
Chinese bedrijven publiceren bovendien belangrijke informatie over hun AI-modellen, waardoor die gratis te downloaden zijn en naar wens aan te passen. Dat maakt ze heel aantrekkelijk voor Europese softwareontwikkelaars die geen eigen AI-model hebben. Niet voor niets wordt ‘open source’ omarmd in de onlangs gepubliceerde Europese strategie voor meer technologische soevereiniteit.
De ontwikkelingen leiden tot een verwarrende ommekeer in het taalgebruik. Opeens staat het woord ‘open’ in zinnen over dictatuur China en ‘gesloten’ bij omschrijvingen van de aanpak van bedrijven in democratie Amerika.
„Open source staat dichter bij socialistische waarden”, zegt onderzoeker Van der Lugt. „Bij het kapitalisme passen gesloten systemen en het creëren van afhankelijkheid.” De huidige Chinese strategie is gemotiveerd door zowel socialisme als de drang om technologisch onafhankelijk te worden van zowel Amerikaanse als Europese technologie, legt ze uit.
Die open strategie levert Chinese techbedrijven nu strategische voordelen op, analyseert Van der Lugt. Het helpt de hele Chinese sector versneld innoveren. En het lokt westerse klanten weg bij Amerikaanse techgiganten. „Hierdoor brokkelt de Amerikaanse invloed af en krijgt China de kans om de wereldwijde standaard te bepalen waarop de volgende generatie innovaties wordt gebouwd.”
Hoe door die ‘open’ strategie de rol van China op het wereldtoneel kan verschuiven, werd deze week concreet. Toen AI-software van het Amerikaanse bedrijf OpenAI eind juli per ongeluk buiten de testomgeving kwam en prompt het grote softwareplatform Hugging Face hackte werd Chinese software gebruikt om het hack onder controle te krijgen. „Je zou er een sciencefictionscript op kunnen baseren”, lacht Daniël Kapitan. Hij doceert aan het AI Systems Institute van de TU Eindhoven en werkt voor bedrijven die AI-modellen willen gebruiken. „Wie is hier nu de slechterik?”
Gelijker speelveld
De ontwikkelingen in de AI-wapenwedloop zorgen er nu voor dat steeds meer hardop wordt getwijfeld of Europa er wel verstandig aan doet al zijn kaarten op de VS te zetten. Zou de EU niet juist kunnen profiteren van de Chinese aanpak?
Andrea Renda, als onderzoeksdirecteur en digital policy expert verbonden aan de Brusselse denktank Centre for European Policy Studies (CEPS) denkt van wel. Hij vindt de Amerikaanse strategie voor de VS zelf economisch gezien „een riskante gok”. Hij legt uit: de Amerikanen streven met hun hang naar „opperintelligentie” – met autonome systemen die mensen overbodig moeten maken – naar iets wat voor Europa zelfstandig niet haalbaar is en waar de ambitie ook niet ligt.
Renda: „De modellen zijn duur, en verbruiken veel energie en water. Ze zijn niet op maat voor Brussel.” Europa heeft zelf niet de basisvoorwaarden om AI te ontwikkelen. Daardoor heeft Europa volgens hem nu meer aan de Chinese aanpak. De Chinese modellen gebruiken minder energie, en zijn geoptimaliseerd voor industriële toepassingen.
Lees ook
Is de toekomst van AI open of gesloten? Anthropic isoleert zich door pleidooi voor open source als enige niet te ondertekenen
China gebruikt een methode om concurrenten de pas af te snijden die Amerikaanse techbedrijven bekend voor moet komen. Toen Google in 2013 de markt voor clouddiensten wilde bestormen stond het Amerikaanse bedrijf voor een forse uitdaging. Die markt werd namelijk gedomineerd door twee andere Amerikaanse techreuzen: AWS (Amazon) en Azure (Microsoft).
En dus maakte het bedrijf een strategische keuze: het koos ervoor de broncode van het eigen cloudsysteem (Kubernetes) openbaar te maken. Dat systeem werd daardoor binnen een mum van het favoriete systeem van softwareontwikkelaars en is inmiddels dé standaard binnen de cloudindustrie geworden.
Dit heeft ertoe geleid dat Google nu de op twee na grootste cloudaanbieder ter wereld is. Met de besturingssystemen voor telefoons pakte Google het vergelijkbaar aan. Het maakte Android open source en doorbrak daarmee de alleenheerschappij van Apple. En zo doen Chinese bedrijven het nu ook als ze belangrijke informatie over hun AI-modellen openbaren, waardoor anderen die kunnen gebruiken en erop verder kunnen bouwen.
„Door te open sourcen maak je een veel gelijker speelveld”, legt Kapitan uit, die bovenstaand voorbeeld aandraagt. Hij vervolgt: „Je krijgt een netwerkeffect, doordat meer partijen je software gaan gebruiken. Dat wordt vervolgens een vliegwiel om marktmacht te doorbreken.”
Europa zou volgens Kapitan gebruik moeten maken van de mogelijkheden die de Chinese aanpak biedt. Het zou Chinese open modellen kunnen gebruiken om zelf sneller vooruit te komen op AI-gebied. „Het is voor de wereld beter als we door blijven bouwen op wat anderen maken en niet iedere keer opnieuw beginnen. Je moet niet elke keer achter gesloten deuren het wiel opnieuw uitvinden. Dat vreet hulpbronnen. En die zijn schaars.”
Het is niet realistisch te denken dat de EU er nog tussenkomt in de Amerikaans-Chinese race. De Europese eisen voor ethische AI zijn zo hoog dat de ontwikkeling vrijwel stokt, zegt Kapitan. Hij wijst op het Nederlandse taalmodel GPT-NL, dat alleen wordt getraind met data waarvoor actief toestemming is gegeven. Een heel ethische werkwijze, maar ook een zeer strikte uitleg van wetten, in een wereld waarin alle concurrenten lak hebben aan privacy. „We leggen de lat zó hoog dat we nooit de schaalgrote gaan halen die nodig is om zelf modellen te trainen.”
Kapitan moest zelf ook een hobbel over om Chinese software te gaan gebruiken, vertelt hij. Maar bij échte openheid zijn wat hem betreft de risico’s te overzien. „Als ik een Chinees model draai op mijn eigen hardware heb ik het heft in eigen handen. Ik deel geen data. Ik kan de belangrijkste dingen inspecteren. Het is open genoeg.”
Made with Europe
Wat Van der Lugt betreft stapt Nederland onmiddellijk weer uit het Pax Silica, dat het sowieso al niet had moeten ondertekenen. „We moeten een middenpositie innemen en ervoor zorgen dat zowel China als de VS ons nodig blijven hebben. Het is in ieders belang te voorkomen dat de wereldeconomie uiteenvalt in twee technologische blokken.” Het is wel de kunst om te voorkomen dat Europa de Amerikaanse afhankelijkheid omzet in Chinese afhankelijkheid.
We moeten een middenpositie innemen en ervoor zorgen dat zowel China als de VS ons nodig blijven hebben
Denktanker Andrea Renda van CESP heeft een vergelijkbare analyse. De ontwikkelingen creëren ruimte voor Europa, zegt hij. De Europese ambitie zou gericht moeten zijn op slimme internationale samenwerking, in plaats van gesloten machtsblokken. „Made with Europe, in plaats van in Europe, zegt hij.
„Europa kan coalities vormen met landen als Canada, India, Japan, Zuid-Korea, Australië, Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Noorwegen, Mexico, Mercosur … om kunstmatige intelligentie te reguleren en duurzamer te maken.” Dit zou volgens hem een aantrekkelijk alternatief worden voor landen die problemen met de VS en China hebben, én bijdragen aan meer onafhankelijkheid.
Pas op voor boze Amerikanen
Ook Amerikaan James Green van de denktank Centre for European Reform ziet een ‘economische kans’ voor het Europese blok omdat de concurrentiestrijd tussen de VS en China ertoe leidt dat betaalbare AI breder beschikbaar komt. Voor een groot deel van de AI-toepassingen zijn de meest geavanceerde modellen immers helemaal niet nodig. In aanvulling op Renda: „Je hebt geen Ferrari nodig om naar de supermarkt te rijden.”
Maar Green waarschuwt voor de reactie van de Amerikaanse regering. Die is moeilijk te voorspellen. Een groot deel van de AI-bedrijven pleit er bij de Amerikaanse regering nu voor de ‘opensource-aanpak’ over te nemen en zo innovatie te bevorderen en dus niet te kiezen voor extra exportbeperkingen en regels.
Maar het is volgens Green ook goed voorstelbaar dat de huidige ontwikkelingen juist leiden tot extra druk van de Amerikanen om weg te blijven bij Chinese AI-modellen. „En dat zou bondgenoten, zoals Europa, in een moeilijk parket plaatsen.” Dat geldt met name voor Nederland, als Amerika de toegang tot systemen van ASML nog verder wil beperken.
Greens advies is slim manoeuvreren en onderhandelen. „Eis bijvoorbeeld gegarandeerde toegang tot de meest geavanceerde Amerikaanse AI.” Doordat er meer is om uit te kiezen, staat Europa in ieder geval sterker in dat spel.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31112834/010826OPI_2035617772_WEB_ILLU_Economist_Ai-Writing_Felix-Decombat.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/20084408/240726OND_2035035388_boots3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31155347/310726ECO_2035620243_WEB_HP_ILLU_Ai-bot-Claude_Jet-Peters.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)


/https://content.production.cdn.art19.com/images/7a/3f/5b/9b/7a3f5b9b-2e4e-483d-801f-9a7bd05da074/6b61caffe168a0d3cc014b87a4331cf0dc68710c66934552a93afa17846ac11300857ac8bd53c270d13cf9c0542dcc9e4066a58fa84efc28619fefff2163d4c5.jpeg)
English (US) ·