Allebei werden ze olympisch kampioen, twee jaar geleden, bij de Zomerspelen van Parijs: Karolien en Finn Florijn. Zij won goud in de skiff (solo), hij in de dubbelvier.
De periode na de Spelen lag Finn Florijn, in de woorden van zijn zus, „drie maanden in bed”. Zij niet. Karolien Florijn ging vrijwel meteen weer trainen. Daarnaast zat ze een maand na de Spelen ook alweer in de collegebanken van de Vrije Universiteit, voor haar bachelor rechten. Min of meer voor de lol vertrok ze die september óók nog eens naar de WK beach sprint, een nieuwe olympische discipline waarbij geroeid wordt in zee. Daar was Finn overigens ook bij, zegt Karolien Florijn, ze roeiden zelfs samen in de dubbeltwee die daar in Genua door hoge golven omsloeg, dus helemáál niks deed hij dan ook weer niet. „Maar mijn broer heeft echt niet getraind.”
Finn spoorde haar zo nu en dan aan om ook eens een beetje te niksen, vertelt ze. „En ik dacht dan: moet jíj niet eens wat gaan dóén? Maar achteraf gezien was het superslim van hem.”
Roeipauze
In Vaires-sur-Marne, zo’n twintig kilometer ten oosten van Parijs, zette Florijn tijdens de Spelen een unieke prestatie neer: olympisch goud in de skiff. Nog nooit vertoond door een Nederlandse vrouw, en bij de mannen was het ook alweer bijna zestig jaar geleden. Daarmee maakte ze de torenhoge verwachtingen waar.
Florijn begon op haar veertiende met roeien, de sport van haar vader Ronald Florijn (tweevoudig olympisch kampioen) en haar moeder Antje Rehaag (voormalig wereldkampioen in de Duitse Acht). Alle drie de Florijn-kinderen roeien op hoog niveau, al is Beer niet mee naar de WK. Volgens haar broer Beer heeft Karolien „de meeste discipline” van het stel. Als ze iets moet opgeven voor de sport hoeft ze daar „geen milliseconde” over na te denken, zegt hij. „En als je haar nu opdraagt dat ze vier weken alleen maar havermout mag eten, dan kan ze dat.”
Na de Spelen van Tokio stapte Karolien Florijn over van de vier-zonder naar de skiff. Dat leek van een afstandje bijna vanzelf te gaan. In interviews had de nuchtere Florijn iets onverstoorbaars. Ze leek niet van haar stuk te brengen. Vertelde hoe ze genoot van de lange trainingsdagen, in haar eentje op de Amstel. Meest in het oog springend was misschien nog haar wekelijkse bananenconsumptie, waar media graag aan refereerden (om en nabij de zeventig; de Volkskrant fotografeerde haar ooit in een bad met bananen). En bovenal: bijna vanaf het prille begin was ze dominant in de skiff. In Vaires-sur-Marne lag ze aan de start van de finale als tweevoudig wereldkampioen, 32 wedstrijden op rij ongeslagen. Met die 33ste race schreef ze geschiedenis.
En daarna bleef het, op dat uitstapje bij de beach sprint na, lang stil. Na ‘Parijs’ roeide Florijn bijna twee jaar geen grote wedstrijden. Voor de EK in Plovdiv, in mei vorig jaar, meldde ze zich af. En vervolgens, op het laatste moment, ook voor de WK in Shanghai, in september. Een roeipauze waar Florijn niet voor had gekozen, maar die zich aan haar opdrong.
Pas deze zomer start ze weer op een groot toernooi: de wereldkampioenschappen op de eigen Bosbaan in het Amsterdamse Bos, die 24 augustus beginnen.
Ze had er niet goed over nagedacht hoe ze van de Spelen wilde bijkomen, vertelt Florijn (28) eind juli terugkijkend, in een café met uitzicht op diezelfde Bosbaan, die speciaal voor de WK werd uitgediept. En dus ging ze min of meer op dezelfde voet door. Totdat het niet meer ging.
Even niks doen, zoals je broer, zat er niet in?
„We hebben daar wel de ruimte voor gekregen van de bond. Maar ik had nog heel erg in mijn hoofd dat ik die trainingsuren wilde maken. Ik weet niet zo goed hoe dat kan. Ik had mijn lichaam meer rust moeten geven en wat meer moeten durven loslaten.”
Vond je dat spannend?
„Ja, ik had na de finale twee of drie dagen niet gesport en ik voelde me echt een soort zandzak. Ik was onrustig. Maar op een gegeven moment kwam ik mezelf tegen. Mijn lichaam zei gewoon: leuk en aardig wat jij allemaal wil, maar dat gaat even niet meer.”
Wat merkte je?
„Ik had geen energie meer. Ik moest echt opletten wat ik deed. Op een gegeven moment dacht ik als ik naar de supermarkt fietste: goh, wat is dít een opdracht. En ik wist niet wat er mis was. Ik dacht: heb ik de ziekte van Pfeiffer? Wat is er aan de hand?”
Florijn deed allerlei medische testen, waar dan niks uitkwam. Noodgedwongen schroefde ze haar trainingsomvang terug, en daarna nóg verder terug. Haar deelname aan het internationale roeiseizoen stelde ze eerst uit, om zich vervolgens volledig af te melden.
Het fijne was dat ze in die periode, zo goed en zo kwaad als het ging, veel studiepunten haalde. Iets dat vanwege de volle roeikalender eerder lastig was. Maar verder was ze „niet gelukkig”, concludeert Florijn. „Want ik kon niks.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19110040/210826SPO_2035876523_karolien.jpg)
Karolien Florijn wint olympisch goud in Parijs.
Foto ANPAchteraf gezien, zegt ze, had ze in één keer de knoop door moeten hakken en een periode moeten stoppen, in plaats van dat seizoen steeds ietsjes uit te stellen. „Gewoon even níét. Want anders denk je al snel: ik moet over vier weken weer. Ik had rust in mijn hoofd nodig, om het helemaal los te kunnen laten.”
Snap je waarom je die beslissing toen lastig vond?
„Nou, het is natuurlijk ook niet heel normaal, hè. Dit is gewoon mijn baan. Je kunt eigenlijk niet zeggen: nou jongens, dit jaar ben ik er niet bij. Het was wel een post-olympisch jaar, het minst belangrijke in de olympische cyclus. Dus als je stappen wil zetten in je maatschappelijke carrière, is dat het beste moment. Maar in principe is het wel de bedoeling dat je die uitzending doet.”
Op haar dieptepunt vorig jaar trainde Florijn anderhalve week niet. En voor de rest was het: hier en daar een half uurtje. Van haar begeleiders bij de bond mocht ze zelf gaan puzzelen, om te kijken wat ze aankon.
Het was nogal wennen voor iemand die op piekmomenten normaal gesproken zo’n dertig uur per week in de boot zat. Of ze bang was dat ze haar oude fitheid niet meer terug zou krijgen? „Ja, tuurlijk”, zegt Florijn. „Ik voelde me op een gegeven moment zo slap. En ik dacht: god, hoe heb ik dit vroeger ooit voor elkaar kunnen krijgen? Ik ben natuurlijk ook omringd door mensen die superveel sporten. En dan zit ik een half uur op de fiets te dweilen.”
In die tijd nam ze ook wat meer afstand van het nationaal trainingscentrum aan de Bosbaan. „Ik heb een sportschoolabonnement via een vriend van mij en het was heel fijn even een andere omgeving te hebben waar ik naartoe kon zonder dat er weer drie mensen aan me vroegen hoe het met me ging. Dat was goedbedoeld, maar ik werd er gek van. Het gaat kut, ja, moet ik dat elke keer opnieuw zeggen?”
Je komt over als een heel stabiel en doelmatig persoon, iemand bij wie dingen vaak lukken. Had je eerder zo’n tegenslag gehad in je carrière?
„Nou, er zijn altijd wel hobbels op de weg. Ik heb nu last van mijn rug. In aanloop naar ‘Parijs’ had ik bronchitis. Maar dit was wel anders, omdat het zo lang duurde. Ja… ja, achteraf denk ik dat ik overtraind was. En dat had ik nog niet meegemaakt. Ik zit ook steeds te denken: hoe kon dit me overkomen? Je bent natuurlijk scherp op wat je doet en toch heb je niet door dat het te veel is. En dan opeens komt de man met de hamer.”
En ergens snapt Florijn het ook weer wel natuurlijk. In aanloop naar ‘Parijs’ werkte ze keihard voor „dat ene moment”. „En daarna ben ik direct doorgegaan. Studie, trainen, door, door, door. Maar ik had gewoon niet verwacht dat je lichaam dan in één keer kon zeggen: ik doe het even niet meer.”
In die zin was het ook leerzaam, zegt ze nu. „Als ik naar Los Angeles ga [waar de Spelen in 2028 plaatsvinden], dan ga ik daarna echt drie maanden in een strandstoel zitten, ofzo.”
Vertrouwen
Florijn krabbelde weer op, beetje bij beetje. Een belangrijk moment, in oktober vorig jaar, was de Head of the Charles Regatta, een klassieke roeiwedstrijd in Boston, waar ze voor de lol aan meedeed. Een race van bijna 5 kilometer, veel langer dan een reguliere race (2 kilometer). „Ter voorbereiding had ik daar een trainingsprogramma voor gekregen, elke week net wat meer. Het was fijn om te merken dat dat weer lukte, want ik moest weer het vertrouwen krijgen dat mijn lichaam het kon.”
Die wedstrijd in Boston won ze. „Dat geeft natuurlijk een boost.” En daarna is ze verder gaan opbouwen.
Dit jaar maakte ze haar rentree bij de wereldbeker, al verliep dat niet volgens plan. In Sevilla, afgelopen mei, wilde ze zich „graag laten zien, maar dat is een beetje mislukt”. Door pech sloeg Florijn om. „Maar de voorbereiding ging best goed en ik had veel plezier in het roeien.” Daarna kreeg ze last van een rugblessure. Dat gaat nu aardig goed, zegt ze vlak voor de start van de WK. „Ik moet gewoon slim omgaan met mijn lichaam.”
Op de Bosbaan – woensdag roeit ze haar eerste wedstrijd – zal blijken waar Florijn nu staat. „Ik merk dat trainingen lekker gaan. Ik voel me fit. Maar hoe hard ik nu roei, weet ik niet zo goed. Door fysieke testen op de ergometer heb je wel een idee. Maar voor de rest is het lastig te zeggen. Ik denk dat mensen om me heen dat wel beter weten. Ik ben zelf niet van de data en de nummertjes.
Je roeit nu weer een WK. Maar stel dat het je niet gelukt was om terug te komen. Heb je weleens nagedacht hoe je dan terug zou kijken op je carrière?
„Het was heel erg jammer geweest. Maar ja, aan de andere kant heb ik wel die gouden medaille van Parijs. Dat was mijn ultieme droom. Ik kan nu eigenlijk al wel zeggen dat mijn carrière een succes is, dus dat geeft een bepaalde rust.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21225912/210826VER_2036121324_zweden2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21115057/220826OPI_2036100044_WEB_fi.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18094023/210826SPO_2036007008_koen.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18163426/180826ECO_2036024646_canada.jpg)


English (US) ·