Het is een opvallend tafereel tijdens de Olympisch Spelen in 2024: hockeyinternational Koen Bijen fietst bijna dagelijks door Parijs om bij andere sporten een Oranjespeldje te ruilen met Olympiërs uit de hele wereld. Zijn obsessie om een ‘pin’ van ieder land te verzamelen, leidt tot enige zorgen bij de technische staf van de hockeymannen. Is de aanvaller wel voldoende met Oranje bezig?
Maar bondscoach Jeroen Delmee kent Bijen door en door, en laat het begaan. Het is zoals hij hem kent. „En ik heb ze allemaal!”, zegt Bijen terugblikkend. „Het was voor mij een vorm van ontspanning.” Dan, met een glimlach: „Die van Servië heb ik geruild met Novak Djokovic.”
Wie is deze rappe aanvaller van het Nederlands team die pas op latere leeftijd begon met hockey, maar van alle internationals de meeste interlands speelde onder Delmee? NRC volgde Bijen sinds de aanloop naar het WK. „Bewijsdrang is een grote drijfveer in mijn carrière.”
Profvoetbal
Op een zonovergoten dinsdagmiddag in april zit Koen Bijen in zijn trainingspak langs het veld waar de rest van de nationale selectie met elkaar aan het trainen is. De aanvaller van Den Bosch heeft een lichte voedselvergiftiging en blijft uit voorzorg aan de kant.
Het is een klein mirakel dat hij er überhaupt zit als hockeyinternational. Op zijn dertiende voetbalde hij nog in het hoogste jeugdteam van Excelsior, de profclub in Rotterdam. Maar daar stopte zijn voetbaldroom, vertelt hij. Te licht voor de top, luidde het oordeel. „Ik was er kapot van.”
Zijn tweelingbroer Tom, die zelf op hoog amateurniveau voetbalt, herinnert zich het moment van de afwijzing nog goed. Het was volgens hem „onterecht”. „Koen had zeker profvoetballer kunnen worden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18093950/210826SPO_2036007008_koenJong3.jpg)
Koen Bijen (rechts) als voetballertje bij Excelsior.
Foto privé-archiefGedesillusioneerd kiest ‘Koentje’ Bijen (Leiden, 1998) voor hockey, de sport van zijn moeder, die in Dames 1 speelde bij Den Bosch en HDM – de Haagse club waar Bijen in 2011 zelf de stick oppakt. Met succes. Hij is klein, maar balvaardig en zeer gedreven, zien zijn ouders, die alle wedstrijden bijwonen.
Bijen doorloopt de hoogste selectieteams. „Toen hij in de A speelde, vroeg zijn coach aan het hele team: ‘Wie wil er later in Heren 1 spelen?’”, vertelt zijn moeder tijdens de rust van een interland van haar zoon in juni. „Koen stak meteen zijn vinger op. ‘En wie wil er later in het Nederlands team spelen?’, was de volgende vraag. Toen stak hij weer zijn vinger op, als enige.”
Maar opnieuw verloopt de weg naar de top niet zonder tegenslag. Na promotie met HDM naar de hoofdklasse volgt een hem inmiddels bekende boodschap: „Te licht voor de top”, zegt hij op spottende toon, in april dit jaar. Dan, ongevraagd: „En nu zit ik hier als international en heb ik een fucking gouden medaille.”
De olympische finale in Parijs in 2024 is het voorlopig laatste hoogtepunt in wat een carrière op karakter is geworden. Na HDM maakte de aanvaller de overstap naar stadgenoot Klein Zwitserland waarmee hij naar de hoofdklasse promoveerde. Daarin wist ‘KZ’ zich knap te handhaven, ten koste van uitgerekend HDM. Niet lang daarna pikte het grote Den Bosch hem op, debuteerde hij in Oranje en groeide uit tot vaste waarde. Bijen, jonglerend met een flesje water: „Onderschatting heeft mij gemotiveerd om de top te halen, absoluut.”
Loeren
Eind 2021 treedt Delmee aan als bondscoach. Zijn analyse van Oranje: geweldige spelers met de potentie om weer volop mee te gaan doen in de wereldtop, maar verdedigend is het team kwetsbaar. En juist dat laatste aspect zal de interlandcarrière van aanvaller Bijen een impuls geven.
Delmee wil, bij balbezit van de tegenstander, dat zijn team de bal zo snel en zo dicht mogelijk bij het vijandelijke doel herovert. De tegenstander is op dat moment gepositioneerd om te gaan aanvallen, waarvan bij balverovering kan worden geprofiteerd. Bovendien is de afstand naar het doel klein, wat de scoringskans vergroot.
Essentieel in die spelopvatting zijn aanvallers die een bal kunnen heroveren, afmaken én over het fysieke en mentale vermogen beschikken dat een wedstrijd lang vol te houden. Een rol die Bijen op het lijf is geschreven, zegt Delmee desgevraagd. „Koentje blijft altijd gaan.”
De aanvaller lacht als hij het hoort. „Ja, ik geef nooit op.” Over de kunst van het veroveren vertelt Bijen met zichtbaar plezier. „Het is een leuk spelletje, de tegenstander de bal ontfutselen”, zegt hij tijdens één van de gesprekken met NRC. „Dan laat ik mijn tegenstander naar wie ik de passlijn moet afdekken een beetje los, om zo sneller te kunnen toeslaan met druk zetten.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18094050/210826SPO_2036007008_koen3.jpg)
Koen Bijen (rechts) vorig jaar zomer bij het EK hockey in Mönchengladbach in actie tegen Frankrijk.
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANPZelf denkt hij dat de vaardigheid een overblijfsel is van het dubbelspel bij tennis, een sport die hij tot zijn twaalfde op hoog niveau beoefende. „Daar probeer je aan het net ook de bal te onderscheppen en af te maken.” De essentie van het ambacht volgens Bijen, waarbij zijn Haagse accent doorklinkt: „Loeren en intuïtie.”
Op het onderdeel scoren kreeg Bijen in de beginjaren van zijn interlandcarrière kritiek. Geen afmaker, klonk het. „Maar hij heeft zijn scoringstechniek echt verbeterd”, zegt voormalig Oranjespits Marten Eikelboom, tegenwoordig bestuurslid bij de hockeybond.
Bijen knikt bij het aanhoren van de kritiek. „Koen Bijen kan alleen maar lopen”, zegt hij in juni na een training met Oranje op het complex van hockeyclub Rotterdam. „Inmiddels heb ik 41 goals gemaakt in 96 interlands en 22 assists.” Met een glimlach: „Niet slecht voor een loper, toch?”
Wie hem ziet spelen, ziet, in tegenstelling tot een klassieke spits als Duco Telgenkamp, boven alles een teamspeler. Exemplarisch is de eerste poulewedstrijd dit WK tegen Nieuw-Zeeland. Bij een 3-1 voorsprong ontvangt Bijen de bal in de vijandige cirkel, maar in plaats van direct uit te halen, legt hij de bal breed op de nog beter gepositioneerde Tjep Hoedemakers: 4-1. Aan de zijlijn applaudisseert Delmee.
Prestatiedruk
De samenwerking met Delmee is „cruciaal” geweest in zijn ontwikkeling, vertelt Bijen. „Hij heeft mij megaveel vertrouwen gegeven. Dat is geweldig.”
Na de eenvoudig gewonnen poulewedstrijd tegen Japan, afgelopen donderdag, heeft Bijen 107 interlands achter zijn naam. Toch is hij pas sinds de Spelen in Parijs verlost van selectiestress, vertelt hij kort voor het WK in het spelershotel in Amsterdam. „Dat komt door het onzekere dat in mij zit sinds de afwijzingen bij Excelsior en HDM.”
De reden ook, naar eigen zeggen, dat hij zich volledig concentreert op zijn sportcarrière. „Ik wil zo lang mogelijk doorgaan en er echt alles uithalen.” In de gym besteedt hij uit voorzorg extra aandacht aan zijn hamstrings, de enige serieuze kwetsuur die hij ooit opliep. „Ik speel nu acht jaar hoofdklasse en heb nog nooit een wedstrijd gemist.” Lachend: „Leuk statistiekje hè?”
Het is, voor wie Bijen van nabij volgt, een typerende opmerking. Cijfers en statistieken heeft Bijen altijd paraat. Na afloop van de matige wedstrijd tegen Duitsland in de Pro League in juni dit jaar: „We hebben wel zeventien keer de bal afgepakt op hun helft.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21140953/220826SPO_2036007008_bijen5.jpg)
Bijen in actie tegen Japan in de groepsfase van het WK.
Foto Bas Czerwinski / ANPTerwijl het stadion in Rotterdam na het gelijkspel tegen de Duitsers langzaam leegloopt, deelt hij langs de lijn geduldig wat handtekeningen uit. Even verderop staat een grote horde kinderen te gillen om een handtekening van Telgenkamp, Floris Middendorp, Terrance Pieters en Jip Janssen – de bekendste spelers van Oranje.
Bijen begroet intussen cabaretier Jochem Myjer en diens kinderen, die de wedstrijd op uitnodiging van Bijen hebben bijgewoond. „Wij zijn een Instaliefde”, verklaart Myjer even later. „Koen stuurde mij een bericht dat hij fan was, maar nooit kaartjes kon bemachtigen voor mijn shows. Ik ben een hockeyer en liefhebber.” Daarop wisselden ze kaartjes uit. Myjer: „Ik naar het hockey, hij met zijn familie naar mijn voorstelling.”
Dat met hem de hele familie meekomt, is voor Bijen een vanzelfsprekendheid. „Wij zijn een hecht sportgezin.” Waar hij gaat, volgt de rest. Zijn vader, die op topniveau aan badminton deed, zit steevast in de nok van het stadion, de videocamera in de aanslag. Trots: „Ik denk dat ik de meeste goals van Koen op beeld heb.”
Daarnaast beheert senior met zijn vrouw de uitpuilende prijzenkast van het gezin, thuis in Voorburg. De gouden olympische medaille en talloze bekers in alle formaten van gewonnen toernooien in het hockey, badminton, tennis en voetbal sieren de wanden van de logeerkamer. Koen Bijen lacht als hij de foto van de zolder laat zien: „Je voelt wel een soort prestatiedruk, als je in dat bed ligt”.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21225912/210826VER_2036121324_zweden2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21115057/220826OPI_2036100044_WEB_fi.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/17160838/220826SPO_2035876523_florijn2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/18163426/180826ECO_2036024646_canada.jpg)


English (US) ·