Vaak bewegen is belangrijker dan hard bewegen voor je mentale gezondheid

2 uren geleden 1

Studenten die zelden of nooit bewegen, blijken een jaar later vaker te kampen met een depressie of een angststoornis. Hoe vaker je beweegt, hoe beter. Hoe hard en hoe lang je gaat geeft een veel minder duidelijk beeld.

Dat bewegen goed is voor je mentale gezondheid, is geen nieuws. Tientallen studies vonden al een verband tussen sporten en een kleinere kans op depressie of angst. Die studies werken meestal met een symptoomscore: je vult in hoe vaak je je de voorbije weken somber of gespannen voelde en daar komt een cijfer uit. Dat zegt iets, maar het is geen diagnose. Bovendien worden beweging en klachten vaak op hetzelfde moment gemeten, waardoor je niet weet wat waarop volgde.

De Noorse onderzoekers deden het op twee punten anders. Ze maten de beweging een jaar vóór de uitkomst en in plaats van een score gebruikten ze een lijst die de officiële criteria voor een depressieve episode en een angststoornis stuk voor stuk afloopt.

Ze vertrokken hierbij van een grote nationale enquête die in 2022 werd ingevuld door meer dan 53.000 Noorse studenten. Daarin stonden drie simpele vragen over beweging: hoe vaak beweeg je, hoe hard ga je daarbij en hoe lang duurt een sessie. Wie niet ‘nooit’ antwoordde, gaf ook aan hoeveel uur per week hij of zij bewoog.

Een jaar later kregen de deelnemers een tweede vragenlijst. Daarin werd getoetst aan de officiële criteria voor psychische aandoeningen. Zo werd bepaald wie voldeed aan de criteria voor een depressieve episode of een gegeneraliseerde angststoornis. Meer dan 10.000 studenten vulden die tweede vragenlijst in.

Hoe minder beweging, hoe hoger het cijfer

Uit de cijfers daaruit komt een patroon naar boven. Van de vrouwelijke studenten die dagelijks bewogen, voldeed zo’n vier op de tien aan de criteria voor depressie of angststoornis. Bij vrouwen die zelden of nooit bewogen, waren dat er zes op de tien. Bij mannen ging het gemiddelde van een kwart naar bijna de helft.

Daarna gingen de onderzoekers correcties uitvoeren. Eerst corrigeerden ze voor leeftijd, gezinssituatie en het opleidingsniveau van de ouders. Daarna rekenden ze ook de psychische klachten die deelnemers tijdens de eerste enquête hadden eruit.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Uiteindelijk bleek dat vrouwen die zelden of nooit bewogen nog altijd een ongeveer 15 procent hogere kans hadden om een jaar later aan de criteria van een diagnose te voldoen dan wie dagelijks bewoog. Bij mannen was dat zelfs 33 procent.

De boeiendste bevinding zit in de onderlinge vergelijking van de drie beweegvragen uit de eerste vragenlijst. Regelmaat bleek de belangrijkste factor. Intensiteit en duur van de beweging gaven een minder duidelijk signaal. Het risico daalde snel zodra iemand van nul naar een paar uur per week matige beweging ging. De grootste winst is er dus aan het begin.

De kanttekeningen

Het grootste probleem met deze studie is dat het om een observatie gaat. Niemand werd gevraagd om aan een trainingsschema te beginnen. Daardoor valt oorzaak niet van gevolg te onderscheiden. Wie zich sowieso al depressief voelt, kan evengoed minder energie hebben om naar buiten te gaan.

De onderzoekers probeerden dat op te vangen. Ze keken eerst hoeveel psychische klachten iemand al had bij de start van de studie en haalden dat effect uit de cijfers. Zo vergelijk je in feite studenten die er bij aanvang even goed of even slecht aan toe waren en zie je wat beweging daarbovenop nog doet.

Dat is echter een zwaard dat langs twee kanten snijdt. Als bewegen echt beschermt, loopt dat effect namelijk deels via precies die klachten: wie regelmatig beweegt, voelt zich doorgaans minder gespannen en somber; wie zich minder gespannen en somber voelt, komt minder snel bij een diagnose uit. Door de klachten van bij de start weg te rekenen, haal je dus ook een stuk van het echte effect weg. Die 15 en 33 procent zijn daarom eerder een ondergrens dan een precieze schatting.

Er is bovendien geen diagnose gesteld bij de start. Wie al depressief was in 2022, zit gewoon in de groep. De uitkomst na een jaar mengt dus nieuwe gevallen met aanslepende en terugkerende gevallen. Ten slotte gaat het hier om studenten en zijn deze resultaten daarom niet te veralgemenen naar de bredere bevolking.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel