Van blaas tot ballon: een geschiedenis van verpakte lucht

2 uren geleden 1

In het boek PIG 05049 staaft kunstenaar Christien Meindertsma alle dingen die van varken worden gemaakt. Dat zijn er nogal veel, een varken wordt niet alleen verwerkt tot vlees, ook voor het maken van snoep, kogels, medicijnen, film, tatoeages, zeep en sigaretten worden delen van het dier gebruikt. Meer dan honderd producten bevatten op de een of andere manier varken. Soms is dat vrij onbekend. Wie weet dat er in fabrieksbrood varkenshaar kon zitten? Ik herinner me dat ik ooit gefascineerd met een tamboerijn heb zitten spelen, wat een gek materiaal zat er om de houten cirkel gespannen; dun en stug, het liet een beetje licht door het gelige gebutste oppervlak, het voelde zacht en toch sterk, en pas dankzij Meindertsma weet ik dat dit materiaal de blaas van een varken was.

PIG 05049 (2007) is een van de meest onthullende boeken die ik ooit heb bekeken. Ik zou ook wel zo’n boek willen zien over koeien, eenden of schapen, eigenlijk over alle dieren. Wie weet dat vitamine D tabletten vaak van schaap worden gemaakt? Of dat de baleinen van een walvis de baleinen in korsetten, hoepelrokken en de boorden van overhemden waren?

Nu zijn we in het verleden, terug in de tijd, niet omdat er geen korsetten en overhemden meer zijn maar omdat baleinen nu van metaal of kunststof worden gemaakt, ook al heten ze nog steeds walvissen (balaena betekent walvis in het Latijn). Dat geldt voor veel dingen die oorspronkelijk van dieren of planten werden gemaakt. Die dingen bestaan nog wel, maar het materiaal waarvan ze gemaakt worden is veranderd. Er gaat vaak geen kurk meer op een wijnfles maar een schroefdop van aluminium en kunststof. De tamboerijn is meestal van plastic.

Of het varken vroeger voor nog meer of minder dan honderd dingen werd gebruikt weet ik niet. Uit het varken wordt nu al het nut geperst dat het voor mensen kan hebben, maar voor het kapitalisme was dat waarschijnlijk ook al het geval, helemaal terug naar de eerste jagers/verzamelaars, en die hadden minder keuze. Van muziekinstrumenten tot naald en draad; van kop tot staart werden ook toen zwijnen en andere dieren verwerkt.

Eén gebruik ontbreekt in ieder geval in het boek van Meindertsma. De dierenblaas was de eerste ballon. In haar boek Het kleine huis in het grote bos schrijft Laura Ingalls Wilder dat haar vader elk jaar – dat moet een jaar tussen 1870 en 1874 zijn geweest – in de herfst een varken slachtte. Haar vader blaast de blaas op, maakt hem dicht met een touwtje en Laura en haar zus gooien hem in de lucht. Dit gebruik is al veel ouder, misschien dateert het wel uit de tijd dat de eerste varkens werden geslacht en de blaas niet meer nodig was als waterzak. Op een ets van Rembrandt is een jongetje te zien dat achter een groot varken een blaas opblaast.

Rembrandt van Rijn, ‘De zeug’, 1643. De figuur rechts speelt met een varkensblaas

Beeld Rijksmuseum

Opbollende rokken

De varkensblaasballon heeft zover mij bekend niet de luchtballon geïnspireerd. Daar bestaan wel andere verhalen over, en mooie ook,bijvoorbeeld dat een van de gebroeders Montgolfier omstreeks 1780 de rokken van zijn vrouw zag opbollen toen ze boven hete lucht te drogen hingen. De heteluchtballon om mee te vliegen werd eerder uitgevonden dan de latex ballon om mee te spelen. De Montgolfiers maakten hun eerste vlucht in 1783 boven Versailles. Aan boord waren een eend, een haan en een schaap met de naam Montauciel, Stijgnaardehemel.

Voor de feestballon was de Britse natuurkundige Michael Faraday belangrijker dan het Franse schaap. Hij zocht in 1824 naar een manier om experimenten te kunnen doen met gassen waar tot dan toe ook wel blazen van dieren voor waren gebruikt en maakte van twee vellen rubber, in Europa toen nog een vrij nieuw materiaal, een container. Een jaar later bracht de rubberfabrikant Thomas Hancock al een doe het zelf pakket op de markt.

Scène uit ‘Le Ballon Rouge’.

Foto Mary Evans Picture Library Ltd. / ANP

Pas na de uitvinding van het vulcaniseren van rubber een paar decennia later kwamen er de ballonnen zoals wij die kennen, pas sinds de jaren dertig van de vorige eeuw nam de ballon als decoratie en hebbeding een hoge vlucht. Latex is voor een deel vervangen door folie en je eigen adem door helium, maar nog steeds geldt: geen feest zonder ballonnen. Waarom eigenlijk? Waarom worden er vaak ballonnen verkocht in ziekenhuizen? Ondanks prachtige films als Le ballon rouge (1956) en Up (2009) en dankzij films als It (1990 e.v.) gaat de ballon, misschien dezelfde weg als de clown: van onschuldig vermaak naar aanbrenger van het kwaad. En ballonnen zijn slecht voor planten en dieren; ons plezier is hun dood. Het oplaten van ballonnen is daarom al op veel plaatsen verboden.

Dubbele melancholie. Er was al de melancholie die de ballon niet met het verleden maar met de toekomst verbond. Een ballon beloofde verlies, na de eerste keer. Vroeg of laat zou de ballon loslaten en verdwijnen en nooit meer terugkomen. Een wijze les. Een oefening in verlating. Plop.

Lees ook

Kom mee op reis naar het verleden. Het is daar heel anders. Of toch niet?

Mel Gibson in 'Braveheart', 1995. De kilt werd in die tijd nog niet gedragen, het gezicht blauw maken deden ze allang niet meer in de 13de eeuw, waarin de film zich afspeelt.
Lees het hele artikel