Verbinding met de natuur en met de aarde: de ‘Silueta’s’ van Ana Mendieta hebben de kracht van een kunsthistorische klassieker

17 uren geleden 2

Ana Mendieta had zichzelf al begraven voor ze dood ging. In 1973 bezocht Mendieta, toen 25, met een groep kunststudenten Yágul, een archeologische vindplaats van de Zapotec-beschaving in Oaxaca, Mexico. Ze had het idee al voorbereid: in een van de voormalige graven kleedde ze zich snel uit, en liet zich, volgens afspraak, door vriend en collega Hans Breder zo met gipskruid bedekken dat het leek of de bloemen uit haar lichaam groeiden. Breder maakte foto’s. Nu hangt op Mendieta’s grote overzicht in Tate Modern in Londen het resultaat: Imágen de Yágul, een foto die vol zit met betekenis en associaties – Mendieta’s naaktheid, het graf uit een beroemde historische beschaving , het gipskruid dat in Mexico vaak wordt gebruikt op begraafplaatsen, de associatie met Ophelia of met de mythische Daphne die liever in een boom verandert dan door Apollo te worden aangerand.

Al snel maakt Mendieta meer grafwerken. In 1974 laat ze zich bijvoorbeeld bedekken met een dikke laag gras, wat leidt tot het onbedoeld geestige filmpje Grass Breathing, waarin we het grasveld zien ‘ademen’. En in datzelfde jaar, als ze terugkeert naar Yágul, gaat ze naakt in het rotsenlandschap liggen, en laat zichzelf deels met stenen bedekken. Het beeld is pijnlijk en confronterend: een naakte vrouw onder de keien, deels begraven, volledig verlaten. Associaties met eenzaamheid, steniging, dood, vergetelheid.

Maar zo komen we ook bij de olifant in de kamer in deze tentoonstelling: de ‘grafwerken’ leiden je namelijk automatisch naar Mendieta’s dood. Ana Mendieta stierf in 1985, op 36-jarige leeftijd, door een val uit het raam van haar New Yorkse appartement op de 34ste verdieping. Dat appartement deelde ze met haar echtgenoot, Carl Andre, de beroemde minimalistische beeldhouwer. De omstandigheden rond de val waren ronduit verdacht. Mendieta en Andre hadden die avond ruzie, de buren hoorden haar vlak voor de val „No no no!” roepen, Mendieta had hoogtevrees en Andre had krassen op zijn gezicht en armen.

Mendieta en Andre hadden die avond ruzie, de buren hoorden haar vlak voor de val ‘No no no!‘ roepen

Toch werd hij niet veroordeeld, mede omdat zijn verdediging er met succes in slaagde Mendieta’s einde neer te zetten als de zelfmoord van een hysterische Latina die in haar werk toch al door de dood was geobsedeerd. En doordat Andre op dat moment een beroemde en invloedrijke kunstenaar was, schoof de kunstwereld Mendieta’s werk in de jaren die volgden schijnbaar als vanzelf naar de achtergrond – haar dood, en Mendieta zelf, waren een pijnlijke steen in de schoen voor de toenmalige kunstelite. Ze vergaten haar liever.

‘Untitled Silueta Series’, 1976.

Foto The Estate of Ana Mendieta Collection

‘Imágen de Yágul’, 1973.

Foto The Estate of Ana Mendieta Collection

Nieuwe inzichten

Het huidige Tate-overzicht laat zien hoe onterecht dat was – en hoe onrechtvaardig, en hoe goed het dus is dat de geschiedenis af en toe stevig wordt herschreven. Mendieta’s werk is de afgelopen tien jaar weliswaar regelmatig getoond in groepstentoonstellingen, maar pas op dit grote overzicht wordt duidelijk hoe rijk en gevarieerd en krachtig haar oeuvre is. En vooral: hoe belangrijk het is om haar werk niet vast te pinnen op één thema. Niet alleen op haar dood. Niet alleen op feminisme. Of op de Cubaanse cultuur. Mendieta’s werk is juist zo goed omdat ze heel veel thema’s op een volstrekt eigen manier met elkaar verbindt en zo nieuwe betekenissen, nieuwe inzichten creëert. Zoals alle goede kunst.

Ana Mendieta werd geboren in Cuba, en werd op haar twaalfde, samen met haar zus, door haar ouders naar de Verenigde Staten gestuurd omdat de situatie in Cuba te gevaarlijk werd – vrijwel onmiddellijk na hun vertrek zette het regime haar vader achttien jaar in de gevangenis. Mendieta belandt in Iowa, waar ze zich ontwikkelt tot een kunstenaar die niet schroomt de grenzen op te zoeken en onrecht aan de kaak te stellen. Als in april 1973 een medestudente van Mendieta op de campus wordt verkracht en vermoord, reageert ze daarop met de performance Untitled (Rape Scene): daarvoor nodigt ze haar medestudenten uit op haar kamer op de campus. Als ze arriveren wacht Mendieta hen op, meteen achter de ingang. Ze is naakt vanaf haar middel, vastgebonden aan een tafel, haar onderlichaam besmeurd met bloed – „I can’t see being theoretical about an issue like that”, zou ze later verklaren.

De inzet van haar lichaam, gecombineerd met thema’s als vrouwelijkheid, rituelen en oervormen van bezwering vormen het fundament van haar werk – daarbij komen, inderdaad, geweld en dood vaak terug. Tegelijkertijd wordt haar werk in de jaren die volgen nooit op een Marina Abramović-achtige wijze sensationeel, want Mendieta gaat bewust afstand inbouwen: vanaf 1973 voert ze haar werken vrijwel altijd uit op locatie, in de natuur in Mexico, de Verenigde Staten, Frankrijk of Cuba, ver weg van galeries of musea, en van toeschouwers. Daarin was ze niet de enige: einde jaren zestig, begin jaren zeventig beginnen meer kunstenaars hun werk direct in de natuur te maken – Robert Smithson bijvoorbeeld, Richard Long, Hamish Fulton, meestal tijdens lange wandelingen, met materiaal dat ze vinden in het landschap.

Verbinding met natuur

Maar waar de Longs en de Fultons het landschap willen temmen door er kale, geometrische beelden in te leggen, zoekt Mendieta juist de verbinding met natuur. Met de kracht van de aarde. Dat zie je vooral in de Silueta’s, een serie van ruim tweehonderd werken (waarvan het genoemde Imágen de Yágul de eerste is) die onmiskenbaar de kracht hebben van kunsthistorische klassiekers. Mendieta’s concept voor de Silueta’s (silhouetten) is vrij radicaal: mede geïnspireerd door pre-Colombiaanse en Afro-Cubaanse (doods)rituelen, brengt ze de vorm van haar eigen lichaam aan, op of in de aarde. Soms doet ze dat door er een afdruk te maken met bloed of vuil, soms door een uitsparing te maken in de grond, soms alleen door de contour te tekenen.

Deze ‘lege’ vormen geeft ze steeds een eigen karakter: ze legt bloemen op het silhouet, bestrooit de lichaamsuitsparing met rood pigment, laat een lichaamsleegte onder water lopen, steekt een contour in brand. Juist door die bijna sjamanistische combinatie van afwezigheid, heel fysieke transformatie en verschillende vormen van geweld en vernietiging, zijn deze werken enorm aangrijpend – ze appelleren sterk aan de verbeelding, aan geesten, en ook, misschien wel het meest, aan de eeuwenoude traditie van bezwering van de dood.

‘Untitled Silueta Series’, 1976.

Foto The Estate of Ana Mendieta Collection

‘Untitled Silueta Series’, 1977.

Foto The Estate of Ana Mendieta Collection

Zelf beschouwde Mendieta de Silueta-werken niet als performances. Publiek was er niet bij, misschien soms een assistent – het ging Mendieta juist om de eenmaligheid, de tijdelijkheid, en vooral om de worteling in de natuur. Ze vond het genoeg als de Silueta’s zouden voortbestaan in de vorm van de foto’s en de korte films die ze er ter plekke van maakte. Maar: hoe consequent en krachtig dat als idee ook is, die keuze stond haar bekendheid wel in de weg. Ook nu, in Tate, knaagt toch het gevoel dat je de originele gebeurtenis hebt gemist. Dat er een werkelijkheid was die beter is dan deze foto’s. Dat je niet naar de echte ervaring kijkt, maar naar een afspiegeling.

Gevoel van verlangen

Maar misschien zit daar nu juist de kern. Als dit overzicht één ding laat zien, dan is het dat Mendieta’s werk altijd gaat over streven en onbereikbaarheid. Juist doordat je, vooral bij de Silueta’s, voortdurend denkt aan afwezigheid, aan suggestie, aan transcendentie zelfs, dringt ook langzaam het besef door dat Mendieta niet de suggestie wilde wekken dat je in een kale museumzaal ooit een authentieke, spirituele natuurervaring zult beleven – want daarmee doe je de krachten in de natuur geen recht. Afstand is eerlijker. En inderdaad: het beperkte aantal fysieke sculpturen van zand en hout dat wel in de tentoonstelling is opgenomen is toch echt wat minder goed.

Mendieta nam, kortom, welbewust het risico van de afstand, van het gevaar dat haar werk niet direct begrepen zou worden, niet volledig op waarde zou worden geschat. En dat maakt het gevoel van gemis en onvervulde mogelijkheden dat toch al zo sterk over de tentoonstelling hangt, alleen maar sterker. Maar ook: een gevoel van verlangen, zowel naar meer van Mendieta’s werk, als naar meer inzicht in haar bijzondere band met de natuur. Dát is misschien wel de essentie van Mendieta’s oeuvre: het besef dat we de kern, van goddelijkheid, van ware vrouwelijkheid of mannelijkheid, waarschijnlijk niet zullen bereiken. Maar dat het gaat om het streven – dat is het leven.

Lees het hele artikel