Het Nederlandse terugkeerbeleid kent al jaren hetzelfde probleem. Veel landen van herkomst werken niet mee aan het terugnemen van afgewezen asielzoekers, waardoor het niet lukt om mensen terug te sturen. Volgens de Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken is het tijd voor een andere aanpak.
Landen waar veel asielzoekers vandaan komen, moeten worden verleid met ‘partnerschappen’ die hen voordelen opleveren, schrijven de adviesorganen in een gezamenlijk rapport in opdracht van het kabinet, dat maandag verschijnt. Ze spraken met meer dan honderd experts, beleidsmakers en diplomaten. „Als je écht meer grip wilt op migratie zul je nauwe relaties moeten aangaan met landen van herkomst”, zeggen Monique Kremer (voorzitter Adviesraad Migratie) en Bram van Ojik (Adviesraad Internationale Vraagstukken).
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19133224/210626BIN_2034540909_1.jpg)
Monique Kremer.
Wat doet Nederland verkeerd?
Kremer: „We denken al jaren dat we landen onder druk kunnen zetten om eigen onderdanen weer terug te nemen, dat lukt vaak niet. Dat komt doordat wij altijd de vragende partij zijn in de onderhandelingen. Met op zichzelf een redelijke vraag: neem mensen terug die hier zijn uitgeprocedeerd. Op grond van internationale afspraken zijn landen daartoe verplicht. Alleen heeft Nederland weinig in de aanbieding om dat ook voor elkaar te krijgen.”
In politiek Den Haag klinkt vaak de oproep om landen die niet meewerken te straffen, door ze te korten op hun ontwikkelingsbudget.
Kremer: „Ja, en dat beleid is niet productief gebleken. Ghana kreeg eerder een korting op het ontwikkelingsbudget van 10 miljoen euro omdat het niet meewerkte aan terugkeer. Dat leidde niet tot betere samenwerking op migratie. Het werkt juist contraproductief: je verslechtert een relatie waarvan je afhankelijk bent.”
Van Ojik: „De tijd dat Europa tegen Afrikaanse landen kon zeggen: ‘Jullie moeten dit doen’, is wel voorbij. Als wij dreigen met het stopzetten van hulp, dan zeggen die landen: ‘Doe maar, zo belangrijk is dat geld voor ons ook weer niet.’ Ontwikkelingslanden ontvangen vele malen meer geld dat door migranten in Europa wordt verdiend en naar huis wordt gestuurd, dan via ontwikkelingssamenwerking. Ze hebben dus ook belang bij migratie.”
De Nederlandse politiek zit vast. Kansen bieden voor meer arbeidsmigratie, is not done in de Tweede Kamer
Wat zou Nederland dan wel moeten doen?
Kremer: „Je zou partnerschappen moeten aangaan waarin je een ander land ook iets te bieden hebt. In gesprekken met Nederland vragen deze landen vaak om investeringen en meer mogelijkheden voor visa, arbeidsmigratie en studenten. We hebben in Europa een behoorlijk restrictief beleid op deze gebieden. Daarin zou je landen individueel versoepelingen kunnen aanbieden.”
Doen andere landen dit al?
Van Ojik: „Een land als Duitsland sluit arbeidsmigratiepartnerschappen, met bijvoorbeeld Ghana, Nigeria en Kenia. Dat houdt in dat mensen uit die landen legaal in Duitsland mogen werken, maar dat die landen ook uitgeprocedeerde asielzoekers terugnemen. Internationaal bestaan honderden van dit soort partnerschappen. Maar voor Nederland hebben wij nauwelijks voorbeelden kunnen vinden. We behoren tot de meest terughoudende landen van Europa, misschien wel het meest terughoudende.”
Lees ook
Nederland wil afgewezen asielzoekers naar terugkeercentra aan ‘de randen van Europa’ sturen, zegt minister Van Weel
Waarom?
Kremer: „De Nederlandse politiek zit hierin vast. Kansen bieden voor meer arbeidsmigratie, is tot nu toe not done in de Tweede Kamer. Visaverruiming? De Kamervragen worden al gesteld als je erover zou beginnen. Ons advies aan de politiek is: besef dat je duurzame, meer gelijkwaardige relaties moet aangaan, als je wilt dat andere landen meewerken aan terugkeer. En eis niet meteen dat alle banden moeten worden verbroken als een land iets doet waar je het niet mee eens bent.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19133452/210626BIN_2034540909_2.jpg)
Bram van Ojik.
Foto ANPNederland sloot met Marokko een deal over migratie – maar daar kwam ook in te staan dat wij ons niet meer mogen bemoeien met ‘binnenlandse aangelegenheden’ in Marokko. Laat Nederland zichzelf de mond snoeren met dit soort afspraken?
Van Ojik: „Het voorbeeld van Marokko is fascinerend. Het is een van de weinige duurzame partnerschappen. Maar als wij willen weten wat er precies is afgesproken, krijgen we te horen: ‘Dat kunnen we niet zeggen, want dan krijgen we ruzie met Marokko en met het parlement.’ Van die geheimzinnigheid moeten we af.”
Hoe groot is de kans dat het kabinet iets met uw aanbevelingen doet?
Kremer: „Op dit moment heeft Nederland maar één kleine pilot, waarbij vijftig Marokkaanse jongeren hier mogen studeren, als onderdeel van de afspraken met Marokko. Maar er staat wel in het coalitieakkoord dat er pilots komen voor circulaire arbeidsmigratie. Zo zou je per land moeten bekijken wat je kunt aanbieden. Want alleen maar harder roepen dat die landen moeten meewerken aan terugkeer, werkt niet.”
Lees ook
Het nieuwe Europese migratiepact: dit zijn alle veranderingen (en de valkuilen)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19104239/220626OPI_2034600229_Economist_shockingly-bad-at-prioritisation.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/21145018/210626CUL_2033549384_PP2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/18094439/180626BIN_2034488861_gemeenten.jpg)



English (US) ·