Respect voor mensenrechten lijkt in veel landen, ook in het Westen, de laatste jaren steeds meer te verdampen. Theo van Boven, die wel ‘Mr Human Rights’ werd genoemd, zag die ontwikkelingen met lede ogen aan. „Hij was daar bedroefd over maar bleef tegelijk volhouden: het kan en moet anders”, vertelt Cees Flinterman, jarenlang een collega-hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht.
Als er iemand is geweest die zich zijn hele werkzame leven voor de rechten van de mens heeft ingezet, was het wel de vorig weekend op 91-jarige leeftijd overleden Theo van Boven. Vooral tussen 1977 en 1982, als directeur van de afdeling mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève, was hij de stuwende kracht achter een nieuw instrumentarium waarmee de VN schendingen van de mensenrechten kon aanpakken.
Veel meer dan zijn voorgangers was Van Boven bereid zijn nek uit te steken voor met name de slachtoffers van mensenrechtenschendingen. „Hij heeft op dat vlak echt baanbrekend werk verricht”, zegt Daan Bronkhorst, die als medewerker van Amnesty International door de jaren heen veel contact had met Van Boven. „Hij was een kundig diplomaat maar hij was ook voor de duvel niet bang. Ik ken niemand die zo stijfkoppig was als hij als het ging om het vinden van gerechtigheid voor slachtoffers.”
Volgens Hans Thoolen, die veel met Van Boven in Genève optrok toen hij daar zelf zat voor de International Commission of Jurists en hem bewonderde, week de VN-mensenrechtendirecteur ook uiterlijk nogal af van de gemiddelde, onberispelijk geklede diplomaat. „Hij maakte vaak meer de indruk van een activist, met zijn wat sjofele kleding en vaak uit de broek hangende overhemden, met zijn anti-Apartheidsspeldje op.”
Lees ook
Europese landen proberen rechters bij te sturen voor strenger migratiebeleid
Lijden aan de wereld kenbaar maken
Van Boven introduceerde onder meer het nieuwe concept van VN-onderzoeksmissies. Die bezochten aanvankelijk vooral Latijns-Amerika, waar destijds nog veel dictatoriale regimes heersten die zich op grote schaal van martelingen en ‘verdwijningen’ van tegenstanders bedienden. Bij de eerste missie in Chili in 1978 beperkte Van Boven zich niet tot gesprekken met de regering maar zocht actief contact met slachtoffers.
Na een gesprek met de geïrriteerde Chileense leider Augusto Pinochet dwong hij een bezoek af aan een berucht martelcentrum. „Een slachtoffer wees waar de trap moest zijn waar hij in water werd gedompeld, waarna elektrische schokken door zijn geslachtsdelen werden gevoerd”, herinnerde Van Boven zich jaren later. „En hij herkende de bank waar hij, geboeid en geblinddoekt, gedwongen werd zijn eigen uitwerpselen op te eten.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14154540/140526BIN_2033659264_pinochet.jpg)
De Chileense dictator Augusto Pinochet in 1986.
Foto Marco Ugarte / APOok zette Van Boven zich in voor de slachtoffers van de Argentijnse militaire junta. Zo kwam hij in contact met de Dwaze Moeders uit Argentinië, die opheldering eisten over het lot van verdwenen familieleden. Van Boven aarzelde niet – en ook dat was een novum voor zo’n hoge VN-functionaris – landen die de mensenrechten met voeten traden openlijk te noemen. Dit was tegen het zere been van regimes als die in Chili, Argentinië en Brazilië, die de VN zoveel mogelijk tegenwerkten.
„Vooral in Latijns-Amerika zijn heel veel mensen nog altijd geweldig dankbaar dat ze iemand vonden die bereid was hun lijden onder dictatoriale regimes aan de wereld kenbaar te maken”, aldus Flinterman.
Begin jaren tachtig kregen de repressieve Latijns-Amerikaanse regimes echter steun van de nieuwe conservatieve Amerikaanse regering van president Ronald Reagan, die zich veel minder om mensenrechten bekommerde dan zijn voorganger Jimmy Carter. In 1982 werd Van Boven na een toespraak, waarin hij met name Guatemala aan de schandpaal had genageld, door VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar zonder pardon aan de kant geschoven. Mede onder Amerikaanse druk, naar later bleek.
Lees ook
Oud-VN-diplomaat prof. Theo van Boven; Bejubeld en verguisd activist
Ontslag kwam hard aan
Theo van Boven werd geboren in 1934 in Voorburg in een gereformeerd gezin. Hoewel de oorlogstijd indruk op hem maakte, vormde die naar eigen zeggen geen doorslaggevend motief om rechten te gaan studeren of zich op mensenrechten toe te leggen. Wel maakte de rassendiscriminatie in de zuidelijke Verenigde Staten, waar hij ook een jaar studeerde, veel indruk op hem. Na zijn rechtenstudie ging hij in 1960 als diplomaat aan de slag bij Buitenlandse Zaken.
Daar kreeg hij de nog tamelijk prille mensenrechtenportefeuille toegeschoven. Het thema sprak hem aan en hij begon tevens met een proefschrift over vrijheid van godsdienst. Dat mondde uit in een parttime aanstelling als lector mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam, destijds de eerste in Nederland. In de jaren zeventig volgde zijn verhuizing naar Genève, eerst als Nederlands vertegenwoordiger bij de Commissie Mensenrechten van de VN, later als directeur van de mensenrechtenafdeling.
Zijn ontslag in Genève kwam hard aan bij Van Boven. Hij was weliswaar niet iemand die veel met zijn persoonlijke gevoelens te koop liep, maar zijn vrienden en collega’s merkten dat het hem altijd hoog bleef zitten. Ook de reactie van het ministerie van Buitenlandse Zaken stelde hem teleur. Het ministerie zou hem vervolgens slechts een ondergeschikte post als consul in het toenmalige Birma hebben aangeboden. Thoolen: „Hij was daar wel een beetje door beledigd.”
Als de gemiddelde persoon zich alleen maar om hem- of haarzelf bekommert, is dat een wereld van geestelijke armoede
Maar Van Boven was er de man niet naar om bij de pakken neer te gaan zitten, ook al zou hij voortaan internationaal minder invloed kunnen uitoefenen. In plaats daarvan werd hij hoogleraar aan de net opgerichte rechtenfaculteit van de Universiteit van Maastricht. Daar inspireerde hij volgens Flinterman zijn collega’s en studenten nog enige decennia met zijn niet aflatende inzet en enthousiasme voor mensenrechten.
Intussen bleef hij van tijd tot tijd ook gevoelige opdrachten voor de VN uitvoeren, onder meer als speciale rapporteur over martelingen (2001-2004), een van de VN-mechanismen die hijzelf indertijd in Genève had helpen opzetten. Ook was hij enige tijd griffier bij het Joegoslavië-tribunaal en onderhandelde hij namens Nederland mee bij de oprichting van het Internationaal Strafhof.
Bij al die activiteiten bleef hij hulp aan de medemens, vooral de lijdende medemens, als een plicht beschouwen. Of zoals hij het zelf in 2023 verwoordde: „Als de gemiddelde persoon zich alleen maar om hem- of haarzelf bekommert, is dat een wereld van geestelijke armoede.”
Lees ook
Internationale mensenrechtenconferentie in Zambia geannuleerd ‘onder druk van China’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12121615/130526BIN_2033582341_geurts1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14160239/140526VER_2033739268_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/14170546/140526VER_2033739471_phone2.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11205448/110526DEN_2033583636_Brandstof.jpg)




English (US) ·