Waarom psychische diagnoses vaak tekortschieten: onderzoekers willen af van hokjesdenken

1 dag geleden 3

Je hebt angstklachten, een eetstoornis of depressieve gevoelens en krijgt vervolgens een label uit de DSM-5 opgeplakt. Maar hoeveel zegt dat label eigenlijk écht over wat er met je aan de hand is? Psychologen komen nu met een alternatief model dat veel beter lijkt te werken.

Volgens Amerikaanse onderzoekers schiet het huidige systeem voor psychische diagnoses tekort. Ze pleiten daarom voor een radicaal andere aanpak: minder hokjesdenken en meer aandacht voor onderliggende symptomen. Er blijkt namelijk een sterke samenhang tussen allerlei psychische aandoeningen, zoals depressie, angststoornissen, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en eetstoornissen.

Het probleem met de DSM

Psychologen werken normaal gesproken met de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), hét handboek voor psychiatrische diagnoses. Dat systeem werkt grotendeels volgens vaste categorieën: je hebt een aandoening wel of niet. Daar wringt volgens hoofdonderzoeker Kelsie Forbush van de University of Kansas de schoen. “Er mankeert veel aan de manier waarop we psychische problemen diagnosticeren”, zegt ze. “In het huidige systeem heb je een stoornis of niet, er zit niks tussenin. Dat is om meerdere redenen problematisch en bij eetstoornissen zie je dat extra duidelijk.”

Zo zijn er volgens Forbush maar liefst 126 verschillende manieren waarop iemand aan de criteria voor anorexia nervosa kan voldoen. “Dat simpele ja-of-nee-label vertelt een behandelaar vaak nauwelijks wat er echt speelt”, legt ze uit. “Iemand met anorexia en iemand met boulimia hebben vaak vrijwel exact dezelfde symptomen. Het enige verschil zit hem dan in het lichaamsgewicht.”

Leestip: Jongeren met psychische problemen spenderen meer tijd op sociale media

Zelfde klachten, andere diagnose

Het omgekeerde gebeurt ook regelmatig: twee mensen krijgen dezelfde diagnose, terwijl hun klachten nauwelijks overeenkomen. Daarbij verschuiven diagnoses vaak in de loop van de tijd. Forbush verwijst naar eerder onderzoek waarbij mensen met anorexia een jaar later allemaal nog steeds een eetstoornis hadden, maar geen van hen nog dezelfde officiële diagnose. “Kleine veranderingen in symptomen kunnen al leiden tot een compleet nieuw label”, waarschuwt ze. Dat maakt het lastig om goed te voorspellen hoe ernstig een aandoening is of hoe groot de kans is op herstel.

Daarom kijken steeds meer wetenschappers naar een alternatief: de zogeheten Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP). In plaats van vaste categorieën werkt dit hiërarchische model met glijdende schalen. Klachten zoals angst, verdriet en eetproblemen worden gemeten op een spectrum en vervolgens gegroepeerd in bredere patronen. Forbush vergelijkt het met een bloeddrukmeting. “Je bloeddruk is geen simpel ja-of-nee-verhaal”, zegt ze. “Het is een waarde op een schaal. Pas daarna kun je zeggen of die hoog of laag is.”

Internaliseren

Voor de studie analyseerde het team gegevens van een grote, representatieve groep Amerikaanse veteranen die kort daarvoor het leger hadden verlaten. Daaruit bleek dat veel psychische klachten samenkomen in één bredere factor: internaliseren. Dit is een proces waarbij de buitenwereld naar binnen wordt gebracht. Externe regels, waarden, kennis of emotionele stress, zoals angst, verdriet en piekeren, wordt deel van de innerlijke structuur. “De kern hiervan is een sterke aanleg voor negatieve emoties”, weet Forbush. “Sommige mensen zijn simpelweg gevoeliger voor verdriet, stress of angst.”

Volgens haar kan behandeling veel effectiever uitpakken als therapeuten zich richten op die onderliggende kwetsbaarheid in plaats van op steeds wisselende labels. Het uiteindelijke doel is om de geestelijke gezondheidszorg een stuk persoonlijker en preciezer te maken.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel