Toen de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema op 1 juli 2021 haar excuses had aangeboden voor de „actieve betrokkenheid” van het Amsterdamse stadsbestuur bij het slavernijverleden, bleef het stil bij de nationale herdenking slavernijverleden in het Oosterpark. Enkele seconden later volgden toch gejuich en applaus.
Linda Nooitmeer, destijds voorzitter van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), hield ook een toespraak en zat tijdens die van burgemeester Halsema op de voorste rij. Nooitmeer vertelt dat die paar seconden van stilte na de excuses veel losmaakten. „Het was het besef dat daar, op dat moment, iets historisch was gebeurd, namelijk het eerste moment van erkenning voor onze voorouders.”
Excuses waren van groot belang voor de nazaten van tot slaaf gemaakten
De doorwerking van het slavernijverleden wordt „nog elke dag” gevoeld door de Surinaamse en Afro-Caribische gemeenschap, vertelt ze. De excuses van burgemeester Halsema voelen voor Nooitmeer daarom vooral als een „startpunt”, waarbij zou worden bekeken wat „na de excuses” moest gebeuren.
Het is deze woensdag, als op Keti Koti de afschaffing van de slavernij wordt herdacht en gevierd, vijf jaar geleden dat Amsterdam als eerste Nederlandse gemeente excuses aanbood voor het slavernijverleden. Meerdere gemeenten, provincies, banken en ook het Rijk en de koning hebben dit voorbeeld opgevolgd. Maar wat hebben de Amsterdamse excuses de afgelopen vijf jaar opgeleverd?
Lees ook
Wat is de oogst na een jaar herdenken van het slavernijverleden?
Route naar herstel
Uit onderzoek dat het stadsbestuur vooraf liet gaan aan de excuses, getiteld De Slavernij in Oost en West, was gebleken dat de betrokkenheid van de stad bij slavernij „direct, wereldwijd, grootschalig, veelzijdig en langdurig” was. Mede daarom noemt Halsema 1 juli 2021 nog altijd „een historisch moment”. „Excuses waren van groot belang voor de nazaten van tot slaaf gemaakten”, laat ze weten aan NRC. „Ik voelde de zwaarte van de verantwoordelijkheid die dag op mijn schouders.”
Zonder excuses en erkenning is volgens Halsema geen herstel mogelijk. „Want dat is de volgende stap, waar we de afgelopen vijf jaar mee bezig zijn geweest: hoe herstel eruit moet zien, na de erkenning van wat de tot slaaf gemaakten is aangedaan, en hoe dat generaties later nog doorwerkt”, aldus de burgemeester.
Dat herstel begon met een adviesvraag. Op 4 april 2024 presenteerde de organisatie Zwart Manifest het aanbevelingsrapport Route naar Herstel, over hoe herstel vorm moest krijgen in de stad. Daarop stelde de gemeente tien prioriteiten vast, die in september 2025 door het college zijn overgenomen. Zo wil de stad van 1 juli een vaste vrije dag maken voor Amsterdamse ambtenaren, schoolmateriaal maken over het slavernijverleden en een fonds oprichten voor nazaten.
Voor de route naar herstel maakt het college ten minste tot 2040 „structureel” geld vrij, blijkt uit het coalitieakkoord van het in juni geïnstalleerde college. Het fonds, dat „samen met de gemeenschap” wordt vormgegeven, zal worden ingezet voor het erkennen en herstellen van historisch onrecht, zo staat in het akkoord. Daarnaast wordt geld vrijgemaakt voor het toekomstig Nationaal Slavernijmuseum op het Amsterdamse Java-eiland.
foto koen van weel / ANPBeleid staat nog in de steigers
Volgens burgemeester Halsema worden al concrete stappen gemaakt. Maar, zegt ze ook, „we zijn nog lang niet klaar”. Inderdaad staat de route naar herstel vijf jaar na de excuses nog in de steigers, hebben ambtenaren nog geen vrij op 1 juli en is het slavernijmuseum – waarvoor in 2017 een motie werd aangenomen – er nog altijd niet. Wel loopt Amsterdam met concrete plannen voor op andere gemeenten: ook landelijk hebben de elders aangeboden excuses nog weinig concrete resultaten opgeleverd.
Mede daarom stemmen de stappen die Amsterdam de afgelopen vijf jaar heeft ondernomen grotendeels tevreden, zegt Dave Ensberg-Kleijkers, sinds juli 2025 voorzitter van het NiNsee. Hij wijst naar de „leidende rol” van de gemeente, die als eerste stad excuses maakte, waarna meer overheden volgden. Daarnaast is Ensberg-Kleijkers „blij” dat de excuses „geen eenmalige symbolische daad” zijn, „maar een onderdeel van een breed, diepgaand en langdurig herstelprogramma met een rechtvaardigheidskarakter”, waarmee hij doelt op de route naar herstel. Dat past volgens Ensberg-Kleijkers bij de gewenste reparatory justice (herstellende gerechtigheid), die via waarheidsvinding niet alleen herstel biedt voor het verleden, maar ook voor de doorwerking daarvan in het heden.
Het staat nu weliswaar in het coalitieakkoord, maar we hebben een paar jaar verloren
Maar volgens de NiNsee-voorzitter kan er meer gebeuren. Zo vindt hij dat Amsterdam een voortrekkersrol kan innemen om ook andere gemeenten aan te zetten meer te doen aan reparatory justice, omdat die vaak niet „zo uitgesproken” zijn als Amsterdam. Ensberg-Kleijkers hoopt daarnaast dat Amsterdam een „leidend voorbeeld” kan zijn voor andere Europese steden, omdat „veel Europese landen aan het begin van dit gesprek staan”.
Linda Nooitmeer vindt ook dat Amsterdam een „voorloperspositie” inneemt. Hoewel ze „content” is met het beoogde fonds, vindt ze dat kritisch gekeken moet worden naar de besteding van de middelen. „De beschikbare middelen worden vooral gebruikt voor culturele en kortstondige projecten of onderzoek”, zegt Nooitmeer, die initiator is van een expertisecentrum voor herstel dat zich richt op sociale en economische emancipatie van de Afrikaanse diaspora. Volgens haar moet de sociaaleconomische emancipatie van de zwarte gemeenschap een „speerpunt” zijn, met bijvoorbeeld betere financieringsmogelijkheden voor zwarte ondernemers of studiebeurzen voor zwarte studenten.
Mitchell Esajas, medeoprichter van The Black Archives, het archief over het koloniale verleden, slavernij, racisme en zwarte emancipatie, is kritischer over het Amsterdamse beleid. „De zaadjes zijn geplant, maar hebben nog niet genoeg water gekregen”, zegt hij. De excuses waren volgens Esajas „heel belangrijk”, daardoor is „meer ruimte ontstaan voor het bespreken van dit onderwerp”. „Maar voor de aanpak van de sociaaleconomische ongelijkheid die door de slavernij is ontstaan en nog steeds doorwerkt, is de afgelopen jaren geen structureel beleid ontwikkeld en zijn nog geen middelen vrijgemaakt.”
Esajas stelt dat de route naar herstel na het adviesrapport van 2024 te lang heeft stilgelegen. „Het staat weliswaar in het coalitieakkoord, maar we hebben een paar jaar verloren.” Tegelijkertijd zegt hij dat het „naïef” zou zijn om direct resultaat te verwachten, omdat het na de afschaffing van de slavernij meer dan honderdvijftig jaar heeft geduurd voordat er excuses kwamen. „Al hadden we vijf jaar geleden de hoop dat na die golf van excuses en het maatschappelijk debat nu meer gerealiseerd zou zijn.”
Lees ook
Lokale projecten genoeg, maar: ‘Excuses voor het slavernijverleden moeten wel inhoud krijgen’
‘Geen loze beloftes’
De recent geïnstalleerde wethouder sociale rechtvaardigheid, Araya Sumter, is de komende vier jaar verantwoordelijk voor de Amsterdamse route naar herstel. Sumter, die Surinaamse wortels heeft, was voor haar wethouderschap als topambtenaar in Den Haag betrokken bij de Stuurgroep Doorwerking Slavernijverleden. Ze stelt dat in Amsterdam „goede stappen zijn gezet” qua herstelmaatregelen, maar vindt ook dat de „zaadjes zeker wat meer water moeten krijgen”. Want, zo zegt Sumter, „we hebben tien prioriteiten opgesteld, waarmee we voorlopen op veel andere gemeenten. Maar er moet nog wel uitvoering plaatsvinden”.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30153144/300626BIN_2034573966_slavernij3.jpg)
Landelijke herdenking van het slavernijverleden in 2021.
Foto kOEN VAN WEEL / ANPDe wethouder is daarom „heel blij” dat het coalitieakkoord „heel uitdrukkelijk” aandacht besteedt aan de route naar herstel, en dat middelen voor het fonds zijn vrijgemaakt. Verder ligt volgens Sumter bijvoorbeeld een onderzoek naar koloniale roofkunst in het verschiet, net als een leerwerkboek over het slavernijverleden voor het Amsterdamse basisonderwijs, verder onderzoek naar de invoering van 1 juli als vrije dag, een herstelstation waar psychosociale hulp wordt aangeboden voor en door de gemeenschap en een nieuw standbeeld van Anton de Kom, de Surinaamse schrijver, antikoloniaal activist en verzetsstrijder. De opening van het slavernijmuseum staat gepland voor 2030.
De wethouder wil in elk geval voorkomen dat de excuses „loze beloftes” blijken te zijn. Daarom wil Sumter de route naar herstel „in dialoog” met de gemeenschap en betrokken organisaties opstellen. Ze hoopt dat de betrokkenen haar de komende jaren zien als een bondgenoot, door zichtbaar en transparant te zijn, ook over de geboekte resultaten. „Als ik met een gieter kom, moet ik laten zien dat ik de zaadjes daadwerkelijk water kom geven”, zegt Sumter. „Maar het allermooiste is als we dat sámen leren doen.”
Lees ook
Hoe zit het eigenlijk, vrij krijgen bij Keti Koti?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30211249/300626VER_2034878926_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30185405/300626VER_2034878147_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/30170907/300626BUI_2034790286_venezuela3-1.jpg)





English (US) ·