Medewerkers met een flexibel contract krijgen straks meer zekerheid over hun inkomen en werktijden: de Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel daartoe dinsdag aangenomen. Nederland heeft in Europa relatief het hoogste aantal werkenden met een flexibel contract: 2,7 miljoen mensen – bijna drie op de tien werkenden.
Het uitgangspunt van de ‘Wet meer zekerheid flexwerkers’ is dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Dat betekent dat medewerkers na een tijdelijk contract sneller een vast dienstverband moeten krijgen. Het nulurencontract – waarbij de medewerker onzeker is over het aantal uren werk en dus het inkomen – wordt afgeschaft.
„Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is”, zegt minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66). „Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst.”
De Tweede Kamer heeft in de wet enkele aanpassingen gemaakt. Na drie tijdelijke contracten mag in het uiteindelijke wetsvoorstel geen tijdelijk contract meer worden afgesloten, eerder was dat nog vijf. Daarnaast mogen AOW-gerechtigden straks nog wel op oproepbasis via een nul-urencontract werken. Voor jongeren, scholieren en studenten met bijbanen gold deze uitzondering al.
Als de Eerste Kamer ook instemt met het wetsvoorstel, treedt het per januari 2028 in werking. Dat is acht jaar nadat een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap daarover adviseerde. Uit dit advies volgden in totaal zes wetsvoorstellen. Deze wet is de eerste van de zes die de Tweede Kamer behandelt.
Lees ook
Waarom is het zo moeilijk de arbeidsmarkt te hervormen?
Liveblog Economieblog
Hackers geven buitgemaakte gegevens Canvas terug aan moederbedrijf


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12133539/120526ECO_2033656852_pfas3.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12131243/120526ECO_2033686610_.jpg)





English (US) ·