Ziek, verward en zonder zorg: 62.500 cliënten leven buiten het zicht van de ggz door een ‘draaideur in de acute zorg, een wachtlijstspiraal en een bottleneck in beschermd wonen’

2 uren geleden 2

Rotterdam, even na half tien afgelopen zaterdagochtend. De politie krijgt meldingen over agressief gedrag. Een persoon zou mensen op de stoep met een mes achternazitten. De man steekt uit het niets in op voorbijgangers – eerst in de Schaepmanstraat, daarna op het Marconiplein, vijf minuten verderop, nog geen halfuur later bij de Brug van Cyrene in Overschie.

Twee mannen raken gewond, één moet worden behandeld in het ziekenhuis. Dezelfde ochtend halen agenten een 26-jarige verdachte van straat. Hij kende geen van de slachtoffers, schrijft de politie in een persbericht, en vertoont, zo blijkt uit politieonderzoek, ‘onbegrepen gedrag’. „Naast het strafrechtelijk onderzoek is daarom ook aandacht voor passende zorg.”

Bekendste voorbeeld is wellicht Bart van U., die oud-minister Els Borst vermoordde en nog geen jaar later ook zijn zus Loïs

Dus, zorgplek gezocht. Zo’n 62.500 van de totale 250.000 mensen met een ernstige psychische aandoening – één op de vier cliënten – krijgen geen of onvoldoende zorg en blijven buiten beeld van de geestelijke gezondheidszorg.

Dat concludeert de ggz in het lijvige rapport Blijvend Nabij dat deze woensdag wordt gepresenteerd. En wil de samenleving wat doen aan deze verontrustende cijfers, dan lukt dat alleen „als de hulp niet langer stopt op het moment dat iemand van zorg, woning of instantie verandert”.

Onheil en verdriet

Dat is allerminst het geval. Kira, Edwin, Fouad, Mark: allemaal cliënten met een ernstige psychische aandoening die afgelopen jaren tussen wal en schip belandden en het falen van een zorgsysteem een gezicht gaven. De eerste twee pleegden zelfmoord, de laatste twee brachten hun omgeving onheil en verdriet. Mark L. bewerkte hulpverleners met een mes, toen die – gealarmeerd door de crisisdienst – kwamen kijken of hij psychotisch was geworden. Geneeskundestudent Fouad L. schoot zijn buurvrouw en haar dochter dood om daarna op het Erasmus MC een studiezaal in brand te steken en – voor de ogen van studiegenoten – zijn docent neer te schieten, waarna die ter plekke overleed.

Bekendste voorbeeld is wellicht Bart van U., die oud-minister Els Borst vermoordde en nog geen jaar later ook zijn zus Loïs. Een onderzoeksrapport naar aanleiding van die tragedie, van de commissie-Hoekstra, concludeerde in 2015 dat ggz-instellingen door de overheid waren klemgezet tussen tegenstrijdige eisen: met minder geld en minder middelen, meer veiligheid bieden. Tegelijkertijd kampt de ggz met een oplopend personeelstekort, te weinig woonvoorzieningen en ongeschikte financiering, waardoor wachtlijsten blijven oplopen.

Kabinet na kabinet beloofde beterschap. Er kwamen nieuwe wetten die ervoor moesten zorgen dat politie, justitie, gemeenten en ggz beter zouden samenwerken. Inmiddels telt de ggz voor mensen met psychische kwetsbaarheid „tien wettelijke kaders”, zonder dat dit zoden aan de dijk heeft gezet. Er is sprake van versnippering op alle niveaus, van aansturing tot financiering, concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het rapport Kunnen doen wat nodig is. En die verbrokkeling blijkt in de praktijk, in de woorden van VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen, „een dekmantel om te weg te kijken.”

De mobiele eenheid zoekt in het Heidepark in Bilthoven naar sporen rond de dood van oud-minister Els Borst.

Foto Erik van ’t Woud / ANP

2.660 corporatiewoningen tekort

In de huidige aanpak, analyseert het nieuwe rapport Blijvend nabij, draaien de drie ketens van wonen, zorg en veiligheid in „vicieuze cirkels” die elkaar „in stand houden en versterken”. Het leidt tot een „draaideur in de acute zorg”, een „justitiële carrousel” en een „wachtlijstspiraal” voor (forensische) zorgplekken. En als gemeenten en zorginstellingen iemand willen laten doorstromen, stuiten ze op een „bottleneck in beschermd wonen”.

Ter illustratie: jaarlijks zouden voor de uitstroom van cliënten uit beschermd wonen 3.980 corporatiewoningen nodig zijn, maar in 2023 bleef de teller steken op 1.320. Dat betekent 2.660 woningen te weinig en een ggz die nog verder verstopt raakt: beschermd wonen zit vol, bedden blijven bezet, nieuwe opnames kunnen niet, cliënten wachten langer dan een jaar. Het aanbod wordt leidend. Groepstherapie wordt ingezet als kostenbesparing.

Hoe kan het dan beter volgens de Nederlandse ggz?

Daarvoor moet worden gekeken naar de zieke mensen zelf. Een ernstig psychische aandoening komt meestal niet alleen: ruim 40 procent van de mensen is tegelijkertijd licht verstandelijk beperkt. 20 tot 50 procent kampt ook met een verslaving; 80 procent heeft geen betaald werk.

1.500 cliënten gevaarlijk voor omgeving

Wanneer deze cliënten voor zichzelf moeten zorgen, in het vertrouwen dat ze zelf hun medicijnen innemen, naar de huisarts gaan, op tijd de huur betalen, de zorgverzekeringspremie en ga zo maar door, dan kan het vroeg of laat ontsporen. Dan liggen ”zelfverwaarlozing, suïcidaliteit, dakloosheid en zorgmijding” op de loer en worden ze een gevaar voor zichzelf. Zo’n 24.000 tot 60.000 mensen lopen dit risico, schat de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Deze cliënten kunnen ook een gevaar worden voor anderen – maar dit is een minderheid van 1.500 cliënten, 0,6 procent van het totaal aantal mensen met een ernstige psychische aandoening.

„We weten waar het misgaat”, zegt Ruth Peetoom, voorzitter van de Nederlandse ggz: wanneer verantwoordelijkheden verschuiven, van justitie naar zorg, naar wonen en vice versa. Een ontslag uit de kliniek. Een verandering van woonvorm. Het einde van een celstraf. Peetoom: „Dan mag iemand niet ineens alleen komen te staan.”

Om te voorkomen dat psychisch kwetsbare cliënten pas in een crisis worden teruggezien, dringt de ggz er onder meer op aan dat alle gemeenten ‘bemoeizorg’ beschikbaar stellen

Maar dat gebeurt wél. Onduidelijk is wie bij zo’n overgang de begeleiding doet en wie verantwoordelijkheid draagt. De deur gaat dicht en een kwetsbare cliënt moet weer zelf op zoek naar hulp, terwijl afbreken van structuur en regelmaat psychisch lijden kan verergeren.

Om te voorkomen dat psychisch kwetsbare cliënten pas in een crisis worden teruggezien, dringt de Nederlandse ggz er onder meer op aan dat in alle gemeenten ‘bemoeizorg’ beschikbaar komt, betaald uit de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Zorgverzekeringswet. Gemeenten schakelen maatschappelijk werk in, de ggz zorgt voor de behandelteams. Daarmee wordt het mogelijk om samen met de cliënt „een langdurige zorgrelatie op te bouwen die overgangen overbrugt in plaats van bij elke fase opnieuw te beginnen”.

Een stille tocht ter nagedachtenis aan de vrouw die op 4 mei in de Scheveningse Bosjes met een mes werd gedood tijdens het uitlaten van haar twee honden.

Foto Koen van Weel / ANP

Buiten slapen in een tent bij de brug

Dat overkwam ook Freek, 43 jaar, vader van een volwassen zoon. Onderzoekers van de OVV tekenden zijn verhaal op. Hij was weer bij zijn ouders komen wonen toen zijn relatie uitging en hij vanwege schulden nergens anders terechtkon. Maar zijn vader zet hem het huis uit, als hij zijn zoon betrapt op het stelen van geld. Freek staat op straat en klopt aan bij de gemeente voor hulp. Die wijst hem af voor de daklozenopvang, omdat hij een uitkering en een postadres heeft.

Hartje winter belt hij elke dag met de noodopvang en krijgt een plek. Totdat hij bij een urinecontrole wordt betrapt op drugsgebruik. Hij moet de opvang uit en Freek zoekt zijn toevlucht in een tentje langs de snelweg. Hij slaapt buiten en gebruikt elke dag, „eerst om het vol te houden, later omdat ik niet meer zonder kon”. Voor zijn familie, ook zijn zoon, houdt hij het stil: ze weten niet dat hij buiten slaapt. Alleen de twee hulpverleners van het interventieteam zoeken hem regelmatig op.

Ze overtuigen hem na lang aandringen weer hulp te zoeken. In drieënhalf jaar tijd verblijft Freek op elf verschillende plekken: in dagopvang, containers, afkickklinieken. „Soms ging het beter, soms had ik een terugval.” Wat niet hielp was dat hij steeds weer moest vertrekken zodra iets misging. „Weer verhuizen, weer een nieuwe groep mensen, dat maakt je onzeker.” Wat wel hielp: „Er waren mensen die niet wegliepen.” De twee ggz-hulpverleners bijvoorbeeld. Zij bleven en hebben met een maatschappelijk hulpverlener en de daklozencoördinator van de gemeente een huurhuis kunnen regelen. „En kijk waar ik nu ben: ik woon weer op mezelf. Hier kan ik blijven. Ik ben ontzettend trots.”      

Een uitkomst? Zeker. Er is alleen één probleem. De manier van bekostigen straft ggz-instellingen die hier meer geld in stoppen. De teams behoren vaak tot de financieel slechtst presterende eenheden binnen ggz-instellingen, constateert de OVV. „De ggz-professionals trekken weg naar lichtere ggz-zorg.” De Nederlandse ggz dringt aan op betere bekostiging en hoopt op een financiële bijdrage van het Rijk.

Lees ook

‘Wij dachten echt: wat gebeurt hier?’ En niet alleen in de ggz heerst onrust over een minister die opleidingsplaatsen schrapt

21-07-2026 Middelburg Mona van den Berg Maarten Maul Basis psycholoog
Lees het hele artikel