Op sommige plekken langs het circuit van Zandvoort kan je het asfalt bijna aanraken – en de geschiedenis ook. Kort na de Tarzanbocht, waar auto’s rakelings langs de drukke paddock scheren, kwam op een grauwe augustusdag in 1952 Alberto Ascari op kop uit de eerste bocht van de eerste Nederlandse Grand Prix in het WK Formule 1. Wie toen tussen het helmgras stond, zag de Italiaan daarna nog 89 keer langskomen, worstelend met het stuur van een sigaarvormige Ferrari waar zijn in polotrui gehulde torso bovenuit stak, op weg naar een overwinning.
22 coureurs treden dit weekend nog éénmaal in Ascari’s voetsporen. Daarna verdwijnt Zandvoort van de Formule 1-kalender. En de kans dat het circuit de prestigieuze raceklasse ooit nog terugziet, is nihil. Hoe succesvol en toonaangevend de edities in de afgelopen vijf jaar ook waren.
Exact naast de startstreep op het Zandvoort van 2026 ligt de pitgarage van de man die er in zijn eentje verantwoordelijk voor is dat de Formule 1 na een eerder vertrek in 1985 überhaupt weer terugkwam naar de badplaats. En je zou kunnen zeggen dat viervoudig wereldkampioen Max Verstappen ook verantwoordelijk is voor het (opnieuw) verdwijnen ervan – maar dat is ook wat te simpel gesteld.
Verstappens aanhoudende twijfels over zijn toekomst in de Formule 1 waren namelijk een belangrijke reden voor de organisatoren om hun contract niet te verlengen. Dat zij dat besluit namen, eind 2024, zegt echter vooral veel over de economische realiteit van de moderne Formule 1. En ook over de manier waarop Nederlanders sport beleven.
Geen euro subsidie
Sinds de slinkse onderhandelaar en teameigenaar Bernie Ecclestone in de jaren zeventig begon met het professionaliseren van de commerciële kant van de sport, is de Formule 1 uitgegroeid tot een moloch, die enorme bedragen kan vragen voor het voorrecht om een grand prix te mogen houden. Hoeveel de organisatie van Zandvoort betaalt, is niet bekend, maar de zogeheten hosting fees zitten gemiddeld rond de 40 miljoen dollar per race. En dan moet het complete evenement nog worden georganiseerd, wat telkens nog eens 65 à 70 miljoen euro kost.
Al dat geld moet de race-organisatie – een consortium van het circuit en sportmarketingbureaus SportVibes en TIG Sports – zelf opbrengen. Op de race in het Britse Silverstone na, is Zandvoort namelijk het enige F1-evenement dat volledig privaat wordt gefinancierd, zonder een euro subsidie van lokale of nationale overheden.
Die omstandigheden betekenen dat de organisatie elk jaar vrijwel alle 300.000 kaarten moet uitverkopen om niet met een financiële strop achter te blijven. Tribunetickets voor enkel de zondag kosten minstens 300 euro; wie tevreden is met een plek in de duinen, is honderd euro minder kwijt.
„De buitenwereld denkt: wat zijn de kaarten duur”, zegt de directeur van SportVibes, Imre van Leeuwen. Hij zit woensdagmiddag in een kantoortje boven de pits met zijn compagnons Niels Markensteijn, directeur van TIG Sports, en circuitbaas Robert van Overdijk. „En ze zijn ook relatief duur. Maar dan nog zit de winst pas op de laatste 5 of 10 procent van de verkochte kaarten.”
Extra ingewikkeld voor Zandvoort is dat races als die in Spanje en België voor Nederlanders goed te bereiken zijn, en goedkoper. „We klagen niet, we zeggen niet dat we subsidie moeten krijgen”, zegt Markensteijn. „Maar we moeten concurreren met races die tientallen miljoenen van de overheid krijgen, waardoor ze makkelijk lagere prijzen kunnen rekenen en ook minder hoeven te verkopen dan wij.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21114540/210826WEE_2035881411_zandvoort5.jpg)
Nederland telt volgens de Zandvoortse organisatie te weinig die-hard autosportfans om ook zonder Max Verstappen een rendabele race te kunnen organiseren.
Foto Benoit TessierBij de bekendmaking in 2018 van de oorspronkelijke F1-deal van het circuit was er nog veel scepsis: het circuit zou te oud en te krap zijn voor zowel de auto’s als de honderdduizenden bezoekers, die bovendien de infrastructuur en wegen in en rond Zandvoort zouden doen vastlopen.
Dankzij een goed uitgedacht mobiliteitsplan (vrijwel alle bezoekers komen met de fiets of de trein) en een grondige opknapbeurt van het circuit liep het heel anders. Zandvoort werd mateloos populair bij fans én bij de Formule 1 zelf.
De Amerikaanse eigenaren van de sport zien Zandvoort als lichtend voorbeeld voor andere races, zowel op organisatorisch vlak als qua sfeer en entertainment. Nadat de beelden van kolkende, door dj’s opgezweepte oranjemassa’s op de tribunes de wereld over waren gegaan, moesten andere circuits aan de bak om niet achter te blijven.
Lees ook
Van de Tarzanbocht over de duintoppen: hoe rijd je de perfecte ronde op Zandvoort?
Lando Norris, de regerend wereldkampioen, baalt dat Zandvoort verdwijnt. Voorbije decennia zijn er een hoop races bijgekomen op locaties met minder autosportgeschiedenis en sfeer. Zandvoort „is veel beter dan een hoop andere races op de huidige kalender”, zegt hij donderdag. „Als het aan ons coureurs lag, dan zouden we Zandvoort erin willen houden.”
En dan is er nog de uitdaging die het krappe parcours de rijders biedt. „Het is een geweldig circuit”, zegt George Russell van Mercedes. „Het heeft veel karakter. Het zal gemist worden.”
Het is een geweldig circuit. Het heeft veel karakter. Het zal gemist worden
De Formule 1 wilde graag verder met Zandvoort. Volgens Van Overdijk viel met de F1-eigenaren, die in principe de voorkeur geven aan langjarige contracten met circuits, over van alles te praten. Maar meer dan een verlenging voor één extra race in 2026 durfden hij en zijn mede-organisatoren eind 2024 niet aan.
Ook toen had Verstappen immers al vaker gezegd dat hij zichzelf niet tot middelbare leeftijd in een F1-cockpit ziet zitten. En ook toen klaagde hij al over het slopende schema van de steeds verder uitdijende racekalender. Een nachtmerriescenario waarin Zandvoort voor vijf of tien jaar bijtekende, om Verstappen vervolgens halverwege de looptijd met pensioen te zien gaan en met lege tribunes achter te blijven, wilden de organisatoren voorkomen.
Maar ook zónder een afscheid van Verstappen hadden ze het de afgelopen jaren moeilijker. De hype rondom Verstappen is niet meer zo groot als in de seizoenen rond zijn eerste kampioensjaar, 2021 – precies ook het jaar waarin Zandvoort zijn rentree maakte. Destijds moesten fans nog loten om kaartjes, nu is dat niet meer nodig, al is de race ook dit jaar alsnog helemaal uitverkocht. In 2022 en 2023 domineerde Verstappen de Formule 1, nu zit het hem juist tegen. Van Leeuwen: „Het is een heel dun lijntje tussen ‘Max wint niks meer, ik ga niet meer kijken’ en ‘ik ga niet meer kijken, want hij wint toch alles’.”
Zo is er dus ook voor Zandvoort geen ontsnappen aan de grillen van de gemiddelde Nederlandse sportkijker. „Als Nederland op de Olympische Spelen kanshebber is bij het volleybal, dan zijn we in één keer allemaal volleybalfan. Dat is hier in de basis hetzelfde verhaal”, zegt Van Overdijk. En als de lol er voor de doorsnee fan vanaf is, blijft alleen een harde kern van autosportfanaten over. „In Nederland is autosport een nichemarkt. Er zijn misschien vijftigduizend die-hard autosportliefhebbers, en dan zit ik nog aan de hoge kant. Daar kun je dit evenement niet op bouwen.”
Dat Verstappen een dag nadat NRC met de Zandvoortse organisatoren spreekt, aankondigt dat hij nog zeker tot 2030 in de Formule 1 blijft, zorgt bij hen niet voor spijtgevoelens. „Dit verandert niets aan ons rationele zakelijke besluit”, appt Van Overdijk later.
Enige kans
Waar de afnemende populariteitsgolf rond Verstappen – of in elk geval de anticipatie op een verdere afname in de toekomst – nu debet is aan het afscheid van Zandvoort, bood de gekte op de piek van die golf juist de enige kans die het circuit ooit nog zou krijgen om de Formule 1 terug te halen. Een beetje zoals het Duitsland van de jaren negentig en vroege jaren nul, waar Michael Schumacher zo populair was dat er voldoende animo was voor niet één, maar twee jaarlijkse grands prix.
„We hebben op het momentum gesurfd”, zegt Van Overdijk in het kantoor boven de pits. „En of zo’n momentum ooit nog terugkomt, hangt ervan af of er een nieuwe held komt.”
Duitsland kreeg na Schumacher in Sebastian Vettel zo’n nieuwe topcoureur, maar zo populair als zijn illustere voorganger werd die nooit. Zowel Hockenheim als de Nürburgring zijn vanwege financiële problemen hun plek in de Formule 1 al jaren kwijt.
En zelfs als de F1-hype in Nederland ooit nog zulke vormen aanneemt als tijdens Verstappens opkomst, is niet gezegd dat er dan nog een commercieel plan valt op te tuigen rond een privaat georganiseerde race in Zandvoort. Hoe meer oliestaten, miljardairs en megabedrijven immers een grand prix willen organiseren, hoe hoger de hosting fees worden. Voor relatief kleine spelers blijft dan steeds minder plek over.
Dus is het Zandvoortse Formule 1-verhaal zondagmiddag na 74 jaar definitief afgelopen? „Daar gaan we wel vanuit”, zegt Van Leeuwen. Van Overdijk is het met hem eens. „Ik denk persoonlijk dat dit nooit meer terugkomt naar Nederland.”
Lees ook
Formule 1 versus dorp in Zandvoort? Dat speelt niet echt: ‘Gaat het goed met het circuit, dan gaat het goed met ons’


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/24033241/Schermafbeelding-2026-08-24-032216.jpg)

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/a4a2c4d-IHM_itemafbeelding.png)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/06090734/210826WEE_2035635366_WEB_HEADER_ILLU_Floor-Rusman-7_Referentiekaders_Kwennie-Cheng.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/19093534/210826BIN_2035762612_Summermaxxing-WEB.jpg)
English (US) ·