Aan Wenninks advies ontbreekt iets cruciaals

1 uur geleden 1

Hoe vaak heb ik de grap gemaakt dat ongeveer elke Europese minister van Financiën die plots op wonderbaarlijke wijze wakker zou worden als de Nederlandse minister van Financiën zou ontwaken in de hemel? Een prima draaiende economie, een lage staatsschuld, wat een feest! Kom daar maar eens om in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk.

Het enige probleem, schreef ik eerder, is dat we te veel economie hebben voor één Nederland. We lopen tegen grenzen op. Politieke wensen en plannen van bedrijven slaan stuk op een gebrek aan werkers, ruimte, stroom en water.

Inmiddels is mijn kijk op de economie minder zonnig aan het worden. De sierlijke bokser, ooit licht op de voeten, snel van de grond na een klap, begint tekenen van stroefheid en ouderdom te vertonen.

In een fitte economie worden kwakkelende, verouderde bedrijven voortdurend vervangen door innovatieve nieuwkomers. Die creatieve destructie is essentieel voor vernieuwing en productiviteit, maar die neemt in Nederland af, constateert het Centraal Planbureau. Oude bedrijven gaan minder vaak failliet. Er komen minder nieuwe bedrijven bij. De Nederlandse economie is minder dynamisch dan die was.

Fundamenten

Er is meer wat me zorgen baart. We verwaarlozen de fundamenten van onze economie.

Nu nog is de Nederlandse beroepsbevolking één van de meest vaardige ter wereld, zo meet de OESO. Slim en kundig. Maar onze toekomstige beroepsbevolking is dat niet. De vaardigheden van onze vijftienjarigen kachelen achteruit. In rekenen zijn Nederlandse vijftienjarigen nog de besten van Europa, maar als het om lezen gaat, behoren ze inmiddels tot de slechtste groep.

En dan verwaarlozen we ook nog onze infrastructuur. Veel van de bruggen, wegen, sluizen en waterwerken die we bouwden in de decennia na de Tweede Wereldoorlog zijn aan vervanging toe. Maar kabinetten maken daar niet genoeg geld voor vrij.

We praten veel over weerbaarheid in een wereld die agressiever is en waar schokken vaker op ons afkomen, bijvoorbeeld door klimaatverandering. Maar dit zijn de ingrediënten van een economie die zich minder snel aanpast, die veel tijd moet steken in het stutten van de fundering in plaats van in het vernieuwen van het huis.

Hoe worden we weer lichtvoetig en fit?

Oud-ASML-topman Peter Wennink schreef er een advies over. Zijn antwoord: geef bedrijven meer ruimte en investeer, ook als overheid, meer in productieve en strategisch belangrijke bedrijfstakken. Dus: schrap regels, geef sneller vergunningen, maak energie goedkoper, zorg voor meer technisch personeel, los het stikstofprobleem op, verzwaar het stroomnet. Dan komt die vernieuwende economie vanzelf. Die gedachtengang belandde ook in het regeerakkoord.

Het is volkomen onduidelijk voor welke bedrijven een netaansluiting echt belangrijk is

Het klinkt logisch, maar het is de blik van de CEO van een bedrijf, zegt Marcel Timmer, hoogleraar en onderdirecteur van het CPB. En daarmee kom je er niet want die blik is te smal. Schaarste zal er altijd zijn, óók als het stroomnet veel zwaarder wordt. „Er is namelijk een oneindige vraag van nog op te richten bedrijven.”

Kijk naar de gemeente Middenmeer, zegt Timmer. Daar kwam meer windenergie. Maar óók een nieuw datacenter van Microsoft. „Het gevolg: de schaarste werd gróter.” Het datacenter slokte niet alleen de nieuwe elektriciteit op, maar ook ruimte en water. „Schaarste kan niet worden opgeheven. Er zullen altijd bedrijven zijn die zich bekneld voelen. De kernvraag is hoe je die schaarste het beste verdeelt.”

Een uitstekende, maar door Wennink niet genoemde manier: via de markt. Timmer: „Beprijs de nieuwe schaarstes: aansluiting op het stroomnet, water, uitstoot van stikstof. Nu gebeurt dat niet en is er chaos.”

Want het is volkomen onduidelijk voor welke bedrijven een netaansluiting echt belangrijk is. „Omdat ze geen prijs kunnen bieden, gaan bedrijven maar meer ruimte claimen op het stroomnet dan ze nodig hebben.” Handdoekjes leggen wordt dat genoemd. Ook rond schoon water lijkt een nieuwe crisis in de maak.

Lichtvoetiger

Zulke prijsprikkels zijn géén straf voor bedrijven, al wordt dat vaak wel zo gezien, bijvoorbeeld als economen pleiten voor een belasting op stikstofuitstoot. Het geeft bedrijven juist grip, zegt Timmer. Nu staan alle bedrijven in een eindeloze wachtrij. Ze kunnen niks. Als ze een prijs kunnen bieden, kunnen bedrijven gaan rekenen. Het bedrijf dat de meeste toegevoegde waarde met een netaansluiting kan creëren, zal het meeste betalen. Andere bedrijven zoeken naar een andere oplossing. De economie kan verder.

En natuurlijk laat de overheid de verdeling niet volledig over aan de markt, zegt Timmer. Ziekenhuizen voorrang geven bij een stroomaansluiting is logisch. „Maar of een bloemenkweker of een datacentrum die stroom het best kan gebruiken? Daarvoor is welk bedrijf er het meest voor over heeft een goed selectiemechanisme. Zo gaan we ook efficiënter met hulpbronnen om.”

Zo bezien is de schaarste aan technisch personeel géén probleem dat de overheid moet oplossen. „Kennelijk zijn bedrijven niet bereid een hoger loon te betalen om die mensen te lokken. Dan zijn ze in andere bedrijven blijkbaar productiever.”

Dus hoe worden we lichtvoetiger en toekomstbestendig? Bevorder concurrentie, verbeter het onderwijs, steek meer geld in infrastructuur. En wees niet bang aan bedrijven een prijs te vragen voor wat schaars is. Want niet alles kan.

Vaak wordt door mensen uit het bedrijfsleven het belang benadrukt van meer wendbare werknemers, een meer wendbare overheid en verzorgingsstaat. Maar het bedrijfsleven zélf kan een stuk wendbaarder worden. Doen alsof de overheid alle belemmeringen voor bedrijven weg kan nemen – juist dat maakt onze bokser stram.

Lees het hele artikel