„Iemand die ik ken heeft naar tientallen stages gesolliciteerd en er geen enkele gekregen”, zegt Elena (23). De studente geesteswetenschappen staat in een groepje van acht studiegenoten buiten te kletsen voor het grote grijze gebouw van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Ze gooien alle sollicitaties gewoon in ChatGPT,” zegt ze. „Zij gebruiken AI, wij gebruiken AI, iedereen gebruikt AI. Maar daardoor lijken motivatiebrieven en cv’s inmiddels allemaal op elkaar, waar is dat goed voor, vraag ik me dan af?”
Inca (21) vult Elena aan: „Ik ken iemand die al drie jaar als vertaler werkt. Hij zei dat mensen niet eens meer hun best doen, omdat ze zo gedemotiveerd raken door het constante nieuws dat je geen baan meer zult hebben, dat je werk door AI wordt overgenomen, dus dat je het maar beter niet eens meer kunt proberen.”
Begin tegen deze groep studenten over AI en er komt meteen een opvallende stortvloed aan kritiek, bezorgdheid, zelfs cynisme los over wat er op de arbeidsmarkt verandert door de techniek. „We hebben het er heel vaak over”, zegt Inca. De studenten willen niet met hun achternamen in de krant vanwege de invloed die dat kan hebben op hun baankansen.
Zijn de zorgen van deze jonge mensen terecht? Hoe dan ook is er wat aan het verschuiven in hun kansen op een baan, blijkt uit diverse recente onderzoeken. De werkloosheid onder jongeren van 15 tot 25 jaar in Nederland is de afgelopen paar jaar opgelopen tot rond de 9 procent van de beroepsbevolking, volgens het CBS. Hoewel de algemene werkloosheid in Nederland erg laag is en op 3,9 procent staat, stijgt die onder jongeren het hardst. Volgens een studie van de Rabobank eerder dit jaar zijn er opvallend minder juniorvacatures in beroepsgroepen die het meest zijn blootgesteld aan generatieve AI. Sinds eind 2022 nam de werkgelegenheid onder 15- tot en met 24-jarigen met 13 procent af in deze beroepsgroepen. Banken, advocatenkantoren en consultancybedrijven wereldwijd nemen nu al minder junioren aan en verwachten dat AI functies permanent zal veranderen.
Kantoorwerk verandert snel
Het is te makkelijk om te stellen dat AI massaal jongeren werkloos maakt, omdat er ook veel nieuwe mogelijkheden ontstaan en omdat dalende werkgelegenheid meerdere macro-economische oorzaken heeft. De effecten van AI op banen beginnen pas net meetbaar te worden. Maar de aard van veel kantoorwerk verandert door AI snel, en uit verschillende internationale studies blijkt tot nu toe dat bedrijven vooral de eenvoudigere juniortaken automatiseren met AI. Voor starters in sectoren als juridische dienstverlening, administratie en marketing is het aantal vacatures in Nederland volgens een recente studie van arbeidsmarktonderzoeksbureau Intelligence Group de afgelopen paar jaar met 30 tot ruim 40 procent gedaald.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01150128/010726ECO_2034652345_aiwerkgelegenheid.png)
Dat leidt tot zorgen: huren werkgevers liever Claude of ChatGPT in dan een Gen Z’er? Arbeidsmarktonderzoekers waarschuwen voor situaties als ‘experience gap’ en ‘entry level collapse’: als de trend doorzet dat AI vooral juniortaken overneemt, komen organisaties snel voor fundamentele vragen te staan over hoe je nog jong talent opleidt. In veel bedrijven leren mensen een vak door eerst de simpelere taken te doen, en dan langzaam omhoog te klimmen richting complexere en meer seniorgerichte taken waarvoor ervaring nodig is.
Maar hoe ga je die ervaring nog opdoen als de juniorfuncties door een chatbot worden gedaan? De ladder om op te klimmen wordt op die manier mogelijk onder jonge mensen weggehaald. En hoewel het op korte termijn voor bedrijven misschien aantrekkelijk lijkt om hetzelfde werk met minder junioren te doen, ondermijnen ze daarmee natuurlijk op langere termijn hun eigen toekomst ook.
Zorgen over wat AI verandert op de arbeidsmarkt beginnen ook serieuzer door te dringen tot jongeren zelf. In de VS lijkt zelfs al sprake van een ‘AI-backlash‘ onder Generatie Z, een broeiende tegenbeweging. Toen oud-Google-topman Eric Schmidt half mei een speech over de geweldige kansen van AI gaf aan duizenden net afgestudeerden van de universiteit van Arizona, werd hij met boegeroep onthaald en meermaals hard uitgejouwd. Juist onder de generatie die de techniek het meest gebruikt, groeien de zorgen het hardst.
Jongeren zijn bezorgd
Dat begint ook zichtbaar te worden in Nederlandse peilingen, ziet Martijn Lampert, onderzoeksdirecteur van onderzoeksbureau Glocalities, dat doorlopend peilingen doet naar waardenverschuivingen in de samenleving. De laatste tijd onderzoekt het specifiek hoe verschillende groepen tegen AI aankijken. Lampert: „In onze recentste meting onder Nederlanders tussen 18 en 34 jaar zien we dat 48 procent van deze jongeren zich inmiddels zorgen of ernstig zorgen maakt dat AI banen overneemt.”
Dat percentage verschilt wel per groep jongeren. Jongeren die vooral zijn gericht op zelfverbetering en materiële welvaart maken zich minder zorgen en zien juist ook veel mogelijkheden. De jongeren die het bezorgdst zijn, zijn op tal van andere terreinen sterk maatschappelijk betrokken: het zijn veelal jonge mensen uit de culturele voorhoede, met een progressieve insteek, maar daarnaast ook mensen die in economisch kwetsbare posities zitten en zich dus meer dan gemiddeld bezighouden met bestaanszekerheid, volgens Lampert.
Wat deze jongeren in de kern delen, is een morele blik op maatschappelijke verandering: „Ze maken zich niet alleen zorgen over AI, maar ook over discriminatie, over klimaatverandering en over inkomensverschillen, en ze hebben duidelijk minder vertrouwen in de overheid, banken en grote bedrijven.” Dat wantrouwen kleurt ook hun blik op AI, een technologie die wordt uitgerold en geïnstalleerd door precies de instituties die ze toch al wantrouwen.
Lampert waarschuwt voor een te simpele duiding van die zorgen: het is volgens hem te makkelijk om te spreken van een ‘AI-backlash’: „Het is geen technofobie, deze jongeren vrezen AI op zichzelf niet, maar wel een samenleving die hen niet beschermt”, zegt hij. „Ze zijn niet bang voor AI zelf, maar bezorgd over wie de prijs betaalt.”
Dat is inderdaad ook iets wat de studenten bij de VU zelf benoemen. Oliver (22): „We krijgen niet geleerd hoe we AI moeten gebruiken. AI is in de kern een selffulfilling prophecy. Juist omdat er zo ongelooflijk veel geld in Claude, ChatGPT en Gemini zit, kunnen zij iedereen beloven dat het de toekomst is en dat we ons er allemaal op moeten voorbereiden.” Daarom stoppen ze het overal in, zegt hij. „Ze vertellen je dat je het moet gebruiken, zodat je erin trapt, het gaat gebruiken en ervoor betaalt, zodat zij er een winstgevend verdienmodel van kunnen maken.”
„Biologische agents”
Een van die ‘zij’ is Alex Rutter, directeur AI voor Europa, Afrika en het Midden-Oosten bij Google Cloud. Hij verkoopt AI-toepassingen aan bedrijven. „Naast de zorgen van jonge mensen, zie ik ook veel optimisme over wat er allemaal mogelijk wordt door deze techniek”, zegt hij. „Wat je in de toekomst gaat zien, is veel meer samenwerking tussen biologische en niet-biologische agents.” Daarmee bedoelt hij: mensen en slimme AI-assistenten die samen taken uitvoeren. „We vergelijken een AI-agent vaak met een werknemer: je moet ze trainen, hun werk blijven bijschaven, ze parameters, taken, rollen en functies meegeven waarmee ze iets leveren. Het verschil is dat ze efficiënter kunnen werken. Ze kunnen dag en nacht doorgaan. Maar er zijn vaak wel mensen nodig om ze bij te sturen.”
En ja, dat leidt ertoe dat banen nu al sterk veranderen, en dat jongeren zich daarop zullen moeten aanpassen, zegt hij. „Continu leren en aanpassen is altíjd iets wat jonge mensen hebben moeten doen.” Rutter geeft wel eens gastcolleges aan studenten over wat ze zelf kunnen doen om bij te blijven. „Wat ik dan altijd benadruk is de noodzaak om kritisch te leren denken, dat is iets wat we steeds meer organisaties zien omarmen. En het vermogen om op de juiste manier vragen te stellen, wat wij prompt engineering zouden noemen.” Jongeren kunnen zich dus maar beter op dat soort vaardigheden richten, denkt hij.
Maar is dit soort taal over efficiëntie, ‘biologische agents’ en ‘prompt engineering’ niet precies waar de bezorgdheid van jongeren vandaan komt – en waar ze op afhaken? „Zoals bij elke nieuwe technologie, zijn er mensen die er enthousiast over zijn en het omarmen, en mensen die er terughoudendheid bij voelen,” zegt Rutter. „Ik hoor ook veel jonge mensen juist heel enthousiast over de kansen. AI maakt juist bij veel jonge mensen ook veel creativiteit los.” Hij denkt dat het voor jonge medewerkers juist belangrijker wordt om zélf wat te kunnen met AI: „Het belang van AI-vaardigheid neemt duidelijk toe, en jongeren hebben daarin vaak een voorsprong.”
Begeleiding en ontwikkeling
Toch zijn niet alle bedrijven even optimistisch als Rutter. Werkgeversvereniging AWVN wees in een onderzoek half juni op een groeiend gebrek aan capaciteit om jonge medewerkers de begeleiding te geven die zij nodig hebben. Uit een enquête onder de eigen leden bleek dat het niet zo is dat AI zomaar alle juniortaken overneemt en banen opslokt. Maar wel zegt 12 procent van de werkgevers dat de mogelijkheden voor starters binnen de organisatie zijn afgenomen omdat het niet meer lukt om ze goed te begeleiden. „Door de aanhoudende arbeidsmarktkrapte staan teams onder druk en kiezen werkgevers vaker voor ervaren medewerkers die sneller zelfstandig inzetbaar zijn”, volgens de werkgeversvereniging. AWVN waarschuwt dat werkgevers die nu minder investeren in starters, later zelf een tekort aan ervaren medewerkers kunnen creëren. „Juist in een krappe arbeidsmarkt blijft investeren in begeleiding en ontwikkeling daarom belangrijk”.
In een rapport over young professionals en AI, van adviesorganisatie &samhoud dat afgelopen week verscheen, benadrukken de onderzoekers het belang om het meer te hebben over het morele kompas van organisaties. „Wat betekent het wanneer je de onderkant van het werk langzaam wegduwt? Wie krijgt nog de kans om te leren? Wie profiteert van de productiviteitswinst? Wat ons betreft verdienen deze vragen een plek in elke organisatie die met AI werkt, omdat ze direct raken aan werkgeluk”, schrijven ze.
Maar precies daar ontbreekt het aan, vinden de VU-studenten in het groepje voor het universiteitsgebouw. Mihailo (21): „Iedereen heeft het erover dat je AI goed en verantwoord moet kunnen gebruiken, maar dat wordt ons eigenlijk helemaal niet geleerd, ook niet echt op de universiteit. Ik had het er laatst over met een vriend van me die informatica doet, en hij zegt dat het werk nu niet eens meer draait om hoe goed je kunt programmeren, maar om hoe kostenefficiënt je met [AI-chatbot] Claude kunt zijn. Hoe efficiënt je kunt prompten. Als jij honderd ‘tokens’ nodig hebt en degene met wie je concurreert maar vijftig, dan nemen ze hem aan, want hij is goedkoper.”
Ontstaat er door deze manier van AI-gebruik een generatiekloof? „Ja, dat denk ik wel”, zegt Mihailo beslist. „Mensen van mijn leeftijd worden sneller boos als ze AI-gegenereerde beelden zien in plaats van iets wat door mensen is gemaakt. Ik denk dat jongere generaties daar meer een afkeerreactie op hebben, terwijl oudere generaties eerder zoiets hebben van ‘Wow, wat ziet dit er goed uit, ik heb gewoon deze prompt ingetypt en nu doet-ie dit, geweldig!’. Veel oudere mensen zeggen steeds tegen me: ‘Joh, gebruik toch gewoon AI, het is fantastisch’. Maar wij zijn allemaal wel wat terughoudender aan het worden.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01162449/010726BUI_2034905345_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01152023/010726VER_2034901567_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/01112054/010726VER_2034888049_1.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/28234504/AFP_B8LH34C.jpg)

English (US) ·