Lage niveaus van het zich vermenigvuldigende Epstein-Barrvirus lijken de belangrijkste oorzaak van de auto-immuunziekte multiple sclerose te zijn. Dat zou betekenen dat het bestrijden van het virus net zo effectief kan zijn als het onderdrukken van het immuunsysteem, maar met minder bijwerkingen.
De beste behandeling voor multiple sclerose (MS) zou weleens kunnen bestaan uit antivirale middelen die gericht zijn tegen het Epstein-Barrvirus (EBV). Onderzoekers roepen farmaceutische bedrijven daarom op om zulke medicijnen te ontwikkelen. Dat deden ze nadat ze de immuunreacties van mensen met en zonder MS met elkaar vergeleken.
‘Er bestaan momenteel geen goede medicijnen tegen het Epstein-Barrvirus (EBV), maar die kunnen wel worden ontwikkeld’, zegt neuroloog Michael Levy van de Harvard Medical School. ‘Dat zou in de toekomst weleens de meest nuttige, specifieke behandeling voor MS kunnen zijn.’
LEES OOK
'Ga tijdens de zwangerschap al in gesprek over vaccinaties'
Grootschalige informatiecampagnes werken niet bij ouders die twijfelen over vaccinaties voor hun kind, stelt socioloog Josje ten Kate. Beter is een ge ...
Sterk bewijs
MS ontstaat doordat het immuunsysteem myeline aantast: de vetachtige isolatielaag rond zenuwvezels. Door het verlies van myeline kunnen zenuwen signalen minder goed doorgeven, wat uiteenlopende klachten veroorzaakt, waaronder spierzwakte. Geneesmiddelen die het immuunsysteem onderdrukken kunnen de ziekte afremmen.
Er is inmiddels sterk bewijs dat EBV, dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt, ook de oorzaak is van MS. ‘Ik denk dat de meeste MS-onderzoekers het er inmiddels over eens zijn dat EBV een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van de ziekte’, zegt medeonderzoeker Kjetil Bjornevik van de Harvard T.H. Chan School of Public Health.
Hoe het virus dat precies doet, is nog onduidelijk. Vrijwel iedereen raakt als kind of tiener besmet met EBV. Het virus infecteert vooral B-cellen, een type afweercellen, waarin het levenslang slapend aanwezig kan blijven. Maar in sommige cellen kan het virus opnieuw actief worden.
De grote vraag is waarom slechts ongeveer 1 op de 1000 mensen MS ontwikkelt, terwijl bijna iedereen met EBV besmet raakt. Dat suggereert dat mensen die later MS krijgen anders op het virus reageren, zegt medeonderzoeker Natalia Drosu van het Massachusetts Algemeen Ziekenhuis. ‘Onze vraag was: op welke onderdelen van EBV reageert het immuunsysteem bij mensen met MS? En verschilt die reactie van die bij mensen zonder MS?’
Virale eiwitten
De onderzoekers richtten zich op CD4-T-cellen, afweercellen die in het lichaam circuleren. Hoewel deze cellen de myeline niet rechtstreeks aanvallen, wijst veel bewijs erop dat ze wel een rol spelen bij MS, zegt Drosu.
Bij dertig mensen met MS bleek het merendeel van de CD4-T-cellen die zich tegen EBV richten, gericht te zijn tegen virale eiwitten die worden aangemaakt wanneer het virus zich actief vermenigvuldigt, en niet tegen eiwitten die horen bij de slapende fase van het virus. Bovendien hadden mensen met MS gemiddeld twee keer zoveel van deze cellen als dertig mensen zonder de aandoening.
Vervolgens bekeken de onderzoekers de CD4-T-cellen bij zestig mensen met MS voor en nadat zij waren behandeld met medicijnen die het aantal B-cellen verminderen. Na de behandeling was de T-cel afweerreactie op EBV vrijwel teruggebracht tot het niveau dat werd gezien bij mensen zonder MS.
Daarnaast vonden de onderzoekers voor de behandeling lage concentraties EBV in het speeksel van de deelnemers. Dat wijst erop dat het virus zich daadwerkelijk in hun lichaam vermenigvuldigde. Na de behandeling was het virus bij de meeste deelnemers niet langer aantoonbaar.
Zonder ongewenste bijwerkingen
Tot nu toe werd gedacht dat B-cellen de schadelijke immuunreactie bij MS aanjagen. Daardoor zijn medicijnen die deze cellen verminderen effectief, zegt Levy. Maar de nieuwe resultaten suggereren dat deze medicijnen ook werken doordat ze met EBV geïnfecteerde B-cellen verwijderen. Daardoor neemt de immuunreactie op de actieve virusinfectie af. ‘We denken dat het verminderen van B-cellen ook het reservoir van het Epstein-Barrvirus verkleint.’
Als dat klopt, zouden antivirale middelen die zich rechtstreeks op EBV richten even effectief kunnen zijn als medicijnen die B-cellen uitschakelen, maar zonder de ongewenste bijwerkingen van behandelingen die het immuunsysteem verzwakken, zoals een verhoogde kans op infecties. ‘Ik denk dat veel patiënten liever een specifiek geneesmiddel zouden krijgen’, zegt Bjornevik. ‘Als we kunnen aantonen dat een antiviraal middel net zo goed werkt als de meest effectieve MS-medicijnen, dan zal daar veel vraag naar zijn.’
Alternatieve behandeling
Een andere behandeling die momenteel wordt onderzocht, maakt gebruik van aangepaste afweercellen, zogeheten CAR-T-cellen. Terwijl bestaande medicijnen het aantal B-cellen alleen verminderen, kunnen CAR-T-cellen deze tijdelijk vrijwel volledig elimineren. Volgens Levy zijn inmiddels tientallen mensen met MS na een CAR-T-behandeling in remissie gegaan.
Toch kan EBV mogelijk achterblijven in andere celtypen en van daaruit opnieuw B-cellen infecteren zodra die zich in de jaren na de behandeling herstellen. ‘Dan hebben we alsnog antivirale middelen nodig. Dat moeten we afwachten’, zegt Bjornevik. Bovendien kunnen CAR-T-behandelingen ernstige bijwerkingen hebben, zegt hij, waardoor antivirale middelen waarschijnlijk veiliger zijn.
Er worden ook vaccins tegen EBV ontwikkeld. ‘Als mensen niet met EBV besmet raken, is hun risico op MS vrijwel nul’, zegt Drosu. ‘Daarom denk ik dat vaccins een veelbelovende strategie zijn om MS uiteindelijk uit te roeien.’
Levy wijst er wel op dat ongeveer duizend mensen gevaccineerd zouden moeten worden om één geval van MS te voorkomen. Toch kan zo’n vaccin nog meer voordelen opleveren. EBV wordt namelijk in verband gebracht met verschillende vormen van kanker en met andere auto-immuunziekten, zoals lupus en reumatoïde artritis.

3 dagen geleden
4





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/26162012/260726BIN_2035486893_boa_terapel.jpg)



English (US) ·