Terwijl Bert Natter genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs 2026 met zijn roman Aan het einde van de oorlog, zat ik een ouder boek – uit 2022 – van hem te lezen: Leven met Lidewij. Ondertitel: Een reis door de wereld van mijn dochter. Non-fictieboeken van fictieschrijvers krijgen vaak te weinig aandacht – dit is zo’n boek.
Natter beschrijft indringend zijn ervaringen met een dochter die in 2004 geboren is met een meervoudige, geestelijke beperking. Hoe ga je zo goed mogelijk met zo’n kind om? Wat kun je wel of niet van haar verwachten? Moet je haar zo lang mogelijk thuis houden of is het juist verstandig haar eerder te laten vertrekken?
Natter duikt ook in het verleden om te laten zien hoe zulke kinderen toen werden bejegend – onbarmhartig en harteloos vaak, betiteld als idioten en zelfs als monsters, zoals door de Engelse verlichtingsdenker (en arts!) John Locke die hen geen ‘mensen’ wilde noemen.
In gezinnen als van Natter en vele anderen wordt tegenwoordig heel wat liefdevoller met zulke kinderen omgegaan, al verhult Natter niet hoezeer zo’n kind het uiterste van je inlevingsvermogen vergt. ,,Lidewij is niet in staat haar eigen emoties te herkennen, al kan ze zich behoorlijk ongemakkelijk voelen – het is raden naar wat er is: heeft ze ergens pijn, maakt ze zich zorgen, is ze ziek, of heeft ze honger? Dit niet-herkennen heeft te maken met haar lage sociaal-emotionele functioneren.’’
Hij geeft een rake typering van geestelijk gehandicapten, die bijvoorbeeld ook opgaat voor de categorie van dementerenden in een vergevorderd stadium: ,,Ze begrijpt niet dat er iets aan het leven te begrijpen valt. In haar gedachten is ze er nooit niet geweest. Er bestaat voor haar niets voor haar geboorte, zou je kunnen zeggen. (…) Ze kan zich niet voorstellen dat ze ooit niet bestond en evenmin dat er een tijd zal komen dat ze niet langer bestaat. (…) Ze leeft in een eeuwigdurend nu.’’
‘Er bestaat voor haar niets voor haar geboorte’
Natter kijkt met voldoening terug op de manier waarop Lidewij in zijn gezin is opgevangen, maar hij is niet zonder zelfkritiek. ,,(…) ik realiseer me dat ik soms beter had moeten luisteren naar sommige van haar wensen, dat ik had kunnen inzien dat ook zij groeit en groter wordt en ik geleidelijk meer verantwoordelijkheid aan haar had moeten overdragen.’’
Op den duur is het wenselijk zo’n kind een andere omgeving te bieden, zoals in dit geval een woongroep elders, adviseert Natter. De ouders moeten ook met hun eigen leven kunnen doorgaan. ,,Het gebeurde niet vaak, maar soms waren we de laatste jaren dat ze thuis woonde de uitputting nabij en konden we Lidewijs nukken (…) niet langer met grappen en afleidingsmanoeuvres pareren en dan werden we boos.’’
Tegen het einde van zijn boek beschrijft Natter zijn dochter als iemand die juist als gevolg van haar beperking op een bijzondere manier openstaat voor de wereld. ,,Elke dag brengt haar verwondering, geluk en angst.’’ Nog relevanter is zijn constatering: ,,Er zit geen kwaad in haar, dat maakt haar anders dan de meeste mensen.’’
Lidewij boft met zo’n vader, die haar gevoelvol de Nederlandse literatuur inschreef.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11170308/120526BIN_2033648672_canvas.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12113134/web-1205ECOpostBoete.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12145721/120526VER_2033691684_erd.jpg)





English (US) ·