Thomas Erdbrink spreekt in Persvrijheidslezing over kritiek op zijn Rusland-serie: ‘De stem van de ‘ander’ mag niet worden gehoord’

1 uur geleden 1

Volgens journalist Thomas Erdbrink is de kritiek op zijn verslaggeving van de afgelopen jaren – verhalen in Iran en het Midden-Oosten, zijn recente serie over Rusland Onze man bij de vijand – in één zin samen te vatten: „De stem van de ‘ander’ mag niet worden gehoord.” Critici hebben heus meer aan te merken op zijn Rusland-serie, zei Erdbrink dinsdagmiddag in Den Haag, „maar vaak komt het toch hier op neer”.

Erdbrink, die jarenlang werkte als correspondent in Iran, onder andere voor NRC, sprak over de kritiek op zijn werk in de zogenoemde Persvrijheidslezing in de Bibliotheek aan het Spui. De Nederlandse Vereniging voor Journalisten had hem voor die lezing gevraagd omdat „onafhankelijke journalistiek wereldwijd onder druk staat”. Erdbrink zou gaan praten over de vraag of buitenlandse journalisten nog onafhankelijk verslag kunnen doen vanuit landen waar de ruimte voor vrije journalistiek steeds verder krimpt.

Een groepje van vijftien journalisten en schrijvers maakte eerder bezwaar tegen de keuze voor Erdbrink. Onder anderen NOS-presentatrice en voormalig Rusland-correspondent Iris de Graaf en Rusland-correspondent voor The Guardian Pjotr Sauer schreven in een ‘brandbrief’ dat de keus voor Erdbrink hen „verbaast en verontrust”: zijn Videoland-serie Onze man bij de vijand laat volgens hen Kremlin-propaganda onweersproken, en hoe kan het dat Erdbrink vrij door Rusland kon reizen, terwijl Moskou journalisten in de afgelopen jaren liet vervolgen en deporteren? „Erdbrink heeft zich laten begeleiden door halve en hele propagandisten van dit regime”, schreven zij.

Ook Eva Peek, Tommy Wieringa en Marcia Luyten, die columns over Onze man bij de vijand schreven in NRC en de Volkskrant, ondertekenden de brief. Luyten schreef dat een van de producenten van de Videoland-serie medewerker van de Russische staatsomroep RT isdat de makers geholpen werden door Maria Boetina, die door de Verenigde Staten werd veroordeeld voor spionage. Peek had het over de onweersproken propaganda in de serie – Erdbrink zegt dingen als de waarheid „laat zich niet zo makkelijk vangen” – en hoe succesvolle propaganda niet bedoeld is te overtuigen, maar twijfel te zaaien.

Vertalingen

In de Persvrijheidslezing liep Erdbrink de argumenten van zijn critici dinsdag af: de producent die voor RT zou werken heeft een film gemaakt die op die omroep te zien was, „ver voordat die zender in 2022 in Europa werd verboden”. Boetina is geïnterviewd, „maar sinds wanneer staat geïnterviewd worden gelijk aan het ‘helpen’ van de journalist?”. Ondertekenaars van de brandbrief schreven nog over tolken in de serie die „hebben geprobeerd interviews met passanten te beïnvloeden”. Onzin, zegt Erdbrink, want de vertalingen werden gecontroleerd door een team vertalers in Nederland.

Hij beziet de kritiek op Onze man bij de vijand in de context van de coronatijd, die „model” is geworden voor hoe de samenleving praat over problemen, namelijk op een haast verzuilde manier. „De vijand, in dit geval Rusland, is wellicht de ultieme ander”, zegt hij. „Geen andere situatie dan een oorlog zet alles zo op scherp. Het feit alleen al dat wij bij die ander waren gaan kijken, was voor sommige mensen al voldoende om het werk weg te zetten als ‘Kremlin-propaganda’, daarvoor hoefden ze de serie niet eens te kijken”, zegt Erdbrink. 

Lees het hele artikel