De rode Dirk-tas komt in het museum.
De blauwe AH-tas niet.
Zit het verschil alleen in het design?
Ja, het is echt. Even gonsde het bericht rond dat het om een 1-aprilgrap zou gaan, maar het Stedelijk Museum Amsterdam bevestigt het: de Dirk-tas, de felrode boodschappentas met witte letters van supermarktketen Dirk van den Broek, wordt officieel opgenomen in de designcollectie van het belangrijkste museum voor moderne kunst in Nederland. Al is de tas nu nog niet te zien, het museum stuurde al wel een foto van de Dirk-tas op een museumsokkel.
En waarom ook niet? Het museum wil ermee overbrengen dat „alledaagse producten een belangrijke rol spelen in onze visuele en culturele identiteit”, zegt directeur Rein Wolfs. Binnen die opvatting is de Dirk-tas, een ontwerp van Eugène Roorda en Mart Boudestein uit 2001, „een krachtig voorbeeld van hoe eenvoud, functionaliteit en herkenbaarheid samenkomen” en „een voorbeeld dat goed design niet duur hoeft te zijn”.
Heel logisch eigenlijk, maar toch vraag je je af waarom de Albert Heijn-tas dan niet in het museum komt. De AH-keten heeft een hele reeks tassen, maar de klassieke hemelsblauwe tas met het witte AH-logo is minstens zo’n „krachtig voorbeeld van hoe eenvoud, functionaliteit en herkenbaarheid samenkomen”. Qua herkenning heeft Albert Heijn er afgelopen decennia zelfs álles aan gedaan een nationale buurtwinkel te worden, waardoor de AH-tas tot aan de andere kant van de wereld gevoelens van herkenning oproept.
Ligt het alleen aan het design? Laten we eerlijk zijn: puur als vorm is de Dirk-tas inderdaad net wat spannender, het felrode vlak contrasteert beter met de witte letters dan het toch wat fletse lichtblauw met wit van AH. De naam Dirk is kort, als een logo, maar ook op een ontwapenende manier menselijk – en ja, Dirk van den Broek is met zijn ene tas consequenter gebleven dan AH met zijn vele verschillende. Maar alleen dit formele aspect verklaart niet waarom de Dirk-tas geschikter voor het museum lijkt te zijn – daarvoor speelt een ander, cultuursociologisch fenomeen mee.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/07104640/080426CUL_2032778123_kunstpalast.jpg)
Günther Fruhtrunk, Aldi-tas, 1970, Te zien in het Kunstpalast Düsseldorf.
Foto Andreas EndermannOok de Aldi-tas
Een vergelijking met andere boodschappentassen die het tot in de kunstwereld hebben geschopt, is hier verhelderend. In 2023 presenteerde het Kunstpalast Düsseldorf zijn nieuwe collectie, met onder andere de Aldi-tas aan de muur. Die heeft in Duitsland dezelfde herkenbaarheid als de Dirk-tas in Nederland. In de pr van het Kunstpalast werd de Aldi-tas (ontworpen in 1970) expliciet ingezet om de nieuwe vaste collectie onder de aandacht te brengen: ‘Van Rubens tot Aldi-tas’ was de slogan. De zinsnede ‘van… tot….’ wordt in de museumwereld vaak gebruikt om een overtreffende trap aan te duiden, hier doet hij juist het tegenovergestelde: hij speelt met de omkering, van het dure Rubens-schilderij tot de goedkope bescheiden Aldi-tas, dat accessoire van de – naar eigen zeggen – goedkoopste supermarktketen van Duitsland.
De streepjes en kleuren van de Aldi-tas zijn qua design een stuk gedateerder dan die van de Dirk-tas, maar ook de vrolijke rode tas hoort bij een winkelketen die graag op zijn ‘goedkoopte’ wijst, en in de karige vormgeving van zijn winkels er de nadruk op legt dat hij voor de ‘gewone’ Nederlander is. Aldi is nog radicaler: hier ontbreekt ieder decorum, de winkelketen adverteert ermee dat je als klant de producten ‘zelf uit de dozen’ moet halen – en juist de tas van die keten komt in het museum.
Het lijkt een tegenstelling – prestigieus museum versus gewoon product – maar hierin ligt een verklaring waarom het beeld van de Dirk-tas op een sokkel zo goed werkt: diezelfde tegenstelling maakt het interessanter. Vorige maand maakte supermarktketen Lidl, dat zich qua winkeldesign en assortiment ook op ‘goedkoop’ laat voorstaan, de samenwerking met de New Yorkse designer Nik Bentel bekend: een boodschappentas in de vorm van een winkelwagentje. Een tas van zilver aluminium spijlen met een kunststof Lidl-hengsel, ‘in limited edition’.
Juist de nadrukkelijke gewoonheid blijkt een extra, bijna rebelse dimensie aan een product te geven als het ineens binnen een andere, duurdere context valt: het roept associaties op met het alledaagse, en soms zelfs met maatschappelijke problematiek, zoals bij de tas met het grootste artistieke succes in het supermarkttassengenre: de bekende blauw of rood geruite nylon tas, door sommigen laatdunkend ‘migrantentas’ genoemd.
‘Ghana Must Go’-tas
In de jaren tachtig werd deze tas als ‘Ghana Must Go’-tas bekend – omdat Ghanese vluchtelingen deze tas, die ooit bedoeld was om koffiebonen in te vervoeren, hem als eerste zouden hebben gebruikt. De tas is geen deel van een supermarktketen, en nog steeds overal in vele goedkope varianten als gewone ‘big shopper’-tas te koop. Maar de afgelopen tien jaar is hij ook door meerdere dure merken, zoals Louis Vuitton, gebruikt voor een nieuwe ‘designvariant’ van meerdere honderden euro’s. Voor de ontwerpers zat de aantrekkingskracht niet alleen in de herkenbaarheid van de gekleurde ruiten, maar ook in het verhaal van vlucht en migratie eromheen.
De Dirk-tas is geen ‘Ghana Must Go’-tas, maar appelleert met zijn nadruk op goedkoop wel bewust aan de ‘gewone’ Hollandse man en vrouw. De tas van Albert Heijn heeft die associaties niet: de keten speelt wel graag de rol van nationale kruidenier, maar is dat vooral voor de beterverdienende middenklasse, die zonder te klagen meer geld voor dezelfde producten betaalt in ruil voor een geruststellend winkelontwerp en overdadige keuze.
Misschien dat de AH-tas daarom minder interessant is als die op een sokkel zou worden gezet. De Dirk-tas is herkenbaar en helder – maar wil een boodschappentas voor een prestigieus kunstmuseum interessant worden, dan moet er óók de geur van het gewone aan hangen.



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/09/16145953/data137453351-1ad478.jpg)





English (US) ·