De gevaarlijke behoefte aan erkenning of hoe normale mensen plots extreemrechts worden

2 uren geleden 1

Sommigen geloofden niet dat er echt mensen in het ziekenhuis lagen tijdens de coronapandemie, anderen denken dat asielzoekers elk probleem in Nederland hebben veroorzaakt. Waarom radicaliseren bepaalde mensen volledig rond één idee of overtuiging?

Volgens een nieuwe psychologische studie begint dat proces niet per se met politiek of religie, maar met iets veel menselijkers: de behoefte om ertoe te doen. Wie zich ongezien, vernederd of miskend voelt, kan vatbaarder worden voor een denkwijze waarin één doel alles overheerst. Zo ontstaat een extreme persoonlijkheid: een mentale toestand waarin één motivatie alle andere levensdomeinen verdringt.

Complete obsessie

Traditioneel wordt extremisme vooral gezien als een starre loyaliteit aan een politieke of religieuze ideologie. Maar psychologen kijken daar steeds vaker anders naar. Volgens de nieuwe benadering draait extremisme minder om wat iemand gelooft en meer om hoe die overtuiging psychologisch alle ruimte opeist.

Een evenwichtig leven betekent normaal gesproken dat mensen hun aandacht verdelen over werk, relaties, hobby’s, gezondheid en sociale verplichtingen. Bij een extreme persoonlijkheid gebeurt het tegenovergestelde: één enkel doel wordt zo belangrijk dat alle andere aspecten van het leven naar de achtergrond verdwijnen.

Sociaal meetellen

Hoofdonderzoeker Pedro Altungy van de Universidad Europea de Madrid onderzocht samen met internationale collega’s welke psychologische processen mensen die richting op duwen. Hun vertrekpunt was de menselijke drang om betekenisvol te zijn, respect te krijgen en sociaal mee te tellen. Deze behoefte is op zichzelf volkomen normaal en universeel. Problemen ontstaan pas wanneer die extreem wordt versterkt.

Er bestaan twee vormen van die behoefte. De eerste is een stabiele, langdurige drang naar erkenning: mensen die voortdurend willen bewijzen dat ze belangrijk zijn. De tweede vorm is acuter en emotioneler. Die ontstaat wanneer iemand recent een vernedering, mislukking of discriminatie heeft ervaren en het gevoel krijgt sociaal onzichtbaar te zijn geworden. Juist dat verlies van status kan een krachtige psychologische motor worden.

Leestip: Hoe media bijdragen aan de normalisering van extreemrechtse ideeën

Gekwetst ego

Mensen proberen hun gevoel van eigenwaarde vaak te herstellen via de groepen waarmee ze zich identificeren. Dat kan omslaan in wat psychologen collectief narcisme noemen: de overtuiging dat de eigen groep uitzonderlijk is, maar door buitenstaanders onvoldoende wordt gewaardeerd of zelfs onrechtvaardig wordt behandeld. Die combinatie blijkt explosief. Enerzijds is er persoonlijke onzekerheid en een honger naar erkenning, anderzijds ontstaat een overdreven geloof in de superioriteit van de eigen groep. Die mix maakt mensen bereid om ver te gaan.

Om dat te onderzoeken analyseerden de onderzoekers enquêtes van 328 Spaanse volwassenen uit de algemene bevolking en 222 gevangenen die niet waren veroordeeld voor terrorisme. Zo wilden de onderzoekers nagaan of dezelfde psychologische patronen zichtbaar waren bij gewone burgers en bij mensen die al ernstig antisociaal gedrag hadden vertoond.

De deelnemers kregen vragen over hun overtuigingen, gevoelens van vernedering en bereidheid om offers te brengen voor hun belangrijkste waarden of sociale groep. Ook werd gemeten in hoeverre zij kenmerken van een extreme persoonlijkheid vertoonden, bijvoorbeeld door doelen na te streven ‘alsof hun leven ervan afhing’.

Bij de algemene bevolking was er een duidelijke psychologische kettingreactie. Mensen met een sterke behoefte aan sociale erkenning scoorden hoger op collectief narcisme. Dat vergrote groepsgevoel hing vervolgens sterk samen met de bereidheid om persoonlijk lijden te accepteren voor een ideaal of groep.

Twee routes

De onderzoekers onderscheiden daarin twee routes. De eerste noemen ze het dispositionele pad. Daarbij groeit extremisme langzaam vanuit een langdurige behoefte aan status en erkenning. Die behoefte voedt uiteindelijk het idee dat de eigen groep superieur is, waarna zelfopoffering voor groepsidealen steeds vanzelfsprekender wordt. Het tweede traject, het reactieve pad, ontstaat juist na een plotselinge vernedering of statusverlies. Mensen blijken dan sneller bereid om drastische offers te brengen om hun gevoel van waardering onmiddellijk te herstellen. Opvallend genoeg slaan ze daarbij soms de fase van groepsverheerlijking over. De daad van opoffering zelf lijkt dan al voldoende om opnieuw betekenis en respect te ervaren.

Bij de gevangenen was er deels hetzelfde patroon, maar met een belangrijk verschil. Ook daar voorspelden een sterke behoefte aan erkenning en collectief narcisme een extremere persoonlijkheid. Alleen bleek bereidheid tot zelfopoffering in deze groep geen rol meer te spelen. Daar zijn verschillende mogelijke verklaringen voor. Gevangenen kunnen het gevoel hebben dat ze al een hoge prijs hebben betaald voor hun eerdere gedrag. Hun verlies aan vrijheid vermindert mogelijk de bereidheid om nog meer offers te brengen. Ook kunnen rehabilitatieprogramma’s in de gevangenis invloed hebben op hoe zij tegen destructieve keuzes aankijken.

Zelfrapportage

De onderzoekers benadrukken wel dat hun studie beperkingen heeft. Alle gegevens zijn gebaseerd op zelfrapportage: deelnemers moesten dus eerlijk zijn over hun diepste overtuigingen en motieven. Bovendien werd alles op één moment gemeten, waardoor geen harde oorzaak-gevolgrelaties kunnen worden bewezen.

Toch zien psychologen in de resultaten een belangrijke aanwijzing. Als extremisme deels voortkomt uit een onvervulde behoefte om ertoe te doen, dan kan sociale erkenning ook onderdeel van de oplossing zijn. Gemeenschappen waarin mensen zich gezien, gewaardeerd en betekenisvol voelen, kunnen een belangrijke buffer vormen tegen radicalisering en destructief gedrag.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel