Dat het leven zoveel dunner is dan de literatuur, ‘thin stuff’ zei zijn vriend Christopher Hitchens eens tegen hem, herinnert Julian Barnes zich. Barnes is het er niet mee eens, schrijft hij in zijn laatste boek, Departure(s), en dat is maar goed ook, dacht ik.
Maar wat betekent het eigenlijk, vroeg ik me in tweede instantie af. Wat is ‘dunner’ in dit verband? In literatuur zijn er meer betekenisvolle momenten, soms voornamelijk betekenisvolle momenten, veel meer dan in het leven waar we soms pas jaren na dato zoiets weten aan te wijzen. In het echte leven zijn we veel langzamere vertellers dan schrijvers zijn in hun boeken. Zou Hitchens dat met ‘dun’ hebben bedoeld?
Het leven is, als je wilt, goed gevuld met van alles en dan bedoel ik niet per se met Belangrijke Gebeurtenissen, maar ik bedoel met dingen die in de literatuur ontbreken: geuren, geluiden, zonlicht, het kwetteren van mussen in een heg, het geluid van mensen die met elkaar praten en lachen en het zijn mensen op wie je gesteld bent en je verstaat ze niet maar je hoort ze wel en je denkt ze zijn gelukkig en ik ook dat ik ze hoor – dat soort dingen. En dan verlang je meteen naar andere stemmen, dat je die ook nog maar eens mocht horen, maar nu ja, en je leest een brief van iemand die er niet meer is en daar is zijn stem en zijn toon dan toch, heerlijk is dat.
Slijtplekken
Hadden we het niet over literatuur en leven? Maar dat is nu juist het leven. Hoezo ‘dun’?
Denk je aan een boek dan is het misschien wel ‘dun’ die vorm van leven. Want ik kan er wel meteen iets uitlichten, maar terwijl ik dat doe zit ik in mijn eentje in een kamer, buiten schijnt de zon, ver weg klinkt het blaffen van een hond in de stilte. En dat zo bladzijden lang. Blader door: nog steeds alles hetzelfde.
Welke schrijver zou de literatuur willen verdunnen tot die lijkt op leven? Wie zou dat boek willen lezen?
Hoeveel bladzijden je ook besteedt aan het zogenaamde ‘alles’ dat er in de wereld is, het blijft de kaart, niet het gebied. En dat is goed. Waarom zou er rivaliteit moeten zijn? Ik houd nogal van kaartlezen, zowel letterlijk als in literaire zin, en als ik boven een kaart hang vind ik die niet een mindere versie van de werkelijkheid maar eerder een fascinerende weergave en overzicht, een uitnodiging of soms een waarschuwing. Hoe dan ook zijn de kaart en het boek een betekenisvolle verdichting, die tegelijkertijd arm is aan het ‘alles’ van de werkelijkheid, terwijl je strompelend door het gebied wel eens betreurt dat je het niet bij kaartlezen hebt gelaten.
Zo schrijf ik het hele probleem het niets in, en het ‘probleem’ is dan dat het leven soms, nu ja, best dun is. Niksig. Je wordt ouder en ziet de slijtplekken in jezelf en anderen, de gaten – nee, we gaan deze metafoor niet uitwerken tot een complete trui met een dierbaar patroon of zoiets.
Leegte, dat is misschien meer de kwestie, soms, dan dat het allemaal zo ‘dun’ is. De oude mensen die je kent, die maar zitten en voor zich uit staren, die zoveel mogelijk hun ogen sluiten en proberen te slapen tot het voorbij is. Je angst soms om de toekomst in te kijken, liever niet, kijk voor je voet. Of beter nog: vergeet het leven, sta op, en ga naar buiten. Neem de kaart mee.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/09154947/090326VER_2032134301_WEB_FI_Montage_Libris-Literatuurprijs.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/09222439/090326CUL_2031142358_edison.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/09162330/090326BUI_2032147864_EPAzmani02.jpg)



/https://content.production.cdn.art19.com/images/26/4d/f4/13/264df413-155f-4794-8dbe-1ade841e8844/256091c232ea805dcfd6b75175c15030c619d35dc31caa91a750e51a9374f87ef46dec69f83501885ecf4c0eb34c702157a9accfc66460fca8887a4c6ce7e068.jpeg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/07003219/ANP-300929690.jpg)
English (US) ·