Niet de radicaal-rechtse André Ventura, maar de sociaaldemocratische kandidaat António José Seguro heeft zondag de Portugese presidentsverkiezingen gewonnen. Hij slaagde erin om ongeveer 70 procent van de stemmen achter zich te krijgen, zo melden Portugese exitpolls op zondagavond, onder meer dankzij de steun van Portugese conservatieven die wilden voorkomen dat Ventura zou winnen.
De uitslag volgt op een politiek interessante week waarin Portugal liet zien niet mee te doen aan de Europese trend, waarin samenwerkingen tussen rechts-conservatieve en radicaal-rechtse partijen steeds gangbaarder lijken te worden. Zo stapte in Nederland de VVD in een coalitie met de PVV, werkte de Partido Popular in meerdere Spaanse regioparlementen samen met het radicaal-rechtse Vox en bestaat de Italiaanse regering al sinds 2022 uit het rechts-liberale Forza Italia en de radicaal-rechtse partijen Lega en Fratelli d’Italia van premier Giorgia Meloni.
Hoewel het lange tijd anders leek, bleek ook Portugal de afgelopen jaren niet immuun voor de opkomst van radicaal-rechts. In 2019 behaalde de radicaal-rechtse partij Chega nog één zetel bij de parlementsverkiezingen, vorig jaar haalde de partij er zestig, bijna een kwart van het totaal van 230 zetels. Voor het eerst werd Chega de op één na grootste partij.
Maar van samenwerking tussen radicaal-rechts en de conservatieven is in Portugal absoluut geen sprake. Om te voorkomen dat Chega-partijleider André Ventura zondag de tweede ronde van de presidentsverkiezingen zou winnen, zetten de conservatieven een opmerkelijke stap: ze spraken hun steun uit voor Ventura’s linkse tegenkandidaat, António José Seguro van de sociaaldemocratische Partido Socialista (PS). Dat was voorheen ondenkbaar.
Verkiezingen vielen samen met noodweer
Ventura, die al een forse achterstand had in de peilingen, probeerde deze week het noodweer in Portugal nog aan te grijpen om de verkiezingen uit te stellen, maar daar slaagde hij op landelijk niveau niet in. Slechts een paar zwaar getroffen gemeenten hebben besloten de stemming een week uit te stellen, maar dat maakte voor de uitslag niets uit. De 63-jarige Seguro, voormalig Europarlementariër en oud-partijleider van de PS, zal de komende vijf jaar zetelen in het presidentiële Bélem-paleis in Lissabon.
Lees ook
Noodweer teistert Marokko, Spanje en Portugal al weken
De Portugese presidentsverkiezingen, die elke vijf jaar plaatsvinden, liepen anders dan gewoonlijk. In de eerste plaats omdat een recordaantal van elf kandidaten een poging waagde. Omdat geen van hen een absolute meerderheid wist te behalen in de eerste ronde op 18 januari, namen de twee kandidaten met de meeste stemmen het zondag in de tweede ronde tegen elkaar op – iets dat in democratisch Portugal slechts één keer eerder nodig was (in 1986). Ventura hamerde in zijn campagne op zijn strijd tegen de Roma’s, zijn anti-immigratiestandpunt en zijn kritiek op de corruptie binnen de overheid, Seguro beloofde het vertrouwen in de politiek en instellingen terug te brengen en riep „alle democraten” in het land op hem te steunen.
De conservatieven van de partij PSD van premier Luís Montenegro vreesden de winst van Ventura. Daarom besloten verschillende kopstukken zich vorige week uit te spreken en hun steun aan Seguro te betuigen. Onder hen waren onder meer voormalig president en premier Aníbal Cavaco Silva, de huidige burgemeester van Lissabon Carlos Moedas en presidentskandidaat Luís Marques Mendes, die in de eerste ronde strandde.
Onder leiding van een groep Portugese prominenten die zichzelf als „niet-socialisten” omschrijven, verklaarden duizenden kiezers in een open brief dat ze zullen stemmen op Seguro. „Wij hebben zeker ideologische meningsverschillen, maar we weten dat António José Seguro de democratische en humanistische waarden, noch de rechten, vrijheden en waarborgen van burgers zal ondermijnen.”
Ideologische bezwaren werden opzij gezet
De ondertekenaars van de brief zetten hun ideologische bezwaren opzij, omdat ze de democratische waarden van Portugal willen beschermen – in een land waar de democratie nog redelijk vers is. De dictatuur kwam in 1974 ten einde. Ze schrijven dat Ventura voorstellen heeft gedaan „die ongrondwettelijk, discriminerend of aanstootgevend voor de menselijke waardigheid zijn” en noemen voorbeelden als „etnische segregatie”, „de mogelijkheid van een terugkeer naar de doodstraf”, „het verbod op kritiek op de rechterlijke macht” en „de stigmatisering van immigrantengemeenschappen”. „Om deze en andere redenen beschikt André Ventura niet over de objectieve noch de subjectieve kwalificaties om het hoogste ambt in de staat te bekleden”, zo besluiten zij.
In tegenstelling tot zijn partijgenoten wilde premier Montenegro zich niet uitspreken. Ook toen linkse parlementsleden hem tijdens een debat vroegen te kiezen tussen „een democraat” en iemand die „openlijk heeft gezegd een einde te willen maken aan het regime”, gaf hij geen antwoord. Dat lijkt een tactische zet te zijn, om de meest rechtse leden in zijn achterban niet van zich te vervreemden, en om Ventura te vriend te houden. Montenegro staat namelijk aan het hoofd van een minderheidsregering en moet voortdurend coalities zoeken om wetten te kunnen aannemen.
Lees ook
Een recordaantal van elf kandidaten waagt een poging president van Portugal te worden
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08202856/080226_2031422799_Eitrem03.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08184115/080226SPO_2031428900_Bol.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/08181336/080226BIN_2031428386_Johnson.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/06154407/060226SPO_2031285964_1.jpg)




English (US) ·