De laatste jaren is mijn omgang met dieren verzacht. Ik eet ze minder vaak op, stofzuig om spinnetjes heen en binnenshuis belande bijen zet ik behoedzaam buiten. Toen er door buren werd geklaagd over ratten in de binnentuin, dacht ik: ach, die beestjes moeten ook leven.
Twee dagen voor de vakantie zat-ie op het aanrecht. Een kleintje, dat waarschijnlijk door de achterdeur was binnengeslopen en zich daarna gerieflijk had geïnstalleerd in de kruipruimte of achter een spouwmuur. Een vriend vertelde dat hij ooit een insluiprat had gevangen door een doek over het dier te gooien het daarna in een pan ‘liefdevol’ af te voeren naar een parkje.
Gaten in muren en kastjes gevuld, eten opgeborgen, vallen gezet, oppervlakten geschrobd, wéér gaten gevuld. De poes keek belangstellend toe. Twee weken bleef het schoon en rustig. We durfden al bijna opgelucht te zijn. Toen bleek een puntpaprika op de fruitschaal aangevreten.
Die nacht tegen drieën hoorde ik dat de deur onderaan de trap werd opengeduwd. De poes kán dat, maar doet dat bijna nooit. Ik stommelde naar beneden en knipte het licht aan. De rat was gegroeid. Opgeschrikt schoot het dier richting eettafel, waarna ik de dichtstbijzijnde deur sloot. De enige vluchtweg liep nu via het aanrecht. Zolang ik die blokkeerde, zat de rat opgesloten. Maar hoe nu verder?
Twee weken bleef het schoon en rustig. We durfden al bijna opgelucht te zijn. Toen bleek een puntpaprika op de fruitschaal aangevreten
Mijn liefdevolle vriend indachtig gooide ik een fleecedeken op de rat. En op de deken mijn mooie zware soeppan (Le Creuset!). Mis. Na een actie met het deksel – dat daarbij, bleek later, een flinke barst opliep – rende de rat naar een hoekje bij de boekenkast.
Mijn ijver had natuurlijk enig gerucht veroorzaakt; mijn vrouw kwam beneden om te vragen wat ik aan het doen was. „Ik ben op jacht naar de rat.” Of ik daar mijn bril niet bij nodig had? Ik wilde ook graag een onderbroek. Tevens gaf ze me de stok van de Swiffer („om vuil, stof en haar op elk vloeroppervlak in je huis te vangen en vast te houden. 3x beter dan een gewone bezem”).
De eetkamer heeft een deur naar de straat, maar die is ooit tochtvrij dichtgekit en was nu met geen mogelijkheid open te krijgen. Wat dan? De rat zat inmiddels achter de kinderbijbels die mijn grootouders mij op mijn negende en tiende verjaardag cadeau hadden gedaan met het oog op mijn zielenheil.
Ik duwde met de Swifferstok tegen het Oude Testament. De rat schoot weg en deed nu een poging het aanrecht op te klimmen. Ik haalde uit met de stok. En nog een keer. En weer. In vijftien oudtestamentische seconden vloog het ene na het andere onderdeel van de Swifferstok door de kamer. Afgaande op wat er uiteindelijk achterbleef op de vloer, had ik met name het hoofd van de rat geraakt. Mijn vrouw had, zei ze, dit gedrag nooit achter me gezocht.
Toen de stofwolken waren opgetrokken, bleven de kale feiten over: bebrilde vijftiger vermoordt met excessief geweld een veel kleiner zoogdier. Ik heb sorry tegen de rat gezegd. Dit is nu negen dagen geleden, maar er hoeft maar een vlieg tegen een lampenkap te tikken of ik werp mijn leesboek op de vloer en spring op. De rat woont nu in mijn hoofd.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/11135904/110826ECO_2035860507_bril.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/11172706/110826BIN_2035865037_droogte-1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/11123828/110826ECO_2035853334_nvidia.jpg)






English (US) ·