De regering-Trump moet 166 miljard aan illegaal geïnde invoerheffingen terugbetalen

1 uur geleden 1

Met zoveel kabaal als Donald Trump vorig jaar brede wereldwijde invoerheffingen aankondigde, zo stilletjes begon zijn regering deze week verzoeken in ontvangst te nemen voor terugbetaling van die heffingen. Geen persconferentie van de president in de tuin van het Witte Huis, maar een met bureaucratische taal en afkortingen volgestopt portaal waar bedrijven zich kunnen melden.

Toch is het een majeure gebeurtenis: in totaal zal de Amerikaanse overheid de komende tijd via het maandag geopende CAPE-portaal naar verwachting 166 miljard dollar (142 miljard euro) aan geïnde invoerheffingen terug moeten betalen aan honderdduizenden Amerikaanse bedrijven, plus rente. Daarmee vloeit twee derde van de oorspronkelijke invoerheffingen weer terug naar het Amerikaanse bedrijfsleven.

De reden voor deze pijnlijke operatie: het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde in februari dat Trumps invoerheffingen van voorjaar vorig jaar, tegen vrijwel alle landen ter wereld, illegaal waren: de gekozen juridische basis ervan deugde niet. En dus eisen importerende bedrijven in de Verenigde Staten, die de heffingen hebben betaald, nu hun geld terug.

Zo ook de Nederlandse bierbrouwer Heineken, die dochterondernemingen heeft in de VS. De onderneming is een rechtszaak begonnen tegen de Amerikaanse regering vanwege „tientallen miljoenen euro’s” aan te veel gemaakte kosten voor geïmporteerde grondstoffen en drank, vertelde financieel directeur Harold van den Broek donderdag op de aandeelhoudersvergadering van het bedrijf. Vier vragen over mogelijke terugbetaling van de heffingen.

1Hoe zit dat precies met die illegale invoerheffingen van Trump?

Op 2 april vorig jaar, door Trump toen Liberation Day genoemd, kondigde hij per land verschillende, vaak drastische invoerheffingen aan. Het Witte Huis beriep zich op noodwetgeving uit de jaren zeventig – de International Emergency Economic Powers Act , IEEPA – waarmee China, Mexico en Canada al eerder waren getroffen. Die juridische route was onwettig, betoogden meerdere bedrijven, onder meer omdat het buiten het Amerikaanse Congres om is besloten. Uiteindelijk belandde de zaak bij het Hooggerechtshof, dat oordeelde dat de IEEPA-heffingen inderdaad niet geoorloofd waren. Trump verving de illegale heffingen direct door een tijdelijke, wereldwijde invoerheffing van 10 procent.

Het Hooggerechtshof sprak zich niet uit over genoegdoening voor de bedrijven die de IEEPA-heffingen hadden betaald. Sommige bedrijven, zoals supermarktketen CostCo en logistiek bedrijf FedEx, hadden de regering-Trump zelf al voor de rechter gedaagd om compensatie af te dwingen.

De Trump-regering hield terugbetaling aanvankelijk af, maar werd begin maart opnieuw op de vingers getikt door een andere rechtbank (de United States Court of International Trade). Het oordeel: er moeten wel degelijk IEEPA-schadevergoedingen worden betaald. Maandag opende de federale overheid het portaal (voluit: Consolidated Administration and Processing of Entries, CAPE) waarop aanvragen moeten worden verwerkt van, potentieel, 330.000 importeurs die IEEPA-heffingen betaalden. Terugbetaling is niet automatisch, waarschuwen advocaten. Intussen lopen er ook nog rechtszaken van meer dan duizend andere bedrijven, die bij de regering-Trump de druk op de ketel lijken te willen houden.

2Welke bedrijven willen nog meer geld terugzien?

Bedrijven van groot tot klein, en zowel Amerikaanse als niet-Amerikaanse. Grote Amerikaanse retailbedrijven die zwaar leunen op import – zoals Walmart, Home Depot en Staples –proberen miljarden aan onterecht betaalde heffingen terug te vorderen, schrijven Amerikaanse media. Megasupermarktketen Walmart zou recht hebben op ruim 10 miljard dollar.

Maar dat geldt ook voor kleine bedrijven, zoals Learning Resources (vijfhonderd medewerkers), gespecialiseerd in educatief speelgoed, dat als één van de eerste bedrijven een zaak aanspande tegen de Trump-regering vorig jaar. Het bedrijf van topman Rick Woldenberg eist 12 miljoen dollar terug. Woldenberg zei tegen CBS News dat hij blij is dat restitutie nu dichterbij komt, hoewel hij liever automatische terugbetaling had gezien.

President Donald Trump houdt in de tuin van het Witte Huis op 2 april vorig jaar een bord omhoog met de importheffingen die hij elk land zou opleggen.

Foto Carlos Barria/REUTERS

Ook niet-Amerikaanse bedrijven met vestigingen in de VS als L’Oréal en Nintendo hebben, net als Heineken, gezegd uit te zijn op restitutie. Niet zeker is of alle bedrijven die daar recht op hebben de gang naar het portaal zullen maken. Trump zei dinsdag op zakenzender CNBC dat hij „zich zal herinneren” welke bedrijven juist níet aankloppen voor terugstorting. In de Amerikaanse media wordt gesuggereerd dat grote bedrijven als Apple en Amazon vooralsnog afzien van claims, uit angst de regering-Trump te bruskeren. Hij zou „zeer vereerd” zijn als ze daarbij blijven, aldus de president.

3Hoelang gaat het duren voordat het geld terugkomt?

Dat is hoogst onzeker. In eerste instantie had de douane grote moeite een systeem in te richten dat de terugbetaling (het storten van het geld op de rekening van de importeurs) daadwerkelijk kon verrichten. Ook is nog steeds onduidelijk of de douane in staat is de illegale heffingen te onderscheiden van andere, legale heffingen. Het maandag geopende portaal zou volgens The New York Times nu ongeveer twee derde van de claims tot terugbetaling van de illegale heffingen kunnen verwerken. Dat percentage zou snel omhoog moeten.

Als het portaal het technisch houdt en de administratieve afhandeling achter de schermen op orde is, zou daadwerkelijke terugbetaling volgens de Amerikaanse douane zestig tot negentig dagen plaatsvinden nadat een verzoek tot terugbetaling is geaccepteerd.

Dat staat nog los van mogelijke nieuwe ontwikkelingen in het heffingendossier. Trump heeft meermaals laten doorschemeren zich alsnog via de rechter tegen terugbetaling van de heffingen te willen keren. Al in augustus vorig jaar claimde hij dat terugbetaling de Amerikaanse economie in een „GREAT DEPRESSION” zou storten.

In Amerikaanse media is grote scepsis te lezen over de terugbetaling. Bedrijven en lobbyclubs verwachten dat het een lang en slepend proces zal worden. Ze baseren dat op hun ervaringen met de chaos van de steeds wisselende heffingen van het afgelopen jaar. Overigens heeft de regering wel een prikkel om de aanvragen snel af te handelen: elke dag dat de terugbetaling langer duurt, kost de Amerikaanse belastingbetaler in totaal 22 miljoen dollar aan rente.

4Gaat de Amerikaanse consument hier iets van merken?

Consumenten kunnen zelf geen terugbetaling vorderen bij de overheid. Dat kunnen alleen bedrijven die de invoerheffingen daadwerkelijk betaald hebben. Veel van die bedrijven hebben die heffingen (deels) doorberekend aan hun afnemers. Zo kwamen veel heffingen uiteindelijk op het bordje van de Amerikaanse consument terecht, een belangrijke reden waarom de inflatie in de VS sinds april 2025 opliep van 2,3 naar 3 procent op jaarbasis. Inmiddels is die, dankzij Trumps oorlog in het Midden-Oosten en de hogere brandstofprijzen als gevolg daarvan, doorgestegen naar 3,3 procent.

Voor veel Amerikanen is het maar de vraag of bedrijven die hun geld terugkrijgen van de douane deze ‘meevaller’ doorberekenen aan de consument. Juridisch gezien zijn ze daar niet toe verplicht, maar er is wel politieke druk om dit te doen. Zo verscheen er daags voordat het portaal online kwam een oproep van vijftien Democraten in het Huis van Afgevaardigden waarin zij bestuursvoorzitters van grote detailhandelsbedrijven en transporteurs opriepen om eventuele terugbetalingen die ze ontvangen door te sluizen naar hun consumenten. Economen van Amerikaanse banken verwachten niet dat er snel bedragen teruggestort zullen worden naar consumenten. Los van de technische complexiteit daarvan wachten veel bedrijven ook af met welke alternatieve heffingen de president nog komt, nu de oude heffingen illegaal zijn verklaard.

Een van de bedrijven die veel heffingen heeft betaald, transportbedrijf FedEx, heeft al laten weten dat het zal proberen het geld terug te geven aan zijn klanten. FedEx heeft als ‘officiële importeur’ veel heffingen afgedragen, maar die direct doorberekend aan de bedrijven die de goederen eigenlijk hadden gekocht. Voor andere bedrijven ligt dat complexer. Detailhandelgigant Costco bijvoorbeeld stelde eventuele terugbetalingen terug te willen geven aan klanten in de vorm van toekomstige lagere prijzen. Een groep ontevreden klanten van Costco probeert nu via een massaclaim de in het verleden betaalde te hoge prijzen terug te krijgen.

Lees het hele artikel