De scholier had ‘puberproblemen in het kwadraat’, de school heeft de gang naar vmbo niet veroorzaakt

19 uren geleden 4

De zaak

Tussen 2016 en 2021 bezocht een leerling een Amsterdamse school voor vmbo, havo en vwo. Vanaf het tweede jaar zag de school dat de jongen motivatieproblemen had en vanaf het derde jaar, op havo/vwo-niveau, kwamen er zorgen bij over gameverslaving en depressiviteit. De jongen bleef zitten, ondanks huiswerkbegeleiding (op kosten van de ouders) en bijstand van een coach. Er kwam geen verbetering en omdat zijn gedrag een ‘ontwrichtend effect’ had op andere leerlingen, werd de leerling in zijn vierde jaar voor twaalf weken de toegang tot het onderwijs ontzegd. Daarna ging hij vmbo doen.

Steeds werd overlegd tussen school, ouders, leerplichtambtenaren, zorgcoördinator en schoolarts, waarbij de laatste ook vaststelde „dat het lastig is om te bepalen waar de grens ligt tussen een recalcitrante puber en onvermogen”. En de rector constateerde: een slim kind, maar zijn doorzettingsvermogen is beperkt. Na vijf schooljaren slaagde de jongen ten slotte voor zijn vmbo-eindexamen.

De ouders vinden dat hun kind ten onrechte op vmbo is beland doordat de school niet de goede begeleiding gaf. De school heeft namelijk veel te laat, pas begin 2021, een plan (ontwikkelingsperspectief) opgesteld om het onderwijs af te stemmen op de behoefte van de leerling. Bovendien had de school de jongen niet voor twaalf weken mogen schorsen en had hij passend onderwijs moeten krijgen, volgens zijn ouders. Zij eisen schadevergoeding omdat hun kind zonder die tekortkomingen in zes jaar zijn vwo-diploma zou hebben gehaald. De rechtbank oordeelt echter dat „de school voldoende stappen heeft gezet”, en ook „voldoende duidelijkheid en perspectief over de onderwijssituatie” van de jongen heeft geboden.

De uitspraak: afgewezen

In hoger beroep wijst ook het gerechtshof in Amsterdam de vorderingen van de ouders af. Al zou de school steken hebben laten vallen, dan hebben ze nog niet aannemelijk gemaakt dat dit de studievertraging en de gang naar vmbo in plaats van havo/vwo heeft veroorzaakt. De jongen ging „door een moeilijke periode van zijn leven”, „had een groot motivatie-tekort” en bleek ongevoelig voor maatregelen van de school. Dat het laat opgestelde ontwikkelingsperspectief of de lange schorsing „van doorslaggevende invloed is geweest op het verloop van de schoolcarrière”, hebben de ouders niet aannemelijk gemaakt.

Het commentaar

„De jongen had puberproblemen in het kwadraat”, zegt de advocaat van de school, Noor Dietvorst (BLC Onderwijsadvocaten). Verwijzing naar speciaal onderwijs was onmogelijk omdat hij daar niet paste; er was geen sprake van problemen zoals die kunnen ontstaan door autisme.

Volgens haar is dit een belangrijke uitspraak, omdat die laat zien dat reguliere scholen geen bijles hoeven te financieren en „geen een-op-een-onderwijs kunnen aanbieden”. Haar ervaring is dat ouders steeds vaker iets willen afdwingen bij scholen, al gaat het dan zelden over de inhoud van het onderwijs, en meer over het advies voor de middelbare school.

Advocaat Dik Berkhout (Jurion onderwijsrecht), die de ouders bijstaat, heeft „geen oordeel” over de vraag of de jongen vooral ‘puberproblemen’ had. Want, zegt hij, het is onduidelijk hoe het zou zijn gegaan bij passend onderwijs en passende maatregelen. „De school had gestructureerd aandacht moeten besteden aan de leervaardigheden van de leerling. De ouders konden niet laten zien wat er dan zou zijn bereikt, want de school heeft de geldende regels niet gevolgd. Ik accepteer natuurlijk rechterlijke uitspraken, maar vind dat de rechter in dit geval te hoge eisen stelt aan wat de ouders aannemelijk hadden moeten maken.”

Volgens Berkhout wordt tegenwoordig inderdaad meer geprocedeerd over het onderwijs, maar is dat het gevolg van bezuinigingen en schaalvergroting.

Brechtje Paijmans, bijzonder hoogleraar conflictoplossing en rechtsbescherming in het onderwijs in Leiden, begrijpt de uitspraak van het gerechtshof. „Het geeft geen inhoudelijk oordeel over het handelen van de school, maar bekijkt of er een causaal verband is tussen dat handelen en de schade.”

De school schoot in haar ogen wel tekort, en de rechtbank, de eerste rechter in deze zaak, zag dat niet. „Tijdig opstellen van een ontwikkelingsperspectief als een leerling passend onderwijs nodig heeft, is namelijk een wettelijke regel. En ook dat een schorsing niet langer mag duren dan één week. Het hof omzeilde deze kwesties helaas, door alleen te kijken naar het causale verband.”

Paijmans bevestigt dat scholen niet verplicht zijn individueel onderwijs te geven, al volgt dat niet uit deze uitspraak. Maar een-op-een-begeleiding kan wel onderdeel zijn van passend onderwijs.

Zoals overal wordt ook op onderwijsgebied meer geprocedeerd, maar de juridisering is niet per se het gevolg van overbezorgde ouders die naar de rechter stappen, zegt Paijmans. „Het onderwijs is sterk wettelijk gereguleerd; deze ouders doen slechts een beroep op deze wetgeving.”

Rechtszaken gaan niet vaak over de inhoud van het onderwijs, zoals deze zaak. Het betreft vaker ongevallen, met gym bijvoorbeeld; soms gaat het over pesten of misbruik. Paijmans: „Bij letsel is de schade meestal veel groter dan bij zaken over studievertraging door gebrekkige inhoud van het onderwijs, en procederen bij de civiele rechter is kostbaar.”

De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel