De testosteronmythe: mannen nemen helemaal niet meer risico door dit hormoon

5 uren geleden 2

Wie aan testosteron denkt, denkt al snel aan opgefokte beursjongens, roekeloze motorrijders en agressieve alfamannetjes die zonder nadenken risico’s nemen. Het mannelijke geslachtshormoon heeft al jaren de reputatie van biologische aanjager van stoer en gevaarlijk gedrag. Maar volgens een grote nieuwe analyse van tientallen studies klopt daar verrassend weinig van.

Onderzoekers die gegevens van ruim 17.000 mensen uit 52 studies naast elkaar legden, vonden vrijwel geen verband tussen testosteron en risicogedrag. Of iemand veel of weinig testosteron had, voorspelde nauwelijks of die persoon eerder gokte, gevaar opzocht of impulsieve keuzes maakte. De conclusie zet een hardnekkig idee op losse schroeven: misschien zijn we helemaal niet zo hormonaal gedreven als vaak wordt gedacht.

Het spierballenhormoon

Testosteron behoort tot de androgenen: hormonen die bij zowel mannen als vrouwen voorkomen, maar bij mannen in veel hogere concentraties aanwezig zijn. Bij mannen wordt het vooral geproduceerd in de testes, bij vrouwen in kleinere hoeveelheden in de eierstokken en bijnieren.

Het hormoon speelt een belangrijke rol tijdens de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken. Tijdens de puberteit zorgt testosteron onder meer voor een lagere stem, baardgroei, meer spiermassa en de ontwikkeling van penis en testes. Ook op volwassen leeftijd blijft het belangrijk: testosteron beïnvloedt onder andere libido, spermaproductie, botdichtheid, spierkracht en de aanmaak van rode bloedcellen.

Leestip: Het verband tussen penisgrootte en wapenbezit: Amerikaanse wetenschappers zochten het uit

Maar testosteronniveaus zijn allesbehalve stabiel. Ze schommelen door leeftijd, slaap, stress, gezondheid, lichaamsvet, medicatie en zelfs het tijdstip van de dag. Behalve fysieke effecten zou testosteron ook invloed hebben op ons gedrag, bijvoorbeeld als het gaat om risico’s nemen. Mannen nemen gemiddeld meer risico dan vrouwen. Logischerwijs kreeg testosteron daar de schuld van.

Verschillende uitkomsten

Dat idee kreeg ook steun van sommige onderzoeken. Daarin bleken mensen met hogere testosteronwaarden soms eerder financiële of fysieke risico’s te nemen. Maar andere studies vonden juist helemaal geen verband. Om duidelijkheid te krijgen besloot onderzoeker Irene Sánchez Rodríguez samen met collega’s al die losse studies samen te voegen. De onderzoeken verschilden sterk van elkaar. Risicogedrag werd bijvoorbeeld gemeten met gokspelletjes, ballon-opblaastaken of vragenlijsten over impulsiviteit en gevaarlijk gedrag.

Ook testosteron werd op uiteenlopende manieren gemeten. Sommige studies gebruikten bloed- of speekseltesten, andere dienden proefpersonen testosteron toe. Weer andere gebruikten indirecte aanwijzingen, zoals de verhouding tussen wijs- en ringvinger, waarvan gedacht wordt dat die iets zegt over blootstelling aan testosteron in de baarmoeder.

Leestip: Testosteron maakt agressief? Sommige dieren – en wie weet ook mensen – worden er juist knuffelig van

Resultaat: vrijwel nul verband

Toen alle gegevens samen werden geanalyseerd, bleef van de testosterontheorie weinig over. Het totale verband tussen testosteron en risicogedrag bleek praktisch nul. Met andere woorden: mensen met veel testosteron namen gemiddeld niet meer risico dan mensen met weinig testosteron.

Opvallend genoeg liepen de resultaten van individuele studies wel enorm uiteen. Sommige vonden een positief verband, andere juist een negatief. Volgens de onderzoekers zat de verklaring vooral in de gebruikte meetmethoden.

Alleen studies die economische loterijtaken gebruikten, waarbij deelnemers bijvoorbeeld moesten kiezen tussen veilige en risicovolle geldbedragen, vonden een klein positief effect. Bij andere vormen van risicometing, zoals impulsieve spelletjes of zelfrapportages, verdween dat verband volledig.

Mannen en vrouwen verschilden niet

Een andere opvallende uitkomst: het ontbreken van een verband gold even sterk voor mannen als vrouwen. Het idee dat testosteron specifiek mannelijk risicogedrag zou verklaren, krijgt daarmee opnieuw een flinke knauw.

Volgens de onderzoekers wijst alles erop dat risicogedrag veel complexer is dan één hormoon dat aan wat biologische knoppen draait. Situatie, sociale context, emoties en cognitieve processen lijken een veel grotere rol te spelen.

De auteurs spreken daarom liever van een ‘biopsychosociaal’ model: gedrag ontstaat uit een samenspel van biologische, psychologische en maatschappelijke factoren. Dat betekent niet dat hormonen geen invloed hebben. Maar als testosteron al effect heeft op risicogedrag, dan lijkt dat beperkt, contextafhankelijk en sterk afhankelijk van hoe onderzoekers het meten.

De studie laat bovendien nog een belangrijke vraag open. Sommige wetenschappers vermoeden dat testosteron alleen invloed heeft in combinatie met cortisol, het belangrijkste stresshormoon van het lichaam. Voor die zogenoemde duale hormoonhypothese vonden de onderzoekers echter te weinig geschikte studies om harde conclusies te trekken.

Maar één ding lijkt inmiddels wel duidelijk: van een flinke dosis testosteron verandert niemand automatisch in een roekeloze durfal.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel