De tragiek van het jubilerende Huis voor Klokkenluiders: voortijdig vertrekkende bestuurders en nauwelijks onderzoek naar misstanden

1 dag geleden 3

Eigenlijk had Peter van der Meij deze week – op 23 juni, International Whistleblower Day – trots op de eerste rij van de congreszaal van het Hilversumse Gooiland Hotel moeten zitten. Als bestuurslid van het jubilerende Huis voor Klokkenluiders zou hij de Rotterdamse oud-burgemeester Ahmed Aboutaleb de zogeheten Veermanlezing horen uitspreken. De toespraak is een eerbetoon aan de in 2021 overleden technicus Frits Veerman, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw spionage en diefstal van atoomgeheimen bij uraniumverwerker Urenco onthulde – en vervolgens werd ontslagen.

Deelnemers aan het feestcongres ter ere van het tienjarig bestaan van het Huis worden getrakteerd op lunch en borrel, een podiumgesprek en deelsessies over kwesties als ‘omgangskunde met klokkenluiders’ en ‘psychologisch risicomanagement’. In de uitnodiging wordt nog maar eens uitgelegd dat organisaties moeten luisteren naar de „afwijkende klanken” van medewerkers die een „ongezonde cultuur” aantreffen en fraude, discriminatie, vermijdbare sterfgevallen of andere misstanden ontdekken. Werknemer, spreek je uit: je zou niet „bang hoeven te zijn voor de gevolgen”, zo luidt de oproep.

Een opgestapte bestuurder noemt de relatie tussen het departement en het Huis ‘een symbiose van bestuurlijk onvermogen’

Na zeven jaar bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de advisering door het Huis, besloot ook Peter van der Meij, consultant en voormalig bestuurslid van adviesbureau Ecorys, zich uit te spreken – met een vlammende ontslagbrief, die NRC in handen kreeg.

Het Huis voor Klokkenluiders is, zo schreef Van der Meij aan de Tweede Kamer in een toelichting „een in zichzelf gekeerde, topzwaar georganiseerde en niet erg veel presterende organisatie” die „in het algemeen passief en reactief” opereert, een „summiere” bijdrage heeft aan „nieuwe initiatieven, beleidsontwikkeling en wetgeving” en nauwelijks zichtbaarheid geniet in „het maatschappelijke debat over integriteit in werkrelaties”.

Een oplossing is volgens Van der Meij ver weg, omdat het verantwoordelijke ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zou wegkijken. De opgestapte bestuurder noemt de relatie tussen het departement en het Huis „een symbiose van bestuurlijk onvermogen, waarbij de één zich verschuilt achter het wanpresteren van de ander.”

Lees ook

Anoniem klokkenluiden over wangedrag leidt niet tot een veiligere werkomgeving

Foto Getty Images

Monddood maken

Jarenlang streed een aantal Tweede Kamerleden onder aanvoering van Ronald van Raak (SP) voor de oprichting van een instituut speciaal voor klokkenluiders. Op 4 juli 2016 was het zover: in een statige villa aan de Maliebaan in Utrecht opende het Huis voor Klokkenluiders de deuren, met het luiden van een symbolische klok in de tuin. „Zo’n fysieke plaats voor klokkenluiders is uniek in de wereld”, zei de eerste voorzitter, oud-bankier Paul Loven die dag in NRC.

Om te voorkomen dat werkgevers kritische personeelsleden monddood zouden maken of ontslaan, zoals Frits Veerman overkwam, kreeg het Huis wettelijke taken en bevoegdheden. De eerste: het adviseren en bijstaan van werknemers die overwegen een interne misstand aan te kaarten. De tweede: het onderzoeken van meldingen over ‘maatschappelijke misstanden’.

Vanaf dag één wisten duizenden verontruste werknemers de weg naar het Huis voor Klokkenluiders te vinden: in 2025 alleen ging het om 3.262 mensen – een recordaantal. Zo’n 700 kregen vorig jaar daadwerkelijk advies over de vraag of ze daadwerkelijk klokkenluider moesten worden. Negentig procent van hen ervoer „een vorm van benadeling zoals (dreigend) ontslag of het niet verlengen van een arbeidscontract”, staat in het laatste jaarverslag. Dat meldt ook dat hier in 2025 „90 concrete klokkenluiderszaken” uit voortvloeiden. Daar zaten allerlei serieuze zaken tussen, over „fraude, verduistering, diefstal, corruptie, het onjuist gebruik van overheidsgeld, belangenverstrengeling, product- en productieveiligheid, AVG-schendingen, angstcultuur en machtsmisbruik”.

Het probleem: de meeste meldingen eindigen in een teleurstelling voor werknemers en leiden niet tot aansprekende resultaten. Want wat het Huis al tien jaar niet of nauwelijks lukt, is het afronden van onderzoeken. Sinds de oprichting werden zijn er slechts achttien rapporten over klokkenluiderszaken gepubliceerd: nog geen twee per jaar. En die onderzoeken gaan doorgaans niet over de misstand zelf, maar over hoe werkgevers omgingen met interne klokkenluiders.

Lees ook

Wat het Huis voor Klokkenluiders opleverde? Sinds de oprichting in 2016 slechts één rechtszaak

Hoofdkantoor in Amsterdam  van Vattenfall, dat in 2009 Nuon overnam. Het bedrijf zou bij opdrachten Siemens een voorkeursbehandeling hebben gegeven.

‘Cruciaal om misstanden te onderzoeken’

In 2025 verscheen één ‘verkort’ onderzoek naar een detacheringsconstructie bij een ministerie, zonder duidelijke conclusie. Dit jaar publiceerde het Huis alleen een rapport over een klokkenluidersmelding bij een familiebedrijf, waarbij de rechter eerder al de klokkenluider grotendeels in het gelijk had gesteld.

Deze schaarste steekt, vindt voormalig coördinator van de adviesafdeling Marjolijn Nicolai, omdat onderzoek „het kernproduct” is van het Huis. „Het is voor de samenleving en voor melders cruciaal dat misstanden worden onderzocht,” zegt ze.

Het beantwoorden van de ontvankelijkheidsvraag – of een onderzoek moet worden uitgevoerd – duurt al maanden. De hele tijd leven de melders in onzekerheid

Nicolai – inmiddels gepensioneerd – verliet het Huis in 2024 na een conflict. Ze was niet de enige: in de beginjaren was het een komen en gaan van bestuurders, adviseurs en directeuren. Haar botsing ging over een melding van een intensive care-arts die ze bijstond. De man had bij het ziekenhuis waar hij werkte, aangekaart dat een collega levens van patiënten in gevaar bracht door ze te laat door te verwijzen naar de IC-afdeling. De zaak belandde in de doofpot en de arts werd ontslagen vanwege een „samenwerkingsprobleem”. Hij kwam niet meer aan de slag als intensivist.

Nicolai vond dat de medische kwesties die hij had gemeld grondig onderzocht moesten worden, maar het het Huis publiceerde alleen een rapport waarin stond dat de carrière van intensive care-arts „op vijf punten” was geschaad door het ziekenhuis. Daarmee was de kous af.

Nicolai: „Een van de problemen is dat de onderzoeken vaak lang duren. Het beantwoorden van de ontvankelijkheidsvraag of een onderzoek al dan niet moet worden uitgevoerd, duurt al maanden. De hele tijd leven de melders in onzekerheid. Bijna standaard wordt het verzoek om onderzoek naar de misstand zelf vervolgens afgewezen.”

Het Huis voor Klokkenluiders is sinds 2021 gevestigd in Den Haag.

Foto Peter Hilz / ANP

‘Simpelweg niet te verdedigen’

Oud-bestuurslid van het Huis Gerrit de Wit zegt dat de organisatie die hij hielp oprichten, wordt verlamd door „ambtelijke angst en een gebrek aan ambitie”. De Wit, tegenwoordig bijzonder vertrouwenspersoon voor klokkenluiderszaken bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid, vindt dat de Tweede Kamer aan zet is. Het Huis krijgt elk jaar zo’n 6 miljoen euro van het ministerie van BZK en telt 35 fulltime krachten.

De Wit: „Ze hebben tien jaar de tijd gehad en meer dan genoeg budget en personeel tot hun beschikking om een toonaangevend instituut te worden. De huidige output van één à twee onderzoekjes per jaar die geen maatschappelijke misstanden blootleggen en waar melders weinig aan hebben, valt simpelweg niet te verdedigen.”

Op papier heeft het Huis voor Klokkenluiders als zelfstandig bestuursorgaan veel onafhankelijkheid. Toch schuurt het dicht tegen de ministeries aan. De huidige locatie is wat dat betreft veelzeggend: het Huis verruilde Utrecht in 2021 voor een verdieping in de Zurichtoren in Den Haag, waar ook de kantoren zitten van de Kiesraad en ABD Topconsult, de poule van Haagse topambtenaren die interim- en adviesklussen bij het Rijk verzorgen.

Ontslagbrief

In de zomer van 2025 schreef de toenmalige minister van BZK, Judith Uitermark (NSC), aan de Tweede Kamer dat het functioneren van het Huis voor Klokkenluiders zou worden onderzocht. Daarvoor werd datzelfde ABD Topconsult benaderd, dat onder meer de bedrijfsvoering van het Huis zou bekijken.

Het onderzoek verzandde al snel, schrijft Van der Meij in zijn ontslagbrief. Het was een „vriendendienst” aan het ministerie en werd uitgevoerd zonder „eenduidige opdracht” of „plan van aanpak”. Tijdens de presentatie van de „bevindingen, aanbevelingen en aandachtspunten” besloot ABD Topconsult vervolgens de status aan te passen. Daardoor konden de conclusies als „ambtelijke aantekeningen” in een la worden gelegd.

Van der Meij besloot het gesteggel niet af te wachten en vertrok na zeven jaar bij het Huis, gefrustreerd en zonder zijn bestuurstermijn af te maken

ABD Topconsult beëindigde de opdracht en gaf het Huis en het ministerie volgens Van der Meij mee dat het zaak was dat ze „goed overleg met elkaar zouden hebben”. Dan zou het „allemaal best in orde komen”. De gang van zaken roept volgens de oud-bestuurder vragen op over „de professionaliteit en onafhankelijkheid van ABD Topconsult” en over „de competentie van BZK als opdrachtgever”.

Van der Meij besloot het gesteggel over het onderzoek niet af te wachten en vertrok na zeven jaar bij het Huis, gefrustreerd en zonder zijn bestuurstermijn af te maken. Klokkenluiden, schreef hij in de ontslagbrief „is behalve maatschappelijk ook in de politiek een belangrijk onderwerp”. Hij ziet één groot, steeds terugkerend probleem: „Het loopt stuk op de uitvoering van goede intenties.”

Lees ook

Crisis in Huis voor Klokkenluiders

 Robin van Lonkhuijsen/ANP
Lees het hele artikel