Wéér was de kiezer op drift. Het kabinet-Schoof (PVV, VVD, NSC en BBB) viel twee keer, na een lijdensweg van nog geen jaar, en kiezers deden in oktober vorig jaar wat ze al zo vaak deden: ze shopten bij nieuwe politieke beloftes. NSC verdween volledig, de PVV en BBB verloren zwaar. D66, dat met lijsttrekker Rob Jetten ‘doorbraken’ beloofde, werd met 26 zetels opeens de grootste. Niets zo veranderlijk als de Nederlandse kiezer.
Maar kijk je nog eens goed, dan zie je iets heel anders. Kiezers blijken verrassend consistent. Ze straffen partijen soms hard af, maar ze blijven min of meer trouw aan hun overtuigingen. Dat blijkt uit het Nationaal Kiezersonderzoek, dat woensdag wordt gepresenteerd aan de Tweede Kamer. Voor dit onderzoek hebben wetenschappers van acht universiteiten circa zesduizend Nederlanders ondervraagd over hun stemkeuze en kijk op politiek. Het verschijnt, sinds 1971, traditioneel na de Tweede Kamerverkiezingen. Het is het meest ambitieuze onderzoek naar wat kiezers beweegt en daarmee een schatkamer aan feiten en inzichten.
Kiezers zijn rationeler dan in Den Haag wordt gedacht, zeggen de onderzoekers Eelco Harteveld en Twan Huijsmans, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Er zit een paradox in de Nederlandse politiek”, zegt Harteveld. „Ze oogt chaotisch en onvoorspelbaar, maar achter die chaos zitten kiezers die behoorlijk trouw blijven aan hun politieke richting.”
De onderzoekers zien wel ‘rode vlaggen’, zeggen ze. Kiezers wantrouwen politici steeds meer, en dat wantrouwen verdiept zich. Een groep kiezers vindt geweld acceptabel om ‘het systeem omver te werpen’. Kiezers verharden als ze het over politiek en politici hebben. En de tevredenheid over de democratie neemt duidelijk af. Dat is zorgelijk, zeggen de onderzoekers.
Dit zijn vier opvallende inzichten uit het kiezersonderzoek.
Lees ook
Als het om asiel gaat, lijkt op straat en in de Tweede Kamer alles geoorloofd
Stevige blokken, zwakke partijen
Sinds de verkiezingen van 2021 bestaat de Nederlandse politiek volgens politicologen uit drie min of meer even grote stromingen, of blokken, van ideologisch verwante partijen. Naast een centrumlinks en centrumrechts blok is er een uiterst rechts blok ontstaan. Bij de afgelopen Kamerverkiezingen wist dit blok zich opnieuw staande te houden. Het forse verlies van vooral de PVV (twaalf zetels) werd gecompenseerd door winst van FVD en JA21.
En zo gaat het, in grote lijnen, overal in de Nederlandse politiek, zeggen Harteveld en Huijsmans. Kiezers voelen zich niet meer verwant aan partijen. Indien teleurgesteld stemt een groot deel op een andere partij. Maar, zo blijkt uit het kiezersonderzoek: ze blijven hun stroming wel degelijk trouw. Ze stappen gewoon over naar een partij die inhoudelijk het meest lijkt op hun vorige keuze.
Dit noemen de onderzoekers de ‘keuzeset’ van kiezers: de partijen die ze serieus overwegen. Vraag je kiezers naar die voorkeuren, dan blijkt een grote meerderheid binnen de eigen ideologische familie te blijven. Zo overwogen kiezers van GroenLinks-PvdA relatief vaak een stem op Volt of de PvdD. Het meest overlappen de kiezers van FVD en PVV, en die van SGP en ChristenUnie.
Nederlanders blijken ideologisch loyaal: indien teleurgesteld stemmen ze gewoon op een andere partij die inhoudelijk lijkt op hun vorige keuze
D66, de uiteindelijke winnaar, week af van deze logica. De partij is van oudsher een brug tussen het centrumlinkse en centrumrechtse blok, de partij kan kiezers uit beide blokken trekken. Deze keer wist D66 zelfs de grootste te worden (26 Kamerzetels) door zowel uit de linkse als rechtse kant kiezers te trekken, concluderen de onderzoekers. In het begin van de campagne trok lijsttrekker Rob Jetten vooral teleurgestelde VVD- en NSC-kiezers, onder meer doordat hij het over strenger migratiebeleid had en ‘doorbraken’ in vastgelopen dossiers beloofde. Aan het eind van de campagne kwamen er juist relatief veel linkse kiezers bij die wegliepen bij het GroenLinks-PvdA van Frans Timmermans. Die deden dat vaak om strategische redenen, bijvoorbeeld omdat ze dachten dat Jetten meer kans maakte premier te worden. D66 trok zich dus weinig aan van de blokken-logica.
Ook de VVD, als je naar haar kiezers kijkt, verschuift langzaam maar zeker naar rechts. De partij verloor kiezers aan het CDA en D66, maar maakte dat verlies grotendeels goed door teleurgestelde PVV-kiezers voor zich te winnen. Huijsmans zegt: „De VVD schuift duidelijk op. Ze is de strijd met partijen als de PVV en JA21 gaan voeren om de gunst van de uiterst rechtse kiezer. Maar ze vergat dat aan de andere kant van het spectrum een groot deel van de kiezers is vertrokken.”
In het gedrag van kiezers zit volgens de onderzoekers een zichzelf versterkend effect. Harteveld: „De partijtrouw is uitzonderlijk laag. Behalve in 2023 en 2002 veranderden na de Tweede Wereldoorlog niet eerder zoveel zetels van eigenaar. Kiezers verspreiden zich over steeds meer partijen. Dat maakt het moeilijk stabiele coalities te vormen, wat weer leidt tot een gebrek aan resultaten. Het risico op wéér een afstraffing wordt zo alleen maar groter.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/28122603/020626DEN_2034038119_kiezersonderzoek2.jpg)
Een stembureau in Overveen aan het Adriaan Stoopplein.
Foto Olivier MiddendorpDe VVD had een geheim wapen
Duiders en talkshowtafels hadden de VVD al bijna opgegeven, maar de VVD wist ondanks het mislukte Schoof-avontuur de schade te beperken. Ze verloor maar twee zetels en kwam uit op 22. Deels kwam dat doordat de VVD aantrekkelijk werd voor PVV-kiezers.
Een andere factor is dat de VVD een voordeel heeft als het gaat om inhoudelijke thema’s. Kiezers associëren partijen met onderwerpen. Gaat een campagne daar veel over, dan profiteert de ‘eigenaar’ van dat thema altijd . Zelfs als de meeste kiezers het niet met die partij eens zijn. In de slotfase van de campagne van 2023 leefde immigratie sterk als onderwerp, waardoor de PVV profiteerde.
Deze keer ontbrak het aan een duidelijk thema, zien de onderzoekers. Kiezers gaven de hele campagne aan dat ze wonen, zorg en veiligheid het belangrijkst vonden. Immigratie stond op plek zeven. Huijsmans: „Dat kwam vooral omdat rechtse kiezers het onderwerp extreem belangrijk vinden, en linkse kiezers het juist relatief onbelangrijk noemen. Het tegenovergestelde gebeurt met klimaat, dat op plek twaalf staat.”
Het kabinet-Schoof heeft het wantrouwen lager gemaakt dan vóór het aantreden
De verschillen tussen de belangrijkste thema’s zijn klein, en in de campagne kwamen geen nieuwe grote onderwerpen op. Je kan dus zeggen dat de kiezers eigenlijk álles belangrijk vonden.
Waar de meeste partijen maar de eigenaar van één thema zijn, zoals de PVV op migratie, heeft de VVD volgens het onderzoek een geheim wapen. Kiezers denken bij drie thema’s het meest aan de VVD: economie, veiligheid en defensie. Dat spreidt het risico aanzienlijk en maakt de partij minder kwetsbaar voor electoraal verval.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/28122652/020626DEN_2034038119_kiezersonderzoek4.jpg)
Een rood potlood in stembureau 617 in Amsterdam-Zuidoost.
Foto Olivier MiddendorpSchoof vergrootte het wantrouwen
Het vertrouwen van burgers in de politiek loopt, behalve een korte opleving aan het begin van de coronacrisis, al jaren langzaam terug. Geef de uiterst rechtse PVV regeringsverantwoordelijkheid, was een veelgehoorde redenering in 2023, dan voelen hun kiezers zich gezien. Het kabinet-Schoof werd alleen een fiasco en het was de PVV zelf die het kabinet ten val bracht. Nog maar 3 procent van de kiezers was na afloop tevreden over dit experiment, zien de onderzoekers.
Erger nog: het wantrouwen in politiek is alleen maar toegenomen. Het vertrouwen in de Tweede Kamer daalde van 50 procent in coronajaar 2021 naar 30 procent in 2023, en was in 2025 nog maar 19 procent. Vergelijk je het met landen in de Europese Unie, dan blijkt dat Nederland niet langer bij de vooral Scandinavische landen hoort waar het vertrouwen het hoogst is. Nederland zit nu ongeveer in het midden, dicht bij België, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Bijna een derde van de kiezers vindt politici „zakkenvullers” en 43 procent vindt dat landelijke politici zich niet bekommeren om „mensen zoals ik”. Dat laatste is maar een lichte toename ten opzichte van 2023 (41 procent), maar het laat iets zien over de kloof tussen de doelstelling van het kabinet-Schoof en het behaalde resultaat.
Harteveld: „Als je ontevreden kiezers betrekt bij politiek, dan neemt het vertrouwen toe, zo was de gedachte. Maar die kans is verspeeld, waardoor de politiek als geheel alleen maar verder van huis is. Het kabinet-Schoof heeft het wantrouwen lager gemaakt dan vóór het aantreden.”
Het kan een risico zijn voor het vertrouwen in politiek als geheel dat Jetten dingen belooft die hij niet kan waarmaken
Zit in het onderzoek niet ook een waarschuwing voor premier Rob Jetten? Tijdens de campagne beloofde hij veel, onder meer het bouwen van tien nieuwe steden. Het Nationaal Kiezersonderzoek laat overtuigend zien dat politici die hun beloftes niet nakomen het wantrouwen voeden. Bijna driekwart van de kiezers is het eens met de stelling dat politici „te veel praten en te weinig doen”. Huijsmans: „Het kan een risico zijn voor het vertrouwen in politiek als geheel dat hij dingen belooft die hij niet kan waarmaken. Aan de andere kant: D66-kiezers hebben relatief een hoog vertrouwen in de politiek, juist zijn kiezers zijn daar dus minder kwetsbaar voor.”
Het vertrouwen in het functioneren van de democratie is ook hard afgenomen. In 2021 was ruim twee derde van de kiezers daar nog tevreden over, nu is dat 56 procent, een forse daling. Vraag je kiezers waarom ze de democratie gingen wantrouwen, dan hoor je verschillende dingen, zegt Harteveld: „De onvrede concentreert zich vooral op links en uiterst rechts. Linkse kiezers maken zich zorgen omdat de democratische instituties onder druk staan, zoals de rechterlijke macht. Of omdat minderheden niet goed worden beschermd. Uiterst rechtse kiezers zeggen dat de democratie gevaar loopt, omdat de vrijheid van meningsuiting onder druk staat: je mag niet alles meer zeggen.”
Uiterst rechtse kiezer radicaliseert
Uiterst rechts is een volwaardig politiek blok – en blijft dat. Ter rechterzijde van de VVD zitten 46 zetels, de SGP niet meegerekend. Die groep kiezers wantrouwt politici enorm en zal niet snel overstappen op een partij buiten deze politieke familie. Alleen onder JA21-kiezers vind je nog een relatief grote groep kiezers die de VVD overweegt.
Wat bínnen deze vleugel gebeurt, is minstens zo belangrijk: de uiterst rechtse kiezer radicaliseert. En als je nog scherper kijkt, valt op dat de verschillen tussen PVV- en FVD-kiezers groter werden, constateren de onderzoekers. Bijna de helft van de PVV-kiezers zegt dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen, onder FVD-kiezers is dat ongeveer een derde. En 26 procent van de PVV-kiezers is tevreden over de democratie, bij FVD is dat maar 10 procent.
Opvallend: circa een kwart van de FVD-kiezers vindt dat de democratie met geweld mag worden omvergeworpen
FVD kent een sterk radicaliserend electoraat, dat niet lijkt op dat van de PVV. Ze zijn hoger opgeleid en verdienen meer, tegen het Nederlandse gemiddelde aan. Tegelijkertijd zijn ze politiek en maatschappelijk veel meer afgehaakt. FVD-stemmers kijken daarnaast veel minder naar de NPO, begeven zich veel actiever op sociale media. Bijna twee derde heeft een ‘afkeer’ van politiek, bij PVV’ers is dat ongeveer de helft. Landelijk is dat percentage 25. PVV’ers vullen relatief vaak in dat ze ‘angst’ ervaren als ze denken aan hoe Nederland ervoor staat, FVD’ers juist veel walging.
Opvallend feitje: circa een kwart van de FVD-kiezers vindt dat de democratie zo slecht functioneert, dat die met geweld omver mag worden geworpen. Het landelijk gemiddelde is 6 procent. Bij de PVV zit dat rond de 10 procent. Harteveld: „FVD won bij de verkiezingen vier zetels en die winst kwam voor een groot deel van teleurgestelde PVV-kiezers. Maar de partijen verschillen sterk in hun houding ten opzichte van de democratie. FVD-kiezers zijn veel fundamenteler teleurgesteld en wijzen de democratie veel meer af. Dit diepe wantrouwen in politiek, wetenschap en media is ontstaan in de coronaperiode, en leeft onder PVV-kiezers veel minder.”
Lees ook
Nieuwe kiezers bereiken zónder de harde kern van zich te vervreemden – het blijkt moeilijk voor alle partijen


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/02185519/020626VER_2034182536_bolle.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/02171207/020626BUI_2034128818_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/02165547/020626DEN_2034084416_donor.jpg)




English (US) ·