De Tweede Kamer vindt dat misstanden bij donorconceptie onafhankelijk moeten worden onderzocht. Zo bleek dinsdag na een unaniem aangenomen motie die werd ingediend door Lisa Vliegenthart (PRO).
Afgelopen jaren kwam steeds weer nieuw onrecht met betrekking tot donorconceptie aan het licht. Duidelijk werd dat gynaecologen decennialang en stelselmatig hebben gefraudeerd met behandelingen, op allerlei manieren. Meestal werden die misstanden ontdekt doordat mensen – soms nietsvermoedend – een dna-test deden bij commerciële databanken en ontdekten dat hun genetische vader iemand anders was dan ze dachten.
Ook worden steeds meer gevallen bekend van artsen die hun eigen zaad of donorzaad gebruikten als was afgesproken het zaad van de wensvader zelf te insemineren
Van acht zorgverleners van vruchtbaarheidsklinieken – zeven gynaecologen en één vooralsnog anonieme laborant – is inmiddels bekend dat ze eigen zaad gebruikten, of ander zaad dan beloofd. Maar Stichting Donorkind stelt dat meer artsen zich hieraan schuldig hebben gemaakt.
Gynaecologen gebruikten hun eigen zaad als de wensouders een anonieme donor was beloofd, maar ook worden steeds meer gevallen bekend van artsen die hun eigen zaad of donorzaad gebruikten als was afgesproken het zaad van de wensvader zelf te insemineren. In enkele andere gevallen werd zaad van een man die met partner voor een ivf-behandeling kwam, gebruikt voor de inseminatie van een andere vrouw. Ook gebruikten diverse artsen hun eigen of donorzaad om grote aantallen donorkinderen te verwekken – oplopend tot meer dan honderd.
Leiderdorp
De tot dusver bekende misstanden speelden zich af in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw, maar onlangs werd bekend dat een kliniek in Leiderdorp tot 2018 de toen geldende norm van 25 kinderen per donor overschreed. Daardoor ontstonden zeer grote verwantschapsgroepen. Sinds 2025 is een norm van maximaal twaalf gezinnen per donor wettelijk vastgelegd. Dit maximum moet onder meer het risico op inteelt en onbedoelde relaties tussen halfbroers en -zussen verkleinen.
Ook tegenwoordig kunnen nog te grote verwantschapsgroepen ontstaan, bijvoorbeeld doordat wensouders sperma uit het buitenland halen. Dan is het ingewikkeld om in Nederland vast te stellen of de donor binnen de normen van de Nederlandse wet blijft.
„De vraag die wij hebben is: wie was hier verantwoordelijk voor?”, zei Vliegenthart. „En welke lessen kunnen we hieruit trekken?” Ze wil dat in een onderzoek „historische, juridische, bestuurlijke, medische en ervaringsdeskundige kennis” wordt samengebracht. Zo hoopt ze inzichtelijk te laten maken wat misging en welke belangen en prikkels een rol speelden. „Je kan pas goed naar de toekomst kijken als je echt naar het verleden hebt gekeken.”
In NRC spoorde hoogleraar en gynaecoloog Jan Kremer alle mannelijke oud-gynaecologen aan hun dna af te staan aan databanken
De unanieme aanname van de motie onderstreept de behoefte aan meer duidelijkheid over het verleden van donorconceptie. Stichting Donorkind, expertisecentrum Fiom en Priamos, platform voor spermadonoren, pleitten eerder voor een landelijk onderzoek. In NRC riep hoogleraar en gynaecoloog Jan Kremer niet alleen op tot onderzoek, maar spoorde hij alle mannelijke oud-gynaecologen aan hun dna af te staan aan databanken.
Adopties, oorlogsmisdaden en slavernij
Historicus Adriejan van Veen, die het fenomeen onderzoekt, pleitte in NRC al voor meer onderzoek. „We doen het maar met zijn tweeën: ik en een junior-onderzoeker. Eigenlijk moet de overheid dit onderzoek uitzetten, zoals bij de commissie-De Winter. Die heeft in kaart gebracht hoe de geschiedenis van afstandsmoeders en afstandskinderen is ontstaan”, zei hij. Tienduizenden ongehuwde moeders moesten jarenlang onder druk hun kind afstaan.
Zulke grote onderzoeken werden ook gedaan naar „praktijken met buitenlandse adopties”, naar oorlogsmisdaden door het Nederlandse leger en naar de slavernijgeschiedenis. In dat rijtje past een onderzoek naar misstanden met donorconceptie, vindt Van Veen.
In mei reageerde Sophie Hermans, minister van Volksgezondheid, al op Kamervragen van Diederik van Dijk (SGP) en Mirjam Bikker (ChristenUnie) over de bereidheid tot zo’n onderzoek. Ze wilden weten of de minister het ook tijd vindt „om een grootschalig en onafhankelijk onderzoek te starten naar missstanden bij fertiliteitsklinieken in de afgelopen decennia”. Hermans antwoordde toen dat het kabinet zich „beraadt” op of een landelijk, historisch onderzoek naar donorconceptie in Nederland mogelijk en gewenst is – en zo ja, hoe dat vorm zou kunnen krijgen.
Vliegenthart is niet verbaasd dat haar motie is aangenomen. „Links, rechts, progressief of conservatief. Ja, we kijken anders naar fertiliteitszorg, maar we zien allemaal dezelfde misstanden.”
Lees ook
Hij stamt af van een vruchtbaarheidsarts. Nu onderzoekt hij gynaecologen die stiekem hun eigen zaad gebruikten


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/28122520/020626DEN_2034038119_kiezersonderzoek1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/02171207/020626BUI_2034128818_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/02165547/020626VER_2034178605_klaver.jpg)




English (US) ·