Een AI-studiedag voor leerkrachten, want sommigen hebben ‘nog nooit ChatGPT geopend’

6 uren geleden 1

Nu kunstmatige intelligentie een snelle opmars maakt, kan haar school niet achterblijven, vindt Rieneke Brouwer, directeur onderwijs van het Marnix College in Ede. Maar het kennisniveau van haar docenten varieert nogal: uit een inventarisatie bleek dat sommigen „nog nooit ChatGPT hebben geopend”, terwijl anderen juist „heel veel doen” met AI, vertelt ze.

Brouwer hoopt dan ook dat een AI-studiedag de kennis binnen haar team kan vergroten. Dat moet het gesprek op gang brengen over wat de school met de nieuwe technologie kan – en wil. „Als we de risico’s kennen en de meerwaarde voor docenten, ondersteunend personeel én leerlingen, kunnen we toegespitst beleid maken”, zegt ze. Voorlopig mogen docenten wel gebruikmaken van AI-chatbots als ChatGPT en Copilot, maar ze mogen geen privacygevoelige data invoeren. Daarmee volgt de school de AVG-wetgeving.

Meer dan de helft van de scholen in Nederland heeft nog geen beleid voor kunstmatige intelligentie, blijkt uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 die Kennisnet in november publiceerde. Terwijl leerlingen AI-tools als ChatGPT, Copilot, Claude, Gemini, Canva en DALL-E al volop aanwenden, schiet de kennis bij docenten tekort. Bijna twee derde kan de afzonderlijke soorten AI niet van elkaar onderscheiden en gebruikt ze dan ook niet in de les, staat in het rapport.

AI-les op het Marnix College in Ede.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Kritisch

Om alle docenten van het Marnix College op hetzelfde kennisniveau te krijgen, komt een AI-expert van de Wageningen Universiteit ’s ochtends vertellen over kunstmatige intelligentie. ’s Middags volgen docenten workshops van een externe partij. De meeste docenten blijken nieuwsgierig naar AI en hoe ze haar kunnen inzetten. Een minderheid vindt juist dat de school de technologie buiten de deur moet houden. Wel begrijpt die groep dat ‘digitale geletterdheid’ tegenwoordig – evenals taal, rekenen en burgerschap – tot de basisvaardigheden behoort die kinderen moeten leren en dat de kennis van docenten hierover niet kan achterblijven.

Miriam Levy is directeur van Docentenbijscholing, het bedrijf dat de studiedag verzorgt. Levy vertelt dat veel leraren geen kennis hebben van mogelijk behulpzame AI-toepassingen en vaak denken aan generatieve AI-chatbots zoals ChatGPT – die ze liever uit het lokaal weren. „Die kunnen het leren versterken en de werkdruk verlagen, maar alleen als ze bewust en didactisch worden ingezet.”

AI kan helpen met nakijkwerk, lesmateriaal aanpassen aan individuele leerlingen of
oefentoetsen opstellen

AI in de context van het klaslokaal wordt vaak geassocieerd met fraude bevorderende programma’s die razendsnel antwoorden op toetsvragen genereren of opdrachten schrijven. Maar AI is ook verantwoord te gebruiken, vindt Levy. Daarvoor moeten docenten duidelijk met hun leerlingen afspreken wat is toegestaan én de kinderen kritisch leren omgaan met de programma’s. Docenten zelf moeten de technologie ook begrijpen en „nooit privégegevens van leerlingen of de school invoeren”, zegt ze.

Als is voldaan aan die randvoorwaarden, kunnen ze bijvoorbeeld programma’s gebruiken die presentaties, muziek en samenvattingen genereren (van documenten die docenten zelf invoeren). Andere AI kan helpen met nakijkwerk, lesmateriaal aanpassen aan individuele leerlingen of oefentoetsen opstellen.

Lees ook

Studeren met ChatGPT is de norm, maar dat is volgens deze studenten niet erg. ‘Sinds ik AI gebruik, haal ik achten’

Het gebouw van Tilburg University.

Lesmethodes

Overheidsbeleid over wat scholen precies met AI moeten en mogen, ontbreekt vooralsnog, maar het ministerie van Onderwijs juicht het wel toe wanneer scholen hier tijd insteken. Via het Nationaal Groeifonds investeert de overheid meer dan 500 miljoen euro in projecten voor digitaal onderwijs, waarvan zo’n 226 miljoen euro voorwaardelijk.

En in een Kamerbrief van begin februari schreef toenmalig onderwijsstaatssecretaris Koen Becking (VVD) dat leerlingen dankzij generatieve AI „kennis en vaardigheden” meekrijgen „om zich optimaal te kunnen ontplooien in een innovatieve economie en een sterke democratie”. Ook leerkrachten kunnen volgens de brief baat hebben bij AI, want daarmee kunnen ze lesmethodes aanpassen „aan het tempo en de interesses van elk kind, zodat meer tijd overblijft voor andere zaken”.

Schoolbreed AI-beleid formuleren is voor het Marnix College als ‘eenpitter’ een extra grote uitdaging, zegt directeur Brouwer. De school is niet aangesloten bij een groot schoolbestuur dat daarin het voortouw kan nemen. Dat is anders bij Lucas Onderwijs, een van de grootste schoolbesturen van Nederland: bij 24 van de 87 aangesloten scholen loopt een AI-pilot. Daar is AI geïntegreerd in Snappet, een veelgebruikte digitale lesmethode waarbij leerlingen op een laptop oefeningen maken. De leraar kan intussen extra uitleg geven aan leerlingen die meer moeite hebben met de lesstof.

Een kaartspel over AI.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Leerkrachten worden onderwezen in AI op het Marnix College in Ede.

Foto Dieuwertje Bravenboer
Foto Dieuwertje Bravenboer

Een kaartspel over AI.

Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Dataslaaf’

Snappet, dat sinds 2012 bestaat, is geliefd omdat het leerkrachten een helder overzicht geeft van hoe leerlingen presteren. Daar is nu dus de AI bijgekomen. Rynk van der Togt, leerkracht van basisschool De Vijverhof in Leidschendam-Voorburg, een van scholen in de pilot, legt uit hoe het werkt: „De AI doet suggesties welke lesstof ik moet herhalen of kan overslaan, omdat de klas die al beheerst. En het suggereert welke leerlingen ik het beste bij elkaar kan zetten voor extra instructies.”

Het experiment draait in de groepen 5 tot en met 8 – voorlopig alleen bij de rekenlessen. De pilot is van het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI). NOLAI wordt gefinancierd met overheidsgeld en ontwikkelt AI-toepassingen met wetenschappers, scholen en educatieve techbedrijven.

Een leerling kan moe of ziek zijn geweest en daarom even iets minder presteren, dat weet AI niet

Volgens Monique van Tiel, directeur van De Vijverhof, helpt de AI leraren onderbouwen hoeveel tijd ze besteden aan bepaalde stof. „Op onze school presteren veel leerlingen bovengemiddeld”, zegt ze. „Dan kun je sommige onderdelen overslaan, maar dat vinden leerkrachten spannend. Ze vrezen dan voor kennishiaten.” Maar als ze hun keuzes kunnen baseren op aanvullende informatie van de AI, voelen ze zich zelfverzekerder.

Dat betekent geenszins dat de leraar overbodig is geworden, zegt Van Tiel: „AI baseert zich op data, maar wij zien het kind. Een leerling kan moe of ziek zijn geweest en daarom even iets minder presteren, dat weet AI niet.” Van der Togt: „Je moet geen dataslaaf worden. Soms moet je een AI-advies gewoon negeren.”

Lees ook

De Nederlandse leerprestaties gaan hard achteruit. Worden werknemers straks te dom?

Lees het hele artikel