‘Goeiemorgen, wat fijn dat u er bent! Weet u wat u te wachten staat?”
„Ik weet het niet… misschien krijg ik medicijnen?”
„Dat zou kunnen, maar eerst ga ik met u praten, via de tolk. Ik wil u graag goed leren kennen.”
De Turks-Nederlandse vrouw van eind zestig (de patiënt werd op verzoek van het ziekenhuis geanonimiseerd; haar naam is bekend bij de redactie) heeft plaatsgenomen tegenover Marleen Harkes (47) in haar spreekkamer van de poli geriatrie van het Rotterdamse Maasstad Ziekenhuis. Aan een kant haar dochter, aan de andere kant de tolk, daarnaast haar kleindochter. „Wat leuk, drie generaties!”, had de geriater geroepen bij binnenkomst.
Harkes is met een reden gespecialiseerd in geheugenproblemen bij mensen met een migratieachtergrond. Toen ze twaalf jaar geleden begon als klinisch geriater in het Havenziekenhuis in Rotterdam kreeg ze geen vat op de ouderen met een migratieachtergrond in haar wachtkamer. En in een diverse stad als Rotterdam waren dat er best veel.
Dementie neemt bovendien toe door de dubbele vergrijzing, zo stelt het RIVM – en onder ouderen met een migratieachtergrond is die stijging nog sterker dan gemiddeld in Nederland, blijkt uit ander onderzoek. Ze hebben vaker diabetes, overgewicht of vaatziekten: aandoeningen die het risico op dementie vergroten. Harkes merkte dat die groep vaak al op jongere leeftijd geheugenklachten kreeg. „Ik wilde hen helpen, maar we snapten elkaar niet.”
Ik hoefde het wiel niet opnieuw uit te vinden. Veel kennis kon ik zo uit Amsterdam overhevelen naar Rotterdam
Haar patiënten deden hun best om hun klachten te delen, dat was het probleem niet. En ze hadden altijd kinderen bij zich – meestal dochters – die vertaalden wat de arts vroeg en het antwoord ook weer rap naar het Nederlands vertolkten. Dat waren ze gewend: migranten van de eerste generatie leerden lang niet altijd de taal. De kinderen vertelden de dokter over de toenemende vergeetachtigheid of het veranderende gedrag van vader of moeder. Toch, zegt Harkes, had ze regelmatig het gevoel tekort te schieten.
Ze kwam erachter dat Jos van Campen, haar collega in het Amsterdamse ziekenhuis OLVG, tegen hetzelfde probleem was aangelopen. Hij had vervolgens met collega’s een poli opgezet voor ouderen met een migratieachtergrond bij wie mogelijk dementie speelt. Harkes: „Ik hoefde het wiel niet opnieuw uit te vinden. Veel kennis kon ik zo uit Amsterdam overhevelen naar Rotterdam, waar ik samenwerkte met neuropsychologen van het Erasmus MC.”
Lees ook
‘Vergrijzing moet geen nieuwe mest- of klimaatcrisis worden’
Taalbarrière
En zo kreeg het Maasstad Ziekenhuis een nieuwe aanpak: het eerste gesprek wordt nu gevoerd met alleen de patiënt, weliswaar bijgestaan door een tolk, maar zónder de mantelzorgers. Dat was best wennen voor de kinderen, zegt Harkes. Maar ze kleuren onbedoeld hun verhaal met eigen emoties. En ze zijn vanwege de taalbarrière vaak gewend om voor hun ouders te spreken.
Heeft u ergens pijn?
Onze moeder heeft veel last van haar rug.
En vader of moeder voelt zich in gezelschap van de kinderen vaak minder vrij om alles te zeggen. Bijvoorbeeld: ik wil het liefst nog steeds alleen naar buiten. Want de kinderen zijn zo lief hen overal te brengen en te halen, omdat ze bang zijn voor valpartijen of verdwalen. Harkes: „Maar het ontneemt de ouders ook levensvreugde. Soms is een bezoek aan de poli hun eerste uitje in maanden.”
Dat eerste gesprek vereist een goede tolk, die ook hoort wat de patiënt níét zegt. Harkes: „En ik wil weten of de patiënt niet op bepaalde woorden kan komen of om het antwoord heen draait. Bij gesprekken in het Nederlands vind ik dat ook belangrijke informatie.”
Dan ga ik bidden, maar ik vergeet vaak de soera’s
De mantelzorgers worden niet terzijde geschoven. Harkes: „Hun verhaal is belangrijk.” In gezinnen met een migratieachtergrond wordt de zorg voor ouders vaak als plicht gezien. Ze hebben voor jou gezorgd, nu is dat andersom. „Mama naar een verpleeghuis brengen, is helemaal onbespreekbaar”, zegt Harkes. Ze probeert te helpen door uitleg te geven over dementie. „Bij een gebroken been blijf je ook niet thuis aanmodderen, maar ga je naar het ziekenhuis voor professionele zorg”, drukt ze de kinderen op het hart.
Harkes treft veel overbelaste mantelzorgers, die gezin en werk trachten te combineren met de zorg voor hun ouder. „We moeten vooral de zorg niet willen overnemen”, zegt Harkes. „Juist de combinatie van professionele hulp en die van de eigen familie is krachtig.”
Goede begeleiding helpt beide partijen. Mensen met dementie slapen bijvoorbeeld meestal slecht. Soms lossen mantelzorgers dat op door bij pa of ma te blijven slapen. „Het gevolg is dat zij óók slecht slapen”, zegt Harkes. „Er zijn ook trucjes om mensen met dementie beter te laten slapen.” Denk aan een zwaartedeken of meer bewegen overdag.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24143258/240226BIN_2031166127_dementie3.jpg)
Marleen Harkes in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam.
Foto Hedayatullah AmidDe vrouw aarzelt
Terug naar de spreekkamer. De dokter heeft uitgelegd dat dochter en kleindochter in gesprek gaan met een maatschappelijk werker. Vandaag is dat Eva Versnel (31). Ze neemt ze mee naar een andere kamer.
Als ze zijn vertrokken, buigt Harkes zich naar de vrouw, die in een lange jas tegenover haar zit. „Weet u waarom u hier bent?”, vraagt ze vriendelijk. De tolk vertaalt. De vrouw aarzelt. „Ik ben hier omdat mijn kinderen zeggen dat ik alles vergeet. Ze denken dat ik hetzelfde heb als mijn oudere broer.”
„Wat vindt u daarvan, dat ze dat denken?”
„Ik denk dat ze gelijk hebben. Dan huil ik.” Tranen glijden langs haar hoofddoek.
„Vindt u het goed als ik vanmiddag ga uitzoeken wat het bij u is?”, vraagt Harkes. De vrouw knikt. Harkes vraagt en vraagt. Naar haar levensverhaal, haar hobby’s, haar gemoed en naar familieverhoudingen. Harkes wil weten wát ze zoal vergeet. En hoe het precies zat toen ze de 50 euro ergens neerlegde en vervolgens niet meer wist waar. Gebruikt ze medicijnen? Neemt ze die zelf in of krijgt ze hulp? Hoe ziet haar dag eruit?
„Ik wil graag alles weten, vanaf het moment dat u wakker wordt. U staat op om 8.00 uur. En dan?”
„Dan ga ik bidden, maar ik vergeet vaak de soera’s [koranteksten].”
Na anderhalf uur weet Harkes een hoop meer over haar patiënt. Ze vertelde dat ze jong werd uitgehuwelijkt, met haar echtgenoot naar Nederland kwam en al snel haar eerste kind kreeg. Toen ze de moed had om te scheiden van haar gewelddadige man, had ze al zes kinderen. Die voedde ze alleen op, in een land dat haar altijd een beetje vreemd bleef.
Ze vertelt dat ze nauwelijks meer buiten komt, nadat ze een keer de weg terug niet meer wist. Een buurvrouw die langsliep, wees de weg naar huis. Zelf koken doet ze niet meer, nadat ze een keer het gas aan had laten staan. Haar dochter en kleindochter doen alles voor haar, zegt ze.
„Geniet u van uw kleinkinderen?”, vraagt de dokter.
„Ik vind het erg druk als ze er zijn.”
„Wat is de mooiste periode van uw leven?”, vraagt de dokter. De tolk vertaalt. Even is het stil. „Ik herinner me geen mooie tijd”, zegt ze dan. De tolk, die tot nu toe stoïcijns heeft zitten vertalen, schiet even vol. Harkes gaat water inschenken.
Thee, olie, eieren en zeep
Patiënten bij wie een vorm van dementie wordt vermoed, krijgen gestandaardiseerde geheugentesten, had Harkes eerder uitgelegd. Het viel op dat mensen met een migratieachtergrond die vaak belabberd maakten, terwijl dat niet aan hun intelligentie of mate van dementie lag. Het bleek, zegt de dokter, dat de testen niet op hun belevingswereld aansloten.
Mensen die in Nederland opgroeien, zegt Harkes, zijn gewend aan testen: „Ze weten: rechtop zitten en je best doen.” Die reflex hebben veel Nederlanders met een migratieachtergrond niet, legt ze uit. „Als een dokter vraagt: welke dag is het, denken zij: die dokter vertrouw ik niet, die weet niet eens welke dag het is.”
Migratie kan ook een trauma opleveren, zeker als je zo jong wordt ontworteld en niet liefdevol opgevangen
De testen worden gedaan door geriatrieverpleegkundige Kelly Willemstein (36), die naast de Turks-Nederlandse mevrouw gaat zitten. „Ik ga boodschappen doen”, zegt Willemstein tegen haar. „Kunt u me helpen het lijstje te onthouden? Ik heb vier dingen nodig: thee, olie, eieren en zeep. Kunt u dat herhalen?” De tolk herhaalt de vraag.
De vrouw zegt: „Komkommer, aardappelen, olijven en suiker.”
Kunt u ook míjn lijstje noemen, vraagt Willemstein en zegt het nog een keer voor.
De vrouw zegt: „Aubergine, uien, rijst en paprika.”
Het kan zijn, zal Willemstein later uitleggen, dat ze het niet kon onthouden. „Maar ze kan ook hebben gedacht: met die producten kan ik geen maaltijd maken. Ik heb gewoon meer dingen nodig.” Ze wil maar zeggen, conclusies kan ze nog niet trekken.
Willemstein gaat door met testjes. Opdrachten als: raak met je rechterhand je linkeroor aan, vindt de vrouw lastig. Welk seizoen het is, weet ze niet. Wel weet ze dat het regent. De beweging nadoen die Willemstein met haar handen maakt, lukt maar matig.
„Ben u vrolijk of verdrietig?”, vraagt de geriatrieverpleegkundige.
„Verdrietig.”
„Is het leven vol of leeg?”
„Leeg.”
Kletsen, koken of wandelen
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24143356/240226BIN_2031166127_dementie4.jpg)
Marleen Harkes over de noodzaak van een goede tolk: „Ik wil weten of de patiënt niet op bepaalde woorden kan komen of om het antwoord heen draait.”
Foto Hedayatullah AmidAan het eind van de dag leggen Harkes, Willemstein en Versnel alle informatie bij elkaar. Ze combineren dat met medische informatie van een lichamelijk onderzoek en een hartfilmpje. Harkes zag dat de vrouw moeite had om haar kledingstukken weer in de juiste volgorde aan te trekken.
Ondanks de vergeetachtigheid en die onhandigheid, denkt Harkes niet aan de ziekte van Alzheimer. „Dan zou ze waarschijnlijk ontkennen dat er iets met haar aan de hand is.” De geriater denkt eerder aan vasculaire dementie of een depressie, of een combinatie van die twee. „Dementie kan ook door trauma worden getriggerd, zegt ze. Een migratie kan een trauma opleveren, zeker als je zo jong wordt ontworteld en niet liefdevol opgevangen.”
De drie vrouwen komen binnen voor het laatste gesprek van de middag. Rustig legt Harkes alles voor. Ze gaat een hersenscan aanvragen. Daarnaast oppert ze hulp bij de zorg. De dochter knikt. „Dat zou heel fijn zijn.” En, gaat Harkes verder, ze wil kijken of mevrouw naar een dagbesteding kan, bijvoorbeeld met andere Turkse vrouwen – om te kletsen, te koken of te wandelen. Onder begeleiding, zegt ze, zodat jullie geen zorgen hebben en wat ontlast worden. Ook dat vindt de dochter een goed idee. Ze gaat daarbij met haar moeder bespreken of ze naar een Turkssprekende psycholoog wil.
Harkes buigt zich naar de vrouw. „Ik ben heel blij dat u bent gekomen en uw verhaal hebt gedaan”, zegt ze. „U heeft veel meegemaakt.”
„Mijn hoofd zit vol”, zegt de vrouw.
Harkes: „We proberen een medicijn dat misschien kan helpen uw hoofd wat leger te krijgen.” Ze legt een hand op haar schouder: „Door een vol hoofd kan je ook dingen vergeten.”
Lees ook
Je moet de groeten hebben, zegt Hendrik tegen zijn vrouw. Maar van wie, dat is hij vergeten


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24214601/240226VER_2031837042_Iran.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24193744/240226VER_2031836274_Louvre.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/24185732/240226VER_2031835594_Dutroux.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/21235831/ANP-550886295.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/21174227/220226SPO_2031758667_IJshockey.jpg)
English (US) ·