Een dansgroep was artistiek niet goed genoeg voor subsidie. Maar was het oordeel wel eerlijk?

7 uren geleden 3

De zaak

Mogen een danser en een balletrecensent de overheid adviseren over subsidies op hun terrein? Al na tien minuten blijkt in rechtszaal 1 van de Raad van State dat het Haagse dansgezelschap Another Kind of Blue grote vraagtekens heeft bij de onpartijdigheid van het Fonds Podiumkunsten. Dat een kritische dansrecensent van NRC mogelijk mede de doorslag gaf bij het weigeren van een cruciale subsidie, maakt de zaak pikant.

Het Fonds Podiumkunsten geeft jaarlijks tientallen miljoenen uit aan ruim 120 gezelschappen. Dat fonds kent een uitgebreid protocol dat belangenverstrengeling moet voorkomen. Voor elke beoordelingsronde moeten adviseurs schriftelijk verklaren of ze zakelijke, persoonlijke of professionele belangen hebben bij een aanvrager.

Ook de beroepsethiek van (freelance) journalisten werd besproken. Volgens de NRC Code is het „redacteuren” niet toegestaan op het terrein waarover ze schrijven, nevenfuncties uit te oefenen. Maar geldt dat ook voor freelancers, die veelal zelfstandig hun deskundigheid exploiteren, juist bij wisselende werkgevers? Gaan recenseren en adviseren over subsidies dan wél samen?

Another Kind of Blue is duidelijk verontwaardigd over een volgens hen foute beslissing die hier rechtgezet moet worden. Er is ook haast. De subsidie is per 1 januari geweigerd. Er is nauwelijks meer budget, er zijn al medewerkers ontslagen. De zitting duurt maar een uurtje, de partijen beperken zich tot de vragen van de voorzitter. Er is een omvangrijk dossier, een eerdere uitspraak van de rechtbank en van de bezwaarcommissie. Tot nu toe kreeg steeds het Fonds gelijk en verloor het gezelschap.

Maar vandaag sluipt er twijfel binnen, dankzij vragen van rapporteur-staatsraad Willemien den Ouden. Hoe zwaar wegen de twee ‘inhoudsdeskundigen’ in de negenkoppige adviescommissie? Komt het voor dat de commissie toch tot subsidiering besluit, als dit duo de artistieke kwaliteit negatief beoordeelt?

Nee, zeggen de vertegenwoordigers van het Fonds. Dat gebeurt „eigenlijk niet”. En als een recensent/adviseur volgens het gezelschap, „stelselmatig, publiekelijk en fundamenteel” zowel de producties als de choreograaf zélf als ondermaats omschrijft. Is er dan nog wel een objectief subsidieadvies te verwachten? Tussen de bewoordingen in de krant en de afwijzing van de subsidie zit inderdaad „overlap”, constateert de voorzitter.

Is dat nu belangenverstrengeling of juist het gevolg van kennis en visie? Het Fonds vindt het laatste. Het zoekt mensen „die affiniteit hebben, die veel voorstellingen bezoeken. Adviseurs hebben een mening, daarom zitten ze in die commissie. Het wereldje is zo klein, er wordt ook heel veel samengewerkt, met elkaar. Dat men elkaar dan kent…”

Tussen de bewoordingen in de krant en de afwijzing van de subsidie zit ”overlap”, constateert de voorzitter

Het andere deskundige commissielid, een danser, blijkt eerder, in een andere beroepsprocedure al op vooringenomenheid te zijn afgewezen door de rechter. Zij beoordeelde een subsidieaanvraag van een gezelschap waarin ze tot voor kort zelf meer dan tien jaar optrad, op artistieke kwaliteit als zeer goed. Nu oordeelde ze negatief over Another Kind of Blue, dat als concurrent geldt.

Dat krijg je nu eenmaal met peer review, zegt het Fonds. In het kleine danswereldje komt men elkaar onvermijdelijk tegen. En er geldt bovendien een strak beoordelingskader. Maar waarom rekruteert het Fonds z’n beoordelaars eigenlijk niet in België, waar de Nederlandse dans „goed wordt gevolgd”, suggereert het gezelschap. Dan heb je én visie én meningen en minder kans op belangenvermenging. Dat een commissielid een „persoonlijk idee” heeft over dans, is niet het probleem. Wel het negatieve „stelselmatige en publieke karakter” van de kritiek door dezelfde persoon in een „grote krant”.

De voorzitter wil weten of het Fonds niet te veel waarde hecht aan het protocol. „Daarin lijkt veel afhankelijk van wat commissieleden zelf beslissen of verklaren”. En: „Wat als de leden het protocol niet goed begrijpen of niet opvolgen”. Tsja, zegt het Fonds: „Dan hebben we een probleem. Het zijn wel nog steeds negen commissieleden. Is zo’n advies dan gecorrumpeerd en in hoeverre dan?” Het gezelschap: „Dit gaat over twee ernstige bedrijfsongevallen waarin het protocol jammerlijk faalde. In de praktijk komt er geen enkele betekenis aan toe.”

Het oordeel

De Afdeling oordeelde twee weken later – afgelopen woensdag – dat het Fonds dit besluit niet zo had mogen nemen omdat tegen twee leden van de adviescommissie de schijn van belangenvermenging bestaat. De afwijzing was vooringenomen en daarom onzorgvuldig. Binnen vier weken moet er opnieuw worden beslist, door een nieuwe commissie. De „kanttekeningen” die een van de commissieleden als recensent in NRC had geplaatst bij het gezelschap en de choreograaf „vertoonden een opvallende overlap” met het afwijzende advies.

De andere adviseur had als danser een „een dusdanige binding met een concurrerende subsidieaanvrager” dat ook aan haar onpartijdigheid kon worden getwijfeld. De waarborgen van het Fonds zijn onvoldoende gebleken. In het geval van de adviserende danser had ook de aard en de duur van haar betrokkenheid bij een concurrent meegewogen moeten worden.

Over de recensent als subsidie-adviseur merkt de rechter op dat zij in de krant meerdere projecten van het gezelschap vanaf 2015 beoordeelde als „tamelijk geijkt”, niet interessant, gebrek aan „signatuur” en „niet bijzonder„. Ook noemde ze de choreograaf een „beperkt talent”. Daardoor kon de indruk ontstaan dat zij als adviseur „niet zonder vooringenomenheid over de subsidieaanvraag [..] kon adviseren.”

Lees het hele artikel