Een onbemand Nederlands militair vliegtuig? ‘Dit is bij uitstek iets dat wijzelf kunnen’, zegt Kamerlid en luchtvaartingenieur Michelle Jagtenberg

2 uren geleden 1

Een onbemand militair vliegtuig van Nederlandse bodem – volgens D66-Defensiewoordvoerder in de Tweede Kamer Michelle Jagtenberg kan dat realiteit worden. Afgelopen donderdag nam de Tweede Kamer een door Jagtenberg ingediende motie aan, die het ministerie van Defensie opdracht geeft te werken aan een Collaborative Combat Aircraft (CCA) – een bewapende drone met straalmotor die moet kunnen samenwerken met de F-35’s van de Koninklijke Luchtmacht. Luchtfietserij? Helemaal niet, zegt luchtvaartingenieur Jagtenberg: „Dit is bij uitstek iets wat wij zelf zouden kunnen.”

Die CCA’s zijn een beetje uw specialisme, is het niet?

„Toen ik werkte bij het Nederlands Luchtvaart- en Ruimtevaartcentrum (NLR) heb ik studie gemaakt van de internationale programma’s voor autonome systemen in de militaire luchtvaart. Destijds bevond zich alles nog in de conceptfase. Maar toen al dacht ik: waarom doen wij dit niet zelf?”

Uw motie is aangenomen. Hoe nu verder?

„Ik verwacht van Defensie dat ze een project opzetten om een prototype te ontwikkelen.”

Een vliegend prototype?

„Jazeker.”

Maar Defensie heeft al 100 miljoen euro betaald voor deelname aan een Amerikaans ontwikkelprogramma voor CCA’s. Moeten Nederland daar nu uitstappen?

„Op termijn zie ik dat wel voor me, maar we moeten dan wel een alternatief hebben. Mijn voorstel is om daaraan te werken.”

Dus die 100 miljoen is weggegooid geld?

„Nee, zeker niet. De kennis die we daar opdoen, is super waardevol voor het ontwikkelen van een eigen initiatief.”

Wat vindt de Koninklijke Luchtmacht van uw voorstel?

„Ik heb altijd veel samengewerkt met de luchtmacht, volgens mij zijn ze op zich enthousiast. Tegelijkertijd moeten zij zich concentreren op het verdedigen van het NAVO-gebied en kijken ze vooral naar iets dat snel beschikbaar komt, en pas daarna naar iets dat we zelf gaan ontwikkelen. Ik denk dat ze blij zullen zijn met een parallel traject.”

Sinds het failliet van Fokker in de jaren negentig is er in Nederland geen vliegtuig meer gebouwd. Bent u niet te ambitieus?

„Een groot vliegtuig is lang geleden, maar bij onbemande systemen hoeft het allemaal niet zo grootschalig te zijn. In Nederland hebben we nog steeds een maakindustrie, en we hebben ook ervaring met het ontwerpen van drones. Het is een kwestie van de juiste expertise aan elkaar knopen, ik zie daar eigenlijk geen grote uitdagingen.”

Geen grote uitdagingen zegt u? Wie gaat de straalmotor bouwen?

„Ik wil niet ingaan op de details, maar daar zijn partijen voor. Anders zoeken we een Europese partner.”

En wie ontwerpt het airframe?

„Het ontwerpen van vliegtuigen – hoe zien de vleugels eruit, wat zitten de de motoren – is de afgelopen jaren sterk geautomatiseerd, dus daar zit de uitdaging niet meer in. Het echte probleem zit in de vraag hoe zo’n autonoom systeem gaat samenwerken met andere vliegtuigen, in de software, en de toepassing van AI.”

In de VS zijn ze er nog niet uit wat ze willen: een simpel platform dat een beperkt aantal taken uitvoert, of een geavanceerd vliegtuig dat in de buurt komt van een F-35. Wat vindt u?

„Dat is een goede vraag. Stel, we willen 100 van die drones hebben, maar ze kosten 20 miljoen per stuk in de VS. Dat is voor ons niet heel erg betaalbaar. Maar als ze 4 miljoen kosten, is dat een heel ander verhaal. Daarom denk ik dat een Nederlands alternatief heel waardevol kan zijn. Uiteindelijk moeten we toe naar een mix van systemen: dure, geavanceerde én betaalbare.”

D66 is voor Europese samenwerking. Waarom stelt u een nationaal project voor?

„Als je toe wil naar productie van deze drone dan is de aansluiting van Europese partners heel belangrijk. Ik denk dat Nederland daarin een unieke positie heeft ten opzichte van de Amerikanen, die ons toch als voorlopers zien. Als wij de Europeanen meekrijgen, worden de Amerikanen vanzelf enthousiast om onze CCA te koppelen aan de systemen van de F-35.”

Hoeveel mag uw prototype kosten?

„We praten over tientallen miljoenen, niet over miljarden.”

Lees het hele artikel