Terra Promessa heet het hier – dit beloofde land is een kleine camping in Elkerzee op Schouwen-Duiveland. Al krijg je stellig het idee dat de geschiedenis zijn beloften aan het dorp heeft gebroken. In de twaalfde eeuw was hier een klooster, maar dat werd in 1572 door de Watergeuzen verwoest. De Hervormde Kerk uit 1741 raakte door het wassende water van 1953 onherstelbaar beschadigd. Waarna begin jaren zestig, dankzij gemeentelijke herindelers, Elkerzee werd verzwolgen door de nieuwe gemeente Middenschouwen. En of dat niet erg genoeg was, werd nota bene het naburige Scharendijke tot officiële ‘groeikern’ aangewezen.
Dus bestaat Elkerzee nog uit een handvol huizen en die camping. Terra Promessa begroet de bezoekers met een stevig boekenkastje, waarin onmiddellijk een uniek, bepaald beloofdelanderig boek de aandacht trekt. Het is de derde uitgave van de F.A.K.-Volksangbundel vir-Suid-Afrika, in mei 1940 uitgegeven door de firma’s De Bussy en Dusseau in Pretoria en Kaapstad. Van daaruit is het ruim 400 pagina’s dikke boek 12.000 kilometer noordwaarts naar de familie Wielemaker in Goes gereisd. Daar is de liedbundel is stukgelezen, of eigenlijk stukgezongen en vervolgens weer enigszins bijeengeplakt. Erin zit ook nog een handgeschreven vel met wat Zeeuwse huisvlijt lijkt: een liedje met regels als: „Het diner bestond uit gemberbier/ En daarna at men lekker wier”.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/22135828/220626BOE_2034643503_kast2.jpg)
De Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge (bestaat nog steeds, inclusief geluidsopnamen van liedjes op de website) maakte dit boek toen het Afrikaans nog een zekere belofte in zich droeg. Vijftien jaar eerder, in 1925, was het een officiële landstaal geworden. In de inleiding van de liedbundel staat: „Gelukkig het die volksiel wat in ’n moeisame proses groei, homself hoe langer hoe duideliker bewus geword.” De samenstellers spreken de hoop uit dat „die krag en geur van die Suiderland se bloed en bodem” in deze liedjes „tasbaar” worden.
Nu valt er veel te zeggen over wijze waarop het bloed-en-bodem-gevoel in de twintigste eeuw zoal „tastbaar” is gemaakt, maar laten we eerst het boek eens openslaan. Dan vinden we dadelijk liederen als ‘Vaandel, wapper fier en vry!’ waarin de „bloedgedrenkte grond” van „ons heerlik” vaderland wordt bezongen.
‘Kleuterklankies’
Elders gaat het er ontspannener aan toe, bijvoorbeeld in de afdeling ‘Kleuterklankies’ het oude volkswysie ‘Hansie slim, berg wil klim’ over de verkenningstocht van een jonge Afrikaanse ontdekkingsreiziger: „Hansie slim, berg wil klim/ en die wyde wereld in/ Stok en hoed pas hem goed/ hy is vol van moed/ Maar die moederhart voel seer/ Hans is in die huis nie meer/ Hoor nou net, moeder sug, hardloop gou t’rug” Aldus geschiedt en met een soentje wordt moeder weer op haar gemak gesteld. Meer moederliefde vinden we in ‘Klein Ondeug’, een lied waarin het kind al in de eerste regel die koppie stukkend op die vloer laat kletteren.
Lichtheid voert de boventoon; zie ook de afdelingen Vrolikheid en olikheid, alsmede de Piekniek-liedjies, waaronder ‘Oompie het vier stoute seuntjes’. Daar blijkt dan wel weer dat er bij deze picknick ook een tuchtiging in de lucht hangt, getuige de regels: „Meester se groot, sterk hand/ Daar komt hul tot verstand”. Zoals dat gaat in beloofde landen: ergens boven het gezang zwaait een gebalde vuist.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19103350/240626OPI_2034600752_Economist_Britain-is-not-yet-ready-to-rejoin-the-EU.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23122337/230626VER_2034429308_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23195118/230626BIN_2034704888_1.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19102045/220626WEE_2034363689_hermes2.jpg)



English (US) ·