Einde aan uitbuiting van arbeidsmigranten? Kabinet grijpt met uitzendverbod voor de vleessector in met een on-Nederlands middel voor de arbeidsmarkt

2 uren geleden 1

Een zwaardere maatregel dan een uitzendverbod kan het kabinet bijna niet treffen na jaren van misstanden in de vleessector. Na lang aarzelen in Den Haag voert minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) het ingrijpende uitzendverbod in voor medewerkers van slachthuizen en bij vleesverwerkingsbedrijven. Zij moeten direct in dienst komen bij de bedrijven in de vleessector en zo meer arbeidsrechtelijke bescherming genieten. Gaat dit verbod dan eindelijk een einde maken aan de uitbuiting van arbeidsmigranten in de vleessector?

De misstanden in de vleessector zijn al lang bekend. Uitzendkrachten worden geconfronteerd met onderbetaling, moeten doorwerken bij ziekte en verliezen bij ontslag hun woonruimte en raken dakloos. Uitzendbureaus in de sector ontslaan werknemers regelmatig ten onrechte ‘op staande voet’ om goedkoper uit te zijn

Deze misstanden hebben een structureel karakter, concludeert de Arbeidsinspectie in een vrijdag gepubliceerd onderzoek. Vleesbedrijven en hun uitzendbureaus passen hun bedrijfsvoering volgens de inspectie nauwelijks aan om de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden te verbeteren. Enkel toezicht en handhaving zijn daarom onvoldoende om de structurele problemen in de sector te doorbreken. 

Maart 2028 moet het voor bedrijven in de vleesindustrie verboden worden om uitzendkrachten in te zetten op de werkvloer, besloot Vijlbrief. De Tweede en Eerste Kamer moeten daar eerst mee instemmen. En het kabinet moet nog een consultatieronde houden onder de bedrijven en andere belanghebbenden. Het verbod zal gelden voor bedrijven die zich bezighouden met het slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Naar verwachting zal het verbod hiermee invloed hebben op zo’n vijfhonderd bedrijven in de sector. 

„Door één partij verantwoordelijk te maken voor het in de meest brede zin goed zorgen voor de arbeidskrachten, verwacht ik dat de misstanden significant zullen afnemen”, schrijft minister Vijlbrief in een brief aan de Tweede Kamer.

Branchevereniging Vlees NL zegt juridische stappen te overwegen. De Nederlandse overheid zou voedingsbedrijven hiermee „het land uit” dreigen te jagen. „Minister Vijlbrief maskeert met het inzetten van deze draconische maatregel het eigen onvermogen van de overheid om malafide praktijken gericht aan te pakken.” VleesNL vindt het uitzendverbod bovendien „discriminerend”. 

Vanaf 2027 moeten malafide uitzendbureaus immers sowieso van de markt worden geweerd. Een verplicht toelatingsstelsel voor alle bedrijven die personeel uitlenen moet misstanden omtrent arbeidsmigranten dan tegengaan. Bedrijven die bijvoorbeeld geen Verklaring Omtrent Gedrag kunnen laten zien, mogen geen personeel meer uitlenen. „Waarom is er dan ook nog een uitzendverbod nodig, specifiek voor één sector?”, zegt Cor de Koeijer, adjunct-directeur van brancheorganisatie voor uitzendbureaus NBBU. „Dat is eigenlijk een ondermijning van je eigen wetgeving.”

Omzeiling

Veranderingen doorvoeren op de arbeidsmarkt is taai. Als de overheid een vorm van flexwerk probeert in te perken, vinden bedrijven vaak een nieuwe vorm van flexwerk, bleek bij eerdere beoogde hervormingen. De kans is groot dat een dergelijke omzeiling nu ook in de vleesindustrie zal gebeuren. „Vleesbedrijven hebben flex nodig”, zegt De Koeijer. „Die bedrijven zullen andere constructies bedenken om flexwerk in te huren, maar dan niet via een uitzendbureau.”

In Duitsland geldt sinds 2021 een uitzendverbod in onder meer de vleessector. De positie van arbeidsmigranten is daarmee verbeterd. Zij zijn vaker in vaste dienst en hebben betere toegang tot sociale rechten. Salarissen worden beter uitbetaald. Arbeidsmigranten kunnen zich bovendien beter verdedigen tegen misstanden. Ze zijn vaker georganiseerd in ondernemingsraden en de vakbond komt makkelijker met hen in contact. 

Toch is ook met een uitzendverbod niet alles opgelost in de Duitse vleessector. Arbeidsmigranten hebben nog steeds te maken met arbeidsonzekerheid. Hoewel uitzendwerk verboden is, zijn tijdelijke contracten nog altijd toegestaan. „Ook in Duitsland zie je dat er hierdoor soms nog sprake is van een hoge doorloop van medewerkers”, zegt Lisa Berntsen. Bij Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging De Burcht doet ze onder meer internationaal vergelijkend onderzoek naar arbeidsomstandigheden in de vleesindustrie. 

Ook de arbeidsomstandigheden zijn in Duitsland niet direct veranderd. „Fysiek blijft werken in bijvoorbeeld een slachthuis heel zwaar”, zegt Berntsen. „Mensen moeten lange dagen in een koude ruimte staan onder hoge werkdruk. Dat het werk op langere termijn nadelige gezondheidseffecten heeft, verandert niet.”

De oorzaak van de problemen in de vleessector ligt niet alleen bij het type contract, denkt Jurriën Koops, directeur van ABU, de grootste branchevereniging voor uitzendbureaus. „Een vast contract zorgt niet meteen voor betere huisvesting. En als medewerkers op de werkvloer bedreigd worden met fysiek geweld, verdwijnt dat ook niet met een vast contract. Het zou meer moeten gaan over goed werkgeverschap van de inlener en het uitzendbureau.”

Lage lonen

De kwetsbaarheid van medewerkers is inherent aan de manier waarop de vleessector functioneert, zegt onderzoeker Berntsen. „De vleessector draait sterk op lage lonen.” Bedrijven sturen sterk op het zo laag mogelijk houden van de kosten. „Door mensen niet te geven waar ze recht op hebben, zoals hun loon of het afgesproken aantal uren, kun je als bedrijf kosten besparen. Dat zorgt voor structurele risico’s voor de mensen die in die sector werken. Het werkt uitbuiting in de hand.” Dit geldt volgens Berntsen voor vleesbedrijven wereldwijd. „Het uitzendverbod is een eerste stap in het erkennen dat de risico’s voor medewerkers in deze sector geen uitzondering zijn.”

In landen waar uitzendwerk nooit een grote rol heeft gekregen in de vleessector, worden volgens Berntsen bovendien minder misstanden gesignaleerd. Bijvoorbeeld in Oostenrijk en Denemarken. „Daar werken arbeidsmigranten vaker in vaste dienst bij het bedrijf, en in Denemarken zijn ze ook vaker lid van de vakbond”, zegt ze. „Zij zijn beter beschermd dan de arbeidsmigranten in landen waar flexwerk een grotere rol heeft op de arbeidsmarkt, zoals Nederland.”

De Nederlandse vleesindustrie beweerde vaak dat de prijs van vlees fors zal stijgen door het uitzendverbod. De loonkosten voor die bedrijven zullen toenemen, en die prijsstijgingen zal de sector moeten doorrekenen aan de klant in de supermarkt. Maar de prijsverhogingen van vlees waren in Duitsland na ingang van het verbod niet aanzienlijk hoger dan voor andere producten in deze periode van hoge inflatie. 

In een onderzoek in opdracht van het ministerie benoemt Stichting Economisch Onderzoek die gevolgen ook, maar stellen de economen van dit bureau dat de totale economische effecten van het uitzendverbod relatief beperkt zullen zijn en de krimp van de vleessector hooguit enkele procenten zal bedragen. Volgens het bureau werken er 37.000 mensen bij vleesverwerkende bedrijven, waarvan 37 procent uitzendkracht is. Daarvan werken er 15.000 bij slachterijen, maar daar is het aandeel uitzendkrachten met 65 procent veel hoger. 

De vleessector was een soort ultieme test voor het kabinet, vindt vakbond FNV. „Als je bij dusdanig veel problemen niet ingrijpt, wanneer dan wel?”, zegt een woordvoerder. „Dit is een belangrijke stap, ook als onderdeel van het vraagstuk hoe we als land afkomen van onze verslaving aan goedkope arbeid.” FNV vindt dat het uitzendverbod uitgebreid zou moeten worden naar andere sectoren die structureel gebruikmaken van flexibele arbeid, zoals de glastuinbouw. 

Kentering

Het ingrijpen in de vleessector met dit uitzendverbod wordt als een flinke kentering gezien in het Nederlandse beleid van flexibilisering van de arbeidsmarkt. Nederland geldt als het land waar uitzendwerk is uitgevonden door Frits Goldschmeding, die op basis van zijn afstudeerscriptie uitzendbedrijf Randstad oprichtte en tot een van de grootste uitzenders van de wereld uitbouwde. De flexibiliteit die werkgevers verwierven door de mogelijkheid om uitzendkrachten op grote schaal in te huren, werd lang gezien als een motor voor efficiëntie en concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven. 

Uitwassen zoals met arbeidsmigranten in de vleessector werden conform het poldermodel in afspraken tussen werkgeversorganisaties en vakbonden bij voorkeur via zelfregulering bestreden. Bijvoorbeeld met vergunningplichten, waar de uitzendsector zelf op toeziet. Met deze maatregel zegt het kabinet zijn vertrouwen in de werkgevers in de vleessector feitelijk op. 

„Dit is een betekenisvolle stap”, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg. „De houding ten aanzien van uitzendwerk is de laatste jaren al kritischer geworden en in plannen voor wetgeving zit het idee dat uitzendwerk alleen maar gebruikt zou moeten worden voor momenten van piekdrukte of hoog ziekteverzuim bij bedrijven. Een algeheel verbod voor één sector is wel een sterke verscherping van die tendens. Het is niet echt Nederlands om zo fors in de arbeidsmarkt in te grijpen.”

In de reacties van werkgeversorganisaties klinkt ook een lichte vrees door dat het kabinet met dit verbod een precedent schept. 

VNO-NCW en MKB-Nederland keren zich tegen een algeheel sectorverbod en pleiten in hun reactie dat de groep bedrijven die getroffen wordt door het verbod serieus kleiner gemaakt zal worden. Ze schrijven dat anders „goedwillende ondernemers dan de dupe zijn van ondernemers die zich schuldig maken aan misstanden”. De echte oplossing zit volgens VNO-NCW en MKB-Nederland in „goede handhaving: gericht en hard ingrijpen”.

Het uitzendverbod is „disproportioneel”, zegt De Koeijer van NBBU. Het is volgens hem een „bot instrument waarmee je ook bonafide ondernemers straft”. Andere sectoren mogen bovendien wél blijven werken met uitzendkrachten. „Terwijl nu één sector, inclusief de bedrijven die het goed doen, wordt uitgesloten van een flexibel instrument dat op de rest van de arbeidsmarkt gewoon beschikbaar is.”

Misstanden met arbeidsmigranten beperken zich niet alleen tot de vleessector. Vanuit vakbonden en organisaties die opkomen voor de belangen van arbeidsmigranten kan als het verbod in de vleessector de positie van arbeidsmigranten verbetert, de roep om uitzendverboden in meer sectoren groter worden. Met deze eerste stap heeft het kabinet daarvoor de deur opengezet en in ieder geval de druk op die andere sectoren opgevoerd.  

Lees ook

Uitzendbureaus ontslaan arbeidsmigranten onterecht om miljoenen te besparen, zegt de Arbeidsinspectie

Lees het hele artikel