Europeanen aten duizenden jaren geleden al zelden insecten

1 dag geleden 3

Europeanen hebben in de afgelopen 30.000 jaar zelden insecten gegeten. Ook dragen Europese populaties al duizenden jaren genetische variaties bij zich die ertoe leiden dat ze minder goed zijn in het verteren van exoskeletten.

Voor Europese Homo sapiens zijn insecten al 30.000 jaar geen belangrijk onderdeel van hun dieet, terwijl dat voor mensen die in de tropen leefden en voor neanderthalers wel het geval is geweest. Dat ontdekten onderzoekers van het Spaanse instituut voor evolutionaire biologie door het tandsteen van mensen te analyseren, afkomstig uit eerder opgegraven skeletten, mummies en bewaarde gebitten in musea.

Ook ontdekten de biologen dat deze Europese populaties al duizenden jaren genetische varianten met zich meedragen die in verband staan met een slechtere vertering van chitine: het stofje dat de exoskeletten van insecten zo stevig maakt. Als wij Europeanen dus ooit wél insecten willen toevoegen aan ons dieet, moeten we de beesten verwerken tot meel, of exemplaren met minder chitine uitkiezen.

 een nieuwe menselijke stamboom

LEES OOK

De beste ideeën van de 21e eeuw: een nieuwe menselijke stamboom

Het eerste kwart van deze eeuw zit erop. Sinds de eeuwwisseling zijn we dankzij de wetenschap veel te weten gekomen over onszelf, het heelal en onze p ...

Tandsteenarchief

De voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties raadde een aantal jaar geleden insecten aan als alternatieve voedselbron. Maar liefst 1.611 insectensoorten zijn namelijk eetbaar, eiwitrijk en in overvloed aanwezig. Maar Europeanen lijken zich weinig aan te trekken van dit voorstel, terwijl honderden miljoenen mensen uit andere delen van de wereld niet vies zijn van een beetje insectenconsumptie.

Om de historische ontwikkeling van de Europese tegenzin in kaart te brengen, wilden de Spaanse onderzoekers achterhalen of insecten ooit bij onze voorouders op het menu hebben gestaan. Hiervoor zochten ze naar DNA-sporen van insecten in de gebitten van 745 Homo sapiens uit Europa en Noord-Amerika. De gebitten waren tussen de 29.500 en 100 jaar oud. De biologen vergeleken de sporen met die uit de gebitten van 18 neanderthalers en 96 mensapen, waarvan bekend is dat een aantal soorten graag insecten eten.

Het tandsteen – ofwel verkalkt tandplak – van moderne mensen bevatte aanzienlijk minder insectensporen dan het tandsteen van neanderthalers en mensapen. Hooguit kwamen er bij de moderne mensen sporen voor die wijzen op de onbedoelde besmetting van drinkwater of graan. Dus als deze mensen al insecten binnenkregen, dan was het waarschijnlijk per ongeluk. Ook kan het tandsteen soms na het overlijden DNA-sporen hebben opgelopen.

‘Deze studie laat mooi zien hoe interessant zulke tandsteenanalyses kunnen zijn voor het in kaart brengen van de menselijke geschiedenis’, zegt evolutiegeneticus Maarten Larmuseau van de Katholieke Universiteit Leuven, die niet bij het onderzoek betrokken was. ‘Tandsteen is een geheim archief, waar je na duizenden jaren nog een heleboel verrassende informatie uit kunt halen.’

‘Tegelijkertijd toont het onderzoek dat je zulke DNA-sporen heel voorzichtig moet interpreteren’, waarschuwt Larmuseau. Wat er in de loop der jaren in zo’n tandsteenarchief belandt, is namelijk niet per definitie opgegeten.

Insectenvertering

De Spaanse biologen vroegen zich af of het grote verschil in insectenconsumptie iets te maken had met spijsverteringsverschillen. We weten namelijk dat mensen uit tropische gebieden over genen beschikken die een goedwerkende variant van het enzym chitinase tot uiting brengen. Dit enzym kan chitine uit de exoskeletten van insecten afbreken in de maag. Veel Europese en Noord-Aziatische bevolkingen hebben tegenwoordig een verminderde uiting van chitinase en kunnen daardoor slechter chitine verteren.

Om deze vraag te beantwoorden, gebruikten de biologen een openbare DNA-database met de volledige genetische codes van duizenden mensen wereldwijd, die teruggaat tot zo’n 9.000 jaar geleden. Ze analyseerden genen die het ‘recept’ bevatten voor de aanmaak van chitinase, afkomstig uit moderne genomen uit 26 verschillende populaties in de wereld en van oeroude genomen uit Eurazië.

Uit de analyse bleek dat Europeanen al minstens 9.000 jaar genvarianten hebben die samenhangen met een verminderde chitinevertering. Dat wijst erop dat het vermogen om insecten te verteren niet broodnodig was om te overleven, anders was het wel door de evolutie in stand gehouden. Maar zekerheid over wat er nou eerst kwam – het veranderde gen of het stoppen met insecten eten – is er niet.

Cultureel bepaald

Kijk je naar het verschil tussen Europese insecten en die uit een tropisch regenwoud, dan is de lagere insectenconsumptie door Europeanen ook niet zo gek. In de tropen komen veel meer soorten insecten voor, die ook nog eens een stuk groter zijn. De tropische insecten vormen dus een stabielere en calorierijkere voedselbron dan de magere beestjes die in Europa rondtrippelen. Dat kan in het verleden hebben bijgedragen aan de instandhouding van de tropische enzymvariant.

Maar Larmuseau benadrukt dat je onze huidige afkeer voor het eten van insecten niet zomaar genetisch kunt verklaren. ‘Wat mensen eten is in de eerste plaats cultureel bepaald: onze voorouders aten bijvoorbeeld ook geen spaghetti.’ Het argument van genetische evolutie geldt vooral op langere termijn. ‘Pas als een populatie vaak en in hele grote hoeveelheden insecten eet, kan een betere chitinevertering die groep een overlevingsvoordeel opleveren’, zegt hij.

Lees het hele artikel