Hoewel in Nederland jaarlijks tientallen vrouwen door een (ex-)partner of familielid om het leven worden gebracht, benoemen rechters in hun veroordelingen zelden dat sprake is van femicide. In de periode 2022 tot en met 2024 werd in slechts vijf uitspraken gesteld dat sprake was van femicide. Dat blijkt uit dinsdag gepresenteerd onderzoek van Maastricht University in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Door de toegenomen maatschappelijke onvrede over de gebrekkige bescherming van bedreigde vrouwen, belandde de aanpak van femicide afgelopen jaren hoog op de politieke agenda. Zo presenteerde het kabinet in 2024 de aanpak Stop Femicide! met onder meer als doel dat politie, justitie en Veilig Thuis eerder ingrijpen bij huiselijk geweld om escalatie te voorkomen. Ook beloofde Franc Weerwind, de minister voor Rechtsbescherming (D66), de Tweede Kamer om de Nederlandse rechtspraktijk door te lichten en de jurisprudentie rond femicide in kaart te laten brengen.
Voor dat onderzoek bestudeerde Maastricht University 282 strafzaken, waarin verdachten werden vervolgd voor doodslag en (poging tot) moord op een vrouw of meisje. Om van femicide te kunnen spreken moest daarbij tevens eerwraak, huiselijk geweld, seksueel geweld of een ander genderspecifiek kenmerk een rol spelen. Ook werden 22 rechters, officieren van justitie en andere betrokkenen uit de strafrechtketen geïnterviewd en werd wetgeving uit andere landen bestudeerd.
Lees ook
Femicide in Nederland: voor deze vrouwen bleek hun relatie een doodvonnis
In België en Spanje strafverzwarend
In Nederland worden jaarlijks gemiddeld 43 vrouwen en meisjes gedood, van wie ruim 70 procent door een (ex-)partner of familielid. In Nederland is femicide geen strafrechtelijk begrip en – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Italië – niet afzonderlijk strafbaar gesteld. Ook geldt het, anders dan in landen als België en Spanje, niet expliciet als strafverzwarende grond bij moord en doodslag. Dit verklaart mede waarom rechters in hun uitspraken zo zelden femicide benoemen en in plaats daarvan bijvoorbeeld de familie- of partnerrelatie tot het slachtoffer beschrijven.
De onderzoekers nemen geen standpunt in over of Nederland deze andere landen zou moeten volgen. Wel wijzen ze op de noodzaak van een heldere juridische definitie van femicide zodat een gedeeld beeld van het fenomeen kan ontstaan. Rechters en officieren van justitie herkennen en waarderen femicide nu namelijk verschillend. „Dit kan leiden tot verschillen in de behandeling van ‘femicidezaken’ in de strafrechtspraktijk en, bijgevolg, rechtsongelijkheid”, waarschuwen de onderzoekers.
De onderzoekers pleiten tevens voor meer specialisatie bij rechters die zaken rond huiselijk geweld en femicide behandelen
Zulke uiteenlopende behandelingen zien de onderzoekers ook in de wijze waarop rechters huiselijk geweld uit het verleden meewegen in femicidezaken. Ze roepen de rechtspraak op tot „een gedeelde opvatting” hierover te komen.
De onderzoekers pleiten tevens voor meer specialisatie bij rechters die zaken rond huiselijk geweld en femicide behandelen. En ze roepen de rechtspraak op femicidezaken consequent als zodanig te benoemen in uitspraken. „Dit kan bijdragen aan grotere zichtbaarheid van het fenomeen en aan maatschappelijke bewustwording.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12130721/120526BIN_2033675923_femicide1.jpg)
Een ondertekend manifest tegen geweld tegen vrouwen. Het manifest roept op om in het nieuwe regeerakkoord een nationaal actieplan op te nemen.
Foto REMKO DE WAAL / ANP

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/12130028/120526VER_2033686126_vergoeding.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/11161759/110526CUL_2033369762_1.jpg)






English (US) ·