Florian Myjer speelt een acteur die zijn eigen grenzen overschrijdt én de regisseur die hem daartoe dwingt

1 uur geleden 1

Hamlet gaat natuurlijk ook over theater. Over hoe theater licht kan schijnen op de waarheid, hoe confronterend dat voor sommige mensen ook kan zijn”, legt Florian Myjer, hoofdpersonage in The Actor, uit aan een interviewer. Onder leiding van een omstreden sterregisseur werkt een acteur – die niet toevallig dezelfde naam draagt als de acteur die hem vertolkt – aan zijn Hamlet-rol. Dit gegeven, hoe theater de waarheid in het licht kan trekken, is een van de hoofdthema’s van deze eerste voorstelling die Myjer maakte onder de vlag van zijn eigen gezelschap Oh Deer.

In The Actor staat de machtsverhouding centraal tussen Myjer (het personage) en zijn regisseur, Frans Schäfer, die wat minder gelijkwaardig blijkt te zijn dan Myjer zichzelf wil doen geloven. Dat Myjer zelf alle rollen speelt is inhoudelijk een sterke keuze. Hij trekt daarmee, binnen deze theatrale constructie, de macht over dit verhaal naar zich toe.

Vertolkt dus door Myjer, zien we hoe Schäfer – die een amalgaam van werkelijke personen heet te zijn – er een stuitend gebrek aan zorgzaamheid op na blijkt te houden. Dankbaar maakt de regisseur gebruik van het verwrongen zelfbeeld van zijn jonge speler, opdat die op de vloer zonder morren zijn eigen grenzen overschrijdt. Martelscènes, naaktscènes zonder consent, spelaanwijzingen waarbij de acteur geacht wordt zijn eigen ouders in de strijd te gooien: Schäfer smult ervan, zoveel rauwe kwetsbaarheid en intimiteit – zoveel échtheid – op het toneel.

Myjer, die na een naaktscène schuchter aangeeft zich er ‘eigenlijk niet goed van’ te voelen, wordt in zijn ongemak straal genegeerd: hij heeft toch een prachtig lichaam? Voorzichtige aanmerkingen op Schäfers onverbiddelijke regiestijl worden schaamteloos omgedraaid: hoe durft Myjer Schäfer zo te krenken? Stukje bij beetje zie je bij de acteur het besef indalen hoe er, achter wat hij voor een bevlogen werkrelatie hield, een manipulatieve en emotioneel gewelddadige machtsdynamiek schuilgaat.

Kan kwetsuur ook té onverteerd zijn?

Soms is een waarheid zozeer met onverteerde pijn bezwaard, dat die zich enkel via de omweg van de fictie laat onthullen, toont Hamlet, en lijkt Myjers intentie met The Actor. De voorstelling deed mij echter ook afvragen: kan kwetsuur ook té onverteerd zijn om er theater van te maken?

Dialogen tussen Schäfer en Myjer komen weliswaar authentiek over, maar doen in hun letterlijkheid vaak wat onmachtig aan. „Jouw ego is altijd leidend in alles”, zegt Myjer tegen Schäfer. „Jij kan of wil je niet inleven in andere mensen. Ik vind het fucked up dat die bare minimum van empathie er zelfs niet is. En dat je het altijd zo draait dat jij het slachtoffer bent.”

Hoezeer je deze acteur de moed ook gunt om een dergelijke expliciete confrontatie aan te gaan, als theaterpubliek voel je je bij zo’n ondertiteling wat onderschat. Ook de verschillende dwarsverbanden die de voorstelling legt tussen Shakespeares klassieker en Myjers bewustwordingsproces doen wat oppervlakkig aan.

Er is één scène die wel doel treft. Nadat Myjer, zoals het een Hamlet betaamt, op de rand van een pier gedubd heeft over ‘zijn’ en ‘niet-zijn’, heeft hij een beeldschoon inzicht over wat dat eigenlijk voor hem behelst, ‘te zijn’: een roadtrip, met zijn prille geliefde. Onderweg een podcast luisteren. Bij aankomst, op een terras, een koud, Duits biertje. Meer niet. Geen bulderend ego dat krenkt of uit zelfverachting smeekt om krenking. Geen angstvallig gekoesterde pijn, ten bate van ‘de kunst’. Gewoon: samen op pad, een onbekend stukje land ontdekken. En morgen weer.

Lees het hele artikel