Dichter en schrijver Maarten van de Graaff ontvangt voor zijn oeuvre de Frans Kellendonkprijs 2026. Dat heeft de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde maandag bekendgemaakt. De literaire prijs beloont iedere drie jaar het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die, schrijver Frans Kellendonk (1951-1990) indachtig, „een onafhankelijke en originele kijk op maatschappelijke of existentiële problematiek” heeft. Eerdere winnaars zijn onder meer Joost de Vries, Hanna Bervoets, Maxim Februari en Dirk van Weelden.
Van der Graaff (Dirksland, 1987) werd bij het verschijnen van zijn bundel Nederland in stukken in 2020 door NRC „een van de meest toonaangevende jonge dichters” genoemd. Hij debuteerde met met Vluchtautogedichten, waarvoor hij in 2014 de C. Buddingh’-prijs kreeg. Voor zijn tweede bundel, Dood werk (2015), ontving Van der Graaff de J.C. Bloem-poëzieprijs. Daarna verschenen onder meer de romans Wormen en engelen (2017) en Onder asfalt (2023). Over zijn meest recente werk, Huishoudboekje van de verborgen dingen (2025) schreef deze krant in een recensie dat Van der Graaff aantoont dat Tata Steel en „zelfs” toenmalig premier Dick Schoof onderwerp van poëzie kunnen zijn. Dreiging voert de boventoon in de bundel, waarbij Nederland symbool staat voor „de scheefgroei van machtsverhoudingen op wereldniveau”.
In de manier waarop Van der Graaff literair experiment gebruikt voor „een verkenning van maatschappelijke thema’s”, valt volgens de jury van de Frans Kellendonkprijs de erfenis van Kellendonk te bespeuren. In het geval van Van der Graaff gaat het om de politieke vraag „hoe gemeenschap mogelijk is onder de hedendaagse neoliberale bestaanscondities”, schrijft de jury in haar rapport. „In zijn proza blinkt Van der Graaff uit in puntige zinnen die als impressionistische verftoetsen hele werelden tot leven brengen”, stelt de jury verder. „Het oeuvre van Van der Graaff is verwelkomend, uitnodigend, misschien zelfs radicaal gastvrij; een feest voor lezers om in te verblijven.”
De prijs wordt op 10 oktober uitgereikt in Leiden. De jury haalt in haar rapport onderstaande passage van een gedicht uit Dood werk aan, waarin Van der Graaff beschrijft hoe een iemand met een kapstok door Utrecht wandelt. Daarin herkent de jury het beroep van dichter – dat „kennelijk geen écht nut of effect heeft”. „Maar juist in die doodsheid schuilt ook kracht. Poëzie is in dit gedicht namelijk ook een radicaal gastvrije plaats. Kunnen we middels poëzie een waarlijk gastvrije gemeenschap vormen?
Met een kapstok loop ik op straat.
Dit is het werk dat ik vandaag verricht.
In de zon, over straat, met een kapstok lopen
is goed werk.
Omdat de mensen gelukkig worden
en opmerkingen maken over mijn kapstok
is het goed dat ik dit werk doe.
Aan het eind van de Lange Nieuwstraat
voel ik hoe warm het hout is geworden.
Lees ook
Laten zien dat Tata Steel en zelfs Dick Schoof onderwerp van poëzie kunnen zijn


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15185151/150626CUL_2034486968_ombreWEB.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15200854/150626VER_2034492947_SpanjeKaapverdie02.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15154558/150626SPO_2034483322_giovanni.jpg)

/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13052934/ANP-560870624.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13070039/ANP-560870009.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13092208/FILES-FRANCE-US-TECH-INVESTMENTS-AI_74940136.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/13100120/Brandweer-zoekt-nog-naar-slachtoffers-na-explosie-in-Amsterdam_75211469.jpg)

English (US) ·