Gezamenlijke huishouding? De mantelzorger had een ander adres

1 uur geleden 1

De zaak

Een vrouw ontving sinds 2005 een AOW-alleenstaandenpensioen. In 2023 kreeg de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een tip: de vrouw zou al vijftien jaar samenwonen. De SVB ging onaangekondigd bij haar op bezoek. Een man deed open. Hij verklaarde dat hij mantelzorger was, ze zouden net naar een ziekenhuisafspraak gaan. Er kwam een afspraak voor een volgend bezoek.

Tijdens dat tweede bezoek vertelden de twee dat de man sinds 2019 alle dagen en nachten bij de vrouw verbleef als mantelzorger. Hij deed huishoudelijk werk en klusjes in en rond het huis van de vrouw, maar droeg niet financieel bij aan haar huishouden, al kreeg ze wel eens geld van hem als een wasmachine of stofzuiger kapot was. Ze presenteerden zich naar buiten als vriend en vriendin.

Althans, zo stond het in het gespreksverslag. De twee ondertekenden dat verslag zonder het eerst te lezen en zagen naderhand onjuistheden. De vrouw stuurde dagboekfragmenten om aan te tonen dat de man niet bij haar woonde, maar de SVB leidde daaruit af dat ze in 2021 gezondheidsproblemen kreeg en er vanaf toen sprake was van een gemeenschappelijke huishouding.

De AOW-uitkering werd verlaagd tot die voor samenwonenden, met terugwerkende kracht tot 2021. Dat is een terugval van 70 naar 50 procent van het minimumloon. De vrouw moest over het verleden bijna 11.000 euro terugbetalen.

In beroep bij de rechtbank Gelderland voerde de vrouw aan dat het verslag niet klopte. De man had zijn hoofdverblijf op zijn eigen adres. Hij was per week drie dagen en nachten bij haar, uitsluitend voor mantelzorg. De andere dagen hielpen haar dochter en schoondochter. Structurele huishoudelijke taken zoals schoonmaken, koken en wassen deed de man niet. Van wederkerige zorg of economische verstrengeling was volgens de vrouw geen sprake.

De uitspraak: de vrouw krijgt gelijk

De rechtbank onderzoekt of sprake is van een ‘gezamenlijke huishouding’. Dat is het geval als twee mensen een gezamenlijk hoofdverblijf hebben én allebei bijdragen aan het huishouden door kosten te delen of voor elkaar te zorgen.

Je hoofdverblijf is niet per se waar je staat ingeschreven, maar waar het zwaartepunt van je persoonlijk leven ligt. En dat hangt weer af van de concrete feiten en omstandigheden. Daar moet de SVB zorgvuldig onderzoek naar doen.

In dit geval baseerde de SVB zich met name op de afgelegde verklaringen, het waterverbruik bij de vrouw, haar dagboek en Facebookgegevens. Maar de rechtbank merkte op dat het waterverbruik lager lag dan het Nibud-gemiddelde voor een eenpersoonshuishouden. En de SVB-medewerkers hadden bij hun bezoek een checklist afgewerkt, maar niet doorgevraagd op de antwoorden van de vrouw en de man. Ook hadden ze niet gekeken naar de aanwezigheid van spullen van de man zoals kleding, verzorgingsproducten, administratie en verzorgingsspullen voor zijn hond. Daarnaast hadden ze het adres van de man en zijn buurt kunnen onderzoeken.

De rechtbank vindt het besluit onvoldoende gemotiveerd en vernietigt het. De vrouw heeft doorlopend recht gehad op een alleenstaandenpensioen en hoeft niets terug te betalen.

Het commentaar

Caroline Forder, bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat socialezekerheidsrecht, vindt dit een geweldige beslissing: „Er is steeds meer behoefte aan mantelzorg en uit onderzoek blijkt dat de maatschappij daar nog niet klaar voor is. Deze uitspraak helpt mensen met een AOW-uitkering om scherp te krijgen wanneer mantelzorg consequenties heeft. Dat is maatschappelijk van groot belang.”

Forder, die niet bij deze zaak is betrokken, vindt het goed hoe de rechtbank die afbakening vormgeeft. „De SVB neemt een voor de vrouw belastende beslissing, daarom ligt de bewijslast bij de SVB. Die moet aantonen dat de mantelzorger zijn hoofdverblijf heeft op het adres van de vrouw én economisch of anderszins deelneemt aan haar huishouding. Het ging hier al mis op het eerste criterium, het hoofdverblijf. Voor de hand liggende mogelijkheden om dit te onderzoeken waren niet benut. Je zou verwachten dat de SVB op beide adressen zou gaan kijken: waar ligt de administratie van de mantelzorger, zijn reservekleding, waar verblijft zijn hond meestal?”

De vrouw had ook uitgelegd dat economische handelingen die de man deed gericht waren op de mantelzorg. Hij gebruikte bijvoorbeeld regelmatig haar pinpas, maar alleen om zaken voor haar te regelen. Forder: „Dat is ook voorstelbaar bij een 86-jarige. Ze hadden geen gezamenlijke rekening, betaalden niet samen de boodschappen. Dat zijn belangrijke aspecten.”

Wat je bijvoorbeeld op Facebook zet over je onderlinge relatie, is volgens Forder minder van belang. „Het gaat niet om wat er in je hoofd speelt, om je intenties, maar om de feitelijke situatie. Want het gaat hier over een uitkering, over geld: we hebben het met zijn allen redelijk gevonden en in de wet vastgelegd dat mensen minder AOW ontvangen als ze een gezamenlijke huishouding hebben.”

Overigens is zo’n onderzoek naar de feitelijke situatie niet altijd nodig. Forder: „In sommige situaties is volgens de wet altíj́d sprake van een gezamenlijke huishouding, namelijk bij een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract. In de andere gevallen is het verstandig goed op te letten en bij twijfel de SVB te raadplegen.”

De SVB kan nog in hoger beroep.

Uitspraak: Rechtbank Gelderland 28 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:293

Lees het hele artikel