Ik ben Johan en ik ben hartstikke werkloos. Zo dat is gezegd. En dit wordt wellicht het meest ongemakkelijke stuk dat ik ooit met u deel. Hoe kon dit in vredesnaam gebeuren, ik, werkloos. Dat is niets voor mij. Sinds een half jaar zit ik in de bijstand. Ik schaam me.
Om te beginnen over geld: ik ben trots dat ik elke maand mijn huur nog betaal, maar dit gaat ten koste van drankjes in de stad. Zoals Freddy Heineken zei: „Ik verkoop geen bier, maar gezelligheid.” Weinig gezelligheid de laatste tijd. Ik ga nog weleens Ajax kijken in een buurtcafé en als de serveerster dan na vijf minuten vraagt of ik nog een biertje wil, zeg ik lollig: „Nee, zoveel geld heb ik niet!” Ik glimlach en daarna vraag ik om een glas water. Laatst vroeg iemand in het café of ik wat van hem wilde drinken. Ik twijfelde en zei: „Hartstikke gezellig, maar ik kan niet echt trakteren, dus dan weet je dat.” De tandjes ongemakkelijk.
Ik wandel door de wijk – is gratis! – en dan kom ik langs terrassen. Ik zag een man een monchoutaartje eten en checkte stiekem op de kaart wat dat kost: 7 euro en een beetje. Daar eet ik drie dagen van. Ik word er steeds beter in. Boodschappen houd ik rond de 160 euro per maand. Ik zet dat geld op een aparte rekening waar niet plots de energierekening vanaf gaat. Overzicht, snap je. Ik merkte gisteren toen ik over de gracht ging dat ik wat gebogen liep. Ik had net drie mails verstuurd naar mijn netwerk, hup, hup, en door – maar een lange tijd in een niet succesvol verhaal zitten doet wat met je. Ik liep, gebogen, en ik keek naar de grond, naar de natte straat. Hoog, Sammy, kijk omhoog, Sammy.
Dat niets kunnen betalen, dat past zo niet bij mij. Het past niet bij wie ik denk te zijn, wie ik altijd dacht te zijn. Iemand die dingen kan, iemand met charisma, scherp. Iemand die eens kan trakteren op sushi, „nee, nee, niks daarvan, weg met die pinpas, opgesodemieterd, ik betaal alles!” Iemand met een abonnement op een krant. Iemand die leuke vrouwen mee uit kan nemen, er moet gedatet worden, want naast hartstikke werkloos ben ik ook best wel single.
Afgelopen zomer zat ik op een terras. En ik kwam daar een vage bekende tegen, een vrouw. Een leuke vrouw. Ze was weer single en ik hoorde dat glimlachend aan. „Zit je nu te lachen omdat ik weer single ben?” vroeg ze. In plaats van te blijven kletsen, te blijven zitten op die stoel met die vrouw op het terras in het park, ging ik naar huis. Ik zei: „Ik heb nog zoveel te doen, sorry”, maar wat er echt was, was dat ik niet ook voor haar drankjes kon dokken. Gênant, want een echte man heeft geld. Ik wilde bijna zeggen: „Date niet met mij, ik ben een doorzetter, maar vooral een loser en heel arm.”
Ik ging en heb haar nooit meer gesproken.
600 mails
Hoe ben ik in deze situatie beland? De afgelopen jaren heb ik mezelf in de markt gezet als creatief tekstschrijver. Copywriter. Ik heb er bij de markt op gehamerd dat een tekst ook leuk en menselijk en met een beetje humor kan, zelfs als die zakelijk is. Dat was mijn invalshoek. Een vrolijke invalshoek, al zeg ik het zelf. Ik heb klanten verzameld, zeker wel, maar dus, uiteindelijk, te weinig.
Ik bewoog hemel en aarde om het te laten lukken. Ik zag om me heen voorbeelden van mensen met flink wat omzet. Toen het toch tegenviel, gooide ik nogmaals alles in de strijd. In januari stuurde ik briesend 600 mails via de DM van LinkedIn. 600 dus. Hadden dat er 700 moeten zijn? Hoe dan ook: het resultaat was één opdracht. I kid you not.
Zelfs na honderden berichten te hebben verstuurd, was het te weinig en vroeg ik een ondernemersuitkering aan. Die kreeg ik. Mijn dagen vul ik met fanatiek zoeken naar klussen of een baan, een dagdeel ben ik er zoet mee, daarnaast schrijf ik aan een boek. Ook is het Amsterdamse bos dichtbij.
Tijdens de rondjes door het bos belde ik met vrienden en ook met andere zzp’ers. Ik merkte dat ik me vaak ging zitten verdedigen voor de ontstane situatie. „Het loopt niet, maar ik doe ziek hard mijn best.” Ik was bang voor kritiek. En misschien is dat gewoon wat je doet als iets door je handen glipt, terwijl je het prima dacht te kunnen regelen.
Ik sprak een nicht. Zij ging de laatste maanden door een scheiding en heeft me wel acht keer uitgelegd hoe zij altijd heeft willen kiezen voor communicatie. Voor openheid. En ze was altijd mindful, want dat leerde ze anderen. In lichte paniek en plotseling weer met een sigaret in haar mond zei ze: „Maar ik heb echt alles gedaan! Alles! Hoe kan dit?!” Zij is psycholoog en haar man werkt als arts in een ziekenhuis.
Zouden dingen om allerlei redenen niet kunnen lukken, zelfs heel erg mis kunnen gaan, ook als je pro-actief en eloquent was?
Uitkeringstrekker
Blijkbaar. Ik ben een uitkeringstrekker, maar wel eentje met een verrassend leuke kledingsmaak. Hoera. En ik hou van Beethoven en Mozart en Bruch en ook van Radiohead. En ik ben intelligent en fijngevoelig, emotioneel ook slim en al zeg ik het zelf: grappig. Ik kijk naar de VPRO!
Wat ik wil zeggen: ik ben totaal geen standaard uitkeringstrekker! Of bestaat die standaard uitkeringstrekker niet? Mijn beeld van een uitkeringstrekker: mensen die het lastig vinden om initiatief te nemen, misschien mensen die hooguit eens in de maand een rommelige sollicitatiebrief schrijven, omdat ze simpelweg niet weten hoe dat moet. Mensen die zenuwachtig raken als ze een bedrijf moeten bellen, geef ze de kost, mensen die Schultenbrau-bier drinken, sigaretje in de mondhoek, joggingbroek op halfzeven, de woning een zooitje. Ja, excuses dat ik hier wat grapjes zit te maken, ik snap dat ik generaliseer, ik heb alle tijd dus waarom niet, maar snapt u mijn punt? Ik zag een aflevering van Rutger en de uitkeringstrekkers en ik herkende me niet in de mensen die daarin vertelden over hun uitkering.
Maar één ding heb ik gemeen met die mensen. Ik krijg een uitkering. Wat zegt het over mij? Het zegt dat ik vooralsnog zoek naar iets dat past. Plan A was cabaretier worden, dat heb ik 26 jaar geprobeerd. Ik begon op mijn zestiende en een paar jaar geleden stopte ik met optreden. Toen ik na 26 jaar nog eens naar Arnhem ging voor een open podium voor twaalf man publiek en een presentator die me Stefan bleef noemen, hield ik heteindelijk voor gezien.
Tekstschrijver voor bedrijven was plan B. Ik jakker al jaren achter het op één na leukste meisje van de klas aan. Ik kom uit bij een vraag die ik, met uw permissie – kut vind: wat als zelfs plan B niet lukt? Moet ik dan iets gaan doen wat totaal niet past? Moet ik me laten omscholen tot iets dat ik niet zie zitten? Daar lig ik van wakker. Verdwijn ik ongezien in een baan waar ik de uren vooruit ga zitten kijken? Is dat dan mijn leven? Mag ik alsjeblieft nog even achter dat op één na leukste meisje van de klas aan gaan? De vele afwijzingen maken niet zozeer dat ik twijfel aan mijn talenten, maar ik zie wel dat ik vaak te vrij en te creatief ben voor bedrijven. Ik gebruik het woord ‘kut’ zo nu en dan en uw favoriete krant vind dat prima, maar IT-specialist Van Beek uit Soest niet.
Ik dacht: talent en hard werken is het recept voor succes, dan lukt het sowieso
De vraag die me steeds meer bezighield, die zich steeds meer aan mij opdrong in al dat geacquireer om nieuwe klanten binnen te halen – ik deed een webinar voor twintig mensen, van wie er drie kwamen opdagen en zo kan ik nog wel even doorgaan – is: is de wereld dan toch minder maakbaar dan ik altijd dacht?
De Britse schrijver Oliver Burkeman schrijft over de beperkte invloed die we hebben op hoe de dingen lopen in zijn boeken 4000 Weeks en Meditations for Mortals. Burkeman zegt dat we kajaks zijn in een wilde stroom, geen superjachten die alles onder controle hebben. Dikke kutzooi dat dat lijkt te kloppen.
Ik dacht: talent en hard werken is het recept voor succes, dan lukt het sowieso. Is dat dan niet zo?
Enorme winst
Niet lang geleden kwam ik een bekende tegen en vertelde wél eerlijk mijn verhaal. Hij zei: „Gast, wat klote, dan gaan we binnenkort uit eten. Ik betaal.” Geen oordeel, nul. Ook realiseer ik me dat mijn vrienden geen houtsnipper minder graag met mij omgaan. En we leven dus in een land waar je gelukkig mag falen, waar de dingen mis kunnen lopen en dat er dan een sociaal vangnet is. Dat hebben we toch goed met elkaar afgesproken. In het begin van de uitkering riep ik tegen iedereen die het wilde horen en die het niet wilde horen: „Ja, nou, wat ik maar denk, is dat die uitkering niet voor mij is bedacht!” Ik ben inmiddels gestopt met dat steeds maar weer zeggen, wat al enorme winst is.
Misschien is een heel klein beetje meer compassie met mijn geklooi, met ons falen niet gek. Een mens kan vallen, de wereld is een chaos, fouten worden gemaakt en doorzetten levert niet altijd iets op.
En toch geloof ik nog steeds in een wat beter leven met wat meer geld. Want ik kan wat, dat ben ik gelukkig nooit vergeten. En die vrouw? Die zal ik binnenkort eens bellen. Ik heb nog beltegoed.
De journalistieke principes van NRC


/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data141891416-59f194.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/01/09142326/090126DEN_2029601891_formatie2.jpg)

English (US) ·