Het gat in de ozonlaag verdwijnt, maar het gevaar is nog niet geweken

6 uren geleden 1

De schrik zat er meteen goed in, ruim een halve eeuw geleden. In een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature lieten Mario Molina en Sherwood Rowland in 1974 zien hoe chemische stoffen die massaal werden gebruikt als koelvloeistof en als drijfgas in spuitbussen met ozon reageerden. Ozon in de stratosfeer, op zo’n 25 kilometer boven het aardoppervlak, beschermt de planeet tegen gevaarlijke ultraviolette straling van de zon. De ozonlaag helpt om huidkanker te voorkomen, ogen te beschermen tegen staar, plantengroei te stimuleren, de aardbodem vruchtbaar te houden.

Eerder had de Nederlandse atmosferisch chemicus Paul Crutzen al laten zien dat de ozonlaag gevoelig is voor menselijke invloed – hij ontdekte dat stikstofmonoxide en stikstofdioxide ozon afbraken. Volgens Molina en Rowland deden cfk’s (verbindingen van chloor, fluor en koolstof) dat ook. Gedrieën ontvingen ze in 1995 de Nobelprijs voor de Scheikunde.

Na het artikel in Nature noemde The New York Times cfk’s een ernstige bedreiging voor de aarde. Volgens The Washington Post speelde de mensheid „Russische roulette met de atmosfeer”. Een commentaar in NRC Handelsblad (juni 1975) waarschuwde dat door meer ultraviolette straling „alle huidige op het land levende organismen het op den duur zouden begeven. En misschien niet eens op de zo heel lange duur.”

Strikt genomen leverden Molina en Rowland geen ‘bewijs’ dat cfk’s de ozonlaag daadwerkelijk aantastten, eerder een vermoeden op basis van berekeningen van chemische processen in een laboratorium. Voor het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) maakte dat weinig uit. Op een conferentie in 1977 werd besloten tot een ‘World Plan of Action’ om de ozonlaag te beschermen. Het leidde in 1985 tot de Weense Conventie, met afspraken over onderzoek en internationale samenwerking. Concrete maatregelen bleven vooralsnog uit.

Maar niet lang. Want in datzelfde jaar werden de bange vermoedens gestaafd met metingen door wetenschappers van de British Antarctic Survey. Zij zagen dat de ozonlaag boven Antarctica gedurende een deel van het jaar wel heel dun werd. Zo dun, dat ze eerst nog dachten dat het iets te maken had met Antarctica zelf, of met hun meetapparatuur. Toen dat allemaal niet zo bleek te zijn, konden ze er niet langer omheen: er zat een flink ‘gat’ in de ozonlaag – een metafoor die snel zijn weg naar de media vond.

Nooit eerder was er zo snel zo’n stevig milieuakkoord gesloten

Schild van de aarde

Nieuwe onderhandelingen resulteerden al twee jaar later in het Montreal Protocol, een juridisch bindend verdrag over de reductie van stoffen die de ozonlaag aantasten. Nooit eerder was er zo snel zo’n stevig milieuakkoord gesloten, dat op brede internationale steun kon rekenen en uiteindelijk door alle VN-lidstaten is geratificeerd. Ook nu nog geldt het Montreal Protocol als het succesvolste milieuverdrag ooit, een lichtend voorbeeld voor al die ploeterende onderhandelaars, die jaar in jaar uit proberen het eens te worden over andere taaie onderwerpen als klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en plasticvervuiling.

Afgelopen december meldde de World Meteorological Organization (WMO) dat het gat in de ozonlaag boven Antarctica deze winter relatief klein (op zijn hoogtepunt toch nog 18,7 miljoen vierkante kilometer) en van korte duur was geweest. „Broodnodig goed milieunieuws”, schreef de WMO. „Het schild dat de aarde beschermt tegen de gevaarlijke straling van de zon is aan het herstellen.”

Dat betekent helaas niet dat de klus is geklaard. Volgens Martijn Hildebrand, expert in ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen bij Rijkswaterstaat en het ministerie van Klimaat en Groene Groei, zijn er nog steeds grote en vaak ook weer nieuwe uitdagingen.

Zo werd er in 2020, na jaren van geleidelijke afname, ineens een onwaarschijnlijke piek gemeten in de cfk-concentraties in de atmosfeer. Wat bleek? Bedrijven in China die isolatieschuim produceerden voor de bouw waren stiekem weer cfk’s gaan gebruiken, omdat de alternatieven in hun ogen minder goed werkten. „Gelukkig is de illegale productie van cfk’s snel gedetecteerd”, zegt Hildebrand, die ook betrokken is bij de onderhandelingen onder het Montreal Protocol, in een videogesprek. „Na wat tegenstribbelen heeft China de handhaving op orde gebracht, waardoor het probleem snel de kop is ingedrukt.” Heel even stond het Montreal Protocol weer in de schijnwerpers.

En dat is volgens Hildebrand nog steeds nodig. Want inmiddels worden chemische verbindingen zonder chloor gebruikt (vooral hfk’s) die de ozonlaag niet langer aantasten, maar net als hun voorgangers wel bijdragen aan klimaatopwarming. De Nederlandse wetenschapper Guus Velders wees er herhaaldelijk op dat hfk’s sterke broeikasgassen zijn, in sommige gevallen tot meer dan 10.000 keer krachtiger dan kooldioxide.

Na wat tegenstribbelen heeft China de handhaving op orde gebracht, waardoor het probleem snel de kop is ingedrukt

In de luwte van geopolitiek

Speciaal voor hfk’s werd in 2016, na jaren onderhandelen, het Kigali-amendement toegevoegd. Ook al gaat dit niet over ozon, het is volgens Hildebrand logisch om deze stoffen onder het Montreal Protocol te scharen. „Het is hetzelfde type gassen, voor hetzelfde doel en met dezelfde producenten en afnemers. Ze worden ook gebruikt in koelinstallaties, warmtepompen en airconditioning.” Waarom zou je complexe klimaatconferenties met zo’n specifiek onderwerp belasten? De huidige geopolitieke constellatie is volgens Hildebrand al ingewikkeld genoeg.

Het Montreal Protocol lijkt te opereren in de luwte van alle mondiale politieke strubbelingen. Het is een van de weinige internationale milieuverdragen waar de Verenigde Staten nog niet uit zijn gestapt. „Dat zal denk ik ook niet zo snel gebeuren”, verwacht Hildebrand. „Het Montreal Protocol is in feite een handelsverdrag. Een land dat zich terugtrekt, kan niet meer zomaar handelen in chemische stoffen die onder het verdrag vallen. En vaak ook niet in de producten, zoals koelinstallaties, waar die stoffen in worden gebruikt. Deelname aan het verdrag heeft voor het bedrijfsleven dus ook commerciële voordelen.”

Toch heeft ook het Montreal Protocol last van Trumps weerzin tegen internationale verdragen. Volgens de VS, die hun ‘contributie’ voor deelname aan het verdrag dit jaar nog niet betaald hebben, valt er niets meer te onderhandelen. Amerikaanse bedrijven hebben hfo’s ontwikkeld, een vierde generatie koudemiddelen waarvoor zij de dure patenten hebben. Het gaat om synthetische, organische verbindingen van koolstof, waterstof en fluor die volgens de Amerikanen amper milieuschade veroorzaken. Ze breken de ozonlaag niet af en vallen in de atmosfeer binnen enkele dagen uit elkaar, waardoor ze ook niet bijdragen aan de opwarming van de planeet.

„De Amerikanen zeggen: ‘Eureka. We hebben de eindoplossing’ ”, aldus Hildebrand. „Maar in Europa denken ze daar anders over. Europa zet in op meer natuurlijke koudemiddelen zoals propaan, kooldioxide en ammoniak en heeft zijn wetgeving voor hfk’s en hfo’s juist aangescherpt. Als hfo’s uit elkaar vallen, ontstaan persistente stoffen zoals trifluorazijn, zeg maar PFAS. Dat zorgt voor grote risico’s voor waterkwaliteit en ecosystemen. Maar daar willen de Amerikanen het niet over hebben.”

Zo kan het Montreal Protocol, ondanks alle successen, weer van voor af aan beginnen.

Lees het hele artikel