Het is juist gezond als Europa wat minder centraal leert te staan

2 uren geleden 1

Ik zit in een groepsapp die ‘kleinkindjes van opa’ heet – met, inderdaad, alle zestien kleinkinderen van mijn opa. Het is zo’n app waarin alles door elkaar loopt: van recepten tot politieke discussies tot advies voor de beste matcha. Elke keer dat ik de groepsapp open en mijn opa zie als profielfoto, zittend op een plastic witte stoel in Marokko, voel ik een steek in mijn hart. Niet alleen omdat hij er niet meer is, maar ook omdat ik me op die momenten realiseer hoe ver zijn wereld afstaat van mijn wereld. 

En toch is het juist dat leven, zijn leven, dat de basis vormt voor het mijne. Wat voor mij normaal voelt, is niet vanzelf ontstaan, maar gevormd door een groter systeem. Dit grotere systeem wordt vaak abstract gemaakt, alsof het ergens boven ons hangt, ver weg van het dagelijks leven; een systeem waar je zelf in ieder geval geen invloed op hebt. We noemen het ‘politiek’, ‘beleid’ of bijvoorbeeld ‘Europa’. 

Europa wordt gezien als een plek van gedeelde waarden en kansen, als een unie, of zelfs een eenheid – maar wie beter kijkt, ziet dat deze ‘gezamenlijkheid’ niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Voor de een is Europa een belofte, voor de ander een systeem van grenzen en voorwaarden waarin je steeds opnieuw je plek moet bewijzen.

Macht en veiligheid

De vraag die in dit essay centraal staat, ‘Vaarwel Amerika, welkom Europa – hoe kan Europa floreren in de nieuwe wereldorde?’ klinkt logisch. De Verenigde Staten lijken minder stabiel, de wereld wordt gewelddadiger, internationale verhoudingen verschuiven en Europa moet zich opnieuw positioneren. Toch zit er in die vraag een aanname verstopt waar we voorzichtig mee moeten omgaan, namelijk dat Europa opnieuw moet floreren. Alsof Europa een achtergestelde regio is die eindelijk een kans krijgt. 

In diezelfde lijn presenteren Europese leiders veiligheid als iets dat niet alleen over bescherming gaat, maar ook – en vooral – over verlies van macht; over het behoud van een centrale positie in een wereld waarin Europa die niet meer vanzelfsprekend inneemt.

NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte zei daarover, toen hij in Brussel het Europees Parlement toesprak, dat wie denkt dat Europa zichzelf zónder de Verenigde Staten kan verdedigen, vooral moet blijven dromen: ‘You can’t. We can’t.’ De Amerikaanse nucleaire paraplu noemde hij zelfs ‘de ultieme garantie voor onze vrijheid’. Juist in zulke formuleringen wordt zichtbaar hoe afhankelijkheid en verlies aan macht worden vertaald naar dreiging, noodzaak en urgentie.

In recente EU-beleidsstukken wordt een sterker Europa vooral voorgesteld als een Europa dat toegang tot grondstoffen veiligstelt, grenzen harder bewaakt en defensie opschaalt. Dat klinkt rationeel en op sommige punten ook begrijpelijk. Natuurlijk is het onverstandig om cruciale sectoren, zoals energie en defensie, volledig afhankelijk te maken van autoritaire staten of grillige bondgenoten. Maar zodra die reactie de vorm aanneemt van een nieuw Europees machtsproject, herhalen we vooral een oude reflex: macht door uitbreiding.

Europa heeft namelijk al eeuwenlang gefloreerd, als we daarmee bedoelen: invloed over de wereld uitbreiden, Europese ideeën over democratie, marktwerking en vooruitgang als universele norm presenteren, en welvaart opbouwen in een mondiale orde die niet voor iedereen gelijk is. 

Europese bloei is historisch gezien niet alleen een verhaal van verlichting, vooruitgang en samenwerking. Het is ook een verhaal van kolonialisme, grensgeweld en het toe-eigenen van de positie van moreel middelpunt: het idee dat Europa de maatstaf mocht zijn voor vooruitgang en goed bestuur. 

Daarom vertrouw ik het woord ‘floreren’ niet wanneer het op Europa wordt geplakt alsof het om een onschuldige ambitie gaat. De vraag is niet alleen hoe Europa weer kan floreren, maar ook wat dat floreren of opbloeien in het verleden voor anderen heeft betekend. Europese bloei klinkt misschien als vooruitgang, maar de kosten blijven buiten beeld.

Echt herkend als crisis

Toen geweld, uitbuiting en instabiliteit zich jarenlang vooral buiten Europa afspeelden, werd dit zelden behandeld als bewijs dat de (politieke en economische) internationale orde fundamenteel faalde. Maar nu oorlog dichterbij komt, energieprijzen stijgen en geopolitieke afhankelijkheden voelbaar worden voor Europese burgers, verandert de toon: wat jarenlang als instabiliteit ‘ver weg’ werd gezien, wordt nu pas echt herkend als crisis.

De huidige reactie op die onzekerheid bestaat vooral uit het opnieuw centraal stellen van Europa: Europese industrie, Europese veiligheid, Europese energie, Europese grenzen. Veiligheid is in korte tijd opnieuw een kernwoord geworden in het politieke debat. Defensie, NAVO, weerbaarheid en geopolitieke slagkracht worden gepresenteerd als vanzelfsprekende antwoorden op de chaos van deze tijd. 

Een werkelijk veilig Europa is ook sociaal veilig, ecologisch houdbaar en democratisch geloofwaardig

Maar wie goed kijkt, ziet dat achter die taal opnieuw een groter verlangen schuilgaat: relevant blijven, invloed behouden, kunnen concurreren in een wereld van blokvorming en machtspolitiek. Maar daar moet Europa zich nou juist níet mee bezighouden – Europa moet een andere opvatting van bloei ontwikkelen. 

Dat betekent allereerst dat Europa ‘veiligheid’ anders moet definiëren. Veiligheid is meer dan militaire paraatheid of strategische onafhankelijkheid. Een werkelijk veilig Europa is ook sociaal veilig, ecologisch houdbaar en democratisch geloofwaardig. Een continent kan nog zulke sterke legers hebben, maar als het zijn welvaart blijft baseren op uitputting van grondstoffen elders, op goedkope arbeid buiten beeld en op een groeimodel dat ecologische grenzen ontkent, dan is die veiligheid uiteindelijk maar schijn. 

Dat is geen overdreven verwijt: de Europese materiële voetafdruk ligt nog altijd boven het wereldgemiddelde, de EU is voor kritieke grondstoffen sterk afhankelijk van landen buiten Europa, en de Europese consumptie overschrijdt meerdere planetaire grenzen als het gaat om klimaatverandering en vervuiling. Veiligheid die afhankelijk blijft van zulke kwetsbare en ongelijke ketens is geen echte veiligheid, maar een manier om een ongelijk economisch systeem overeind te houden.

Daarnaast moet Europa af van het idee dat autonomie automatisch goed is. Strategische autonomie klinkt aantrekkelijk, alsof Europa eindelijk volwassen wordt en niet langer afhankelijk wil zijn van Rusland, China of de Verenigde Staten. Maar als Europa zelfstandiger wordt om vervolgens dezelfde kapitalistische groeidwang en dezelfde machtsreflexen voort te zetten, dan is er weinig gewonnen. 

Europa is een van de rijkste en veiligste regio’s ter wereld. Dus waarom gaat het steeds over een autonomer Europa, en niet over de vraag waarom Europa steeds opnieuw méér wil? Meer productie, meer groei, meer concurrentiekracht, meer invloed. Europa is een continent dat al zo lang zo veel heeft, en nog steeds het recht heeft op uitbreiding zonder eerst de vraag te stellen wat die uitbreiding anderen kost. 

Historische ramp

Een Europa dat werkelijk wil floreren, zou niet moeten inzetten op oneindige versterking, maar op begrenzing. Op begrenzing van economische groei waar die ten koste gaat van klimaat en mondiale rechtvaardigheid. Begrenzing van de vanzelfsprekendheid waarmee Europese belangen boven andere belangen worden geplaatst. Begrenzing ook van het idee dat ieder verlies aan invloed meteen een historische ramp is; soms is het juist gezond als een continent leert dat het niet altijd centraal hoeft te staan.

Misschien is dat waarom die foto van mijn opa voor mij meer is dan een persoonlijke herinnering. Zijn foto, op die plastic stoel in Marokko, herinnert me eraan dat Europa niet alleen gebouwd is door politieke elites. Europa is ook gebouwd door mensen die buiten het verhaal van Europa zijn gebleven. Mensen die migreerden, werkten, opofferden en meebouwden, zonder ooit volledig te worden erkend als onderdeel van hetzelfde fundament. Mensen zoals mijn opa: ook hij is onderdeel van Europa zoals we het nu kennen.

De nieuwe wereldorde vraagt niet om ‘een nieuw Westen’ dat zich onder een andere vlag hergroepeert, maar om een continent dat begrijpt dat geloofwaardigheid niet ligt in militaire, economische of morele dominantie, maar in de bereidheid om macht te begrenzen. 

Dus ja, vaarwel Amerika en welkom Europa – maar alleen als Europa niet opnieuw verlangt naar de macht die het zegt achter zich te laten. 

Lees het hele artikel