Het oog wil ook wat: waarom sommige dieren deze patronen hebben

3 uren geleden 1

Het is misschien wel een van de meest in het oog springende patronen in de natuur: ogen. Denk aan bijvoorbeeld pauwen of exotische vlinders, met grote opvallende oogvlekken die je aanstaren vanaf hun veren en vleugels. Maar waarom komen deze patronen bij sommige dieren wel voor en bij andere niet?

Een nieuwe studie in Nature brengt daar nu meer duidelijkheid in. Zweedse onderzoekers analyseerden meer dan 580 soorten roggen en keken niet alleen naar hun opvallende patronen, maar juist naar hun volledige verdedigingsmechanisme. Daaruit blijkt dat de opvallende oogvlekken geen toeval zijn, maar onderdeel van een bredere strategie: ze ontstaan vooral bij dieren die andere en sterkere verdedigingsmiddelen missen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Vechten of vluchten

Roggen hebben in de natuur te maken met een breed scala aan roofdieren, waaronder haaien, zeezoogdieren en grote vissen. Om zich te beschermen, beschikken ze over verschillende verdedigingsmechanismen. Sommige soorten bijten van zich af met krachtige elektrische organen of giftige stekels. Andere vertrouwen juist op camouflage en begraven zich in het zand op de oceaanbodem.

De onderzoekers ontdekten dat de soorten met de sterke vechtmechanismen zelden opvallende patronen op hun huid ontwikkelen. Bij kleinere en ‘wapenloze’ soorten daarentegen komen juist vaker stippen of oogvlekken voor. “Die soorten leven vaak in heldere, ondiepe wateren waar zulke visuele verdedigingssignalen effectief zijn”, zegt onderzoeker John Fitzpatrick.

“De evolutie lijkt verschillende verdedigingsstrategieën te bevoordelen. Als je al een sterke mechanische of elektrische verdediging hebt, heb je geen visueel waarschuwingssignaal nodig”, zegt hoofdonderzoeker Madicken Åkerman.

Stapsgewijs proces

De studie onthult ook een verrassend evolutionair patroon: oogvlekken ontstaan bijna nooit in één keer. In plaats daarvan ontwikkelen soorten meestal eerst eenvoudigere markeringen, zoals simpele stippen, die zich later verfijnen tot de kenmerkende oogvlekken die bij sommige roggen te zien zijn. In evolutionaire termen is het ontstaan van zulke eenvoudige markeringen ongeveer honderd keer waarschijnlijker dan het direct ontstaan van complexe oogvlekken.

Leestip: Wat werkt het beste voor prooidieren: camouflage of afschrikkende kleuren?

Toch verdwijnen opvallende markeringen ook vaak weer. Dat is logisch als je kijkt naar de afweging die hierbij een rol speelt. In diepe, donkere wateren waar weinig licht doordringt, kan een visueel signaal niet worden gezien en biedt het dus geen bescherming. Onder zulke omstandigheden wegen de nadelen van opvallen zwaarder dan de voordelen en verdwijnen de markeringen weer.

Zo laat het onderzoek zien dat zelfs iets ogenschijnlijk simpels als een oog op een vleugel of huid het resultaat is van een voortdurende evolutionaire afweging, waarin zien en gezien worden letterlijk van levensbelang is.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Lees het hele artikel